,,Ik heb zoveel kaarten gehad van mensen, mensen die ik niet goed ken en van wie ik niet het geringste vermoeden had dat ze zo betrokkken waren bij mijn gezondheid. Dat is hartverwarmend.’’

Foto Kees van de Veen

‘Tijdens corona heb ik een heel nieuw leven bedacht’’

CoVid-19 Jan van Veen uit Assen kreeg Covid-19 en was bijna drie weken van de wereld. Fotograaf Kees van de Veen volgde zijn herstel.

Jan van Veen (73) uit Assen had de halve zaterdag met zakken potgrond rondgesjouwd, dus toen hij dinsdag 17 maart spierpijn kreeg, was dat voor hem volkomen logisch. „Jan zit bij het mannenkoor”, zegt zijn vrouw Ria van Veen. „En om de verenigingskas wat te spekken,” zegt Jan, „gaan we ieder jaar met aanhangers vol potgrond de hele stad door om dat te verkopen”.

Later die dinsdag werd de spierpijn vergezeld door een ander onprettig gevoel. Jan: „Een soort blaasontsteking.” Ria: „Toen ben ik met die urine naar de dokter gegaan, maar je had geen blaasontsteking. ‘Alles doet me zeer’, zei je. En je had verhoging. Je deed niet anders dan paracetamol slikken. Op 24 maart was je zo ziek, zo ziek. Helemaal van de wereld. Hij had hoofdpijn en keelpijn. Hij zei nog steeds dat het door die potgrond kwam.”

Jan: „Ik wilde niet naar het ziekenhuis. Maar ik ben toch in mijn nachtkleding met een fleecevest erover buiten op de brancard gestapt.”

Een dag daarna werd Covid-19 vastgesteld. „Ik herinner met dat ik met een rotgang door het ziekenhuis ben gereden in mijn bed. Ik moest geïntubeerd worden, hoorde ik iemand zeggen. ‘Is iedereen klaar, dan begin ik nu.’ De anesthesist draaide een kraan open en weg was ik. Het volgende moment dat ik me herinner is dat ik via het gangenstelsel naar de verpleegafdeling word gebracht, bijna drie weken later.”

Ruime rijtjeswoning met tuin

Jan van Veen groeide op in Bovensmilde, „onder de rook van Assen”. Zijn vader was melkboer, zijn moeder huisvrouw en samen hadden ze vier kinderen. Toen Jan op de middelbare school niet zo’n gedisciplineerde leerling bleek, moest hij geld gaan verdienen. „Ik ga niet kromliggen voor jou”, zei zijn vader. Er was nog wel een baantje bij uitgeverij Van Gorcum, waar ook de neef van Jan werkte. „Via de achterdeur” (het magazijn) ging Jan naar binnen, om uiteindelijk op de afdeling ‘verkoop’ terecht te komen. Hij ging later de universitaire boekhandels langs om over nieuwe wetenschappelijke boeken te vertellen. Die baan was helemaal geen straf. „Ik ben een fervent lezer, altijd geweest.”

„En je hebt mij eraan overgehouden”, zegt Ria. „Ik werkte op de administratie totdat ik zwanger raakte, en toen moest ik weg. Zo ging dat toen nog.”

In 1988 kochten ze hun ruime rijtjeswoning in Assen, met een grote tuin, waar hun zoon en dochter opgroeiden. „Ambities ebben wat weg naarmate de leeftijd stijgt”, zegt Jan. „We hoeven geen huis van zes ton. In de zomer halen we de caravan uit de stalling en rijden we naar Zuid-Frankrijk. Dit jaar niet, we komen nog nergens eigenlijk.”

Op 14 april mocht Jan van de intensive care af. „Ik had er het volste vertrouwen in dat ik weer redelijk helder was, maar dat klopte niet”, zegt Jan. „Tijdens het coma heb ik een heel narratief, een heel nieuw levensverhaal voor mezelf bedacht. De mensen die daar een rol in spelen ken ik allemaal. Dat is het idiote.”

Ria: „Je had gewerkt in Veenhuizen, zei je tegen me, Maar hij heeft nooit een andere baas gehad dan hier in Assen. Och Jan, wat je nu vertelt is nooit gebeurd, zei ik tegen hem.”

Jan: „Ik ga niet vertellen waar het precies over ging. Voor een deel was het heel beangstigend. Op een gegeven moment mocht ik een telefoon op mijn kamer maar ik dacht, doe maar niet, straks ga ik die rare verhalen vertellen.

„Er lag naast mij een jonge man in het revalidatiecentrum, hij was 48. En die had een soortgelijke ervaring. Maar die had een fantastische tijd gehad in die alternatieve werkelijkheid. Hij was op vakantie geweest en had zes verschillende landen bezocht.”

De anesthesist draaide een kraan open en weg was ik, drie weken lang

De geriater vertelde later aan Jan dat hij een delirium had gehad, een toestand van geestelijke verwardheid. Dat was ook de reden dat hij zo lang in slaap was gehouden. Na tweeënhalve week op de intensive care en twee weken op de verpleegafdeling van het ziekenhuis, mocht Jan naar het revalidatiecentrum Anholt.

Jan: „Ik wilde dat helemaal niet, want daar mocht je niemand zien. Ik wilde gewoon naar huis.”
Ria: „Maar ik wilde je niet in huis hebben. Ik kon hem niet verzorgen.”
Jan: „Ik kon nog geen glas water optillen. Alleen met twee handen lukte het. Zelf uit bed komen ging al helemaal niet.”

Anholt is een verpleeghuis dat speciaal was ingericht voor revaliderende coronapatiënten. Drie etages met elk twaalf kamers. „Maar er zijn maximaal drie mensen geweest”, zegt Jan. „We zijn geweldig in de luiers gelegd daardoor. ’s Morgens een uur fysio, ’s middags weer, tussendoor kwam er nog een ergotherapeut en een logopediste. Het was een soort werkvakantie eigenlijk.’’

Maar dan wel een vakantie met veel uitputtende momenten. Vijftien keer knieheffen voelde als een marathon. „Op een dag moest ik van de therapeuten een ruimte van ongeveer tien meter oversteken zonder rollator. Ik was doodsbenauwd en heel trots toen het lukte.”

Ria is nog een keer langs geweest bij het revalidatiehuis. Buiten konden ze elkaar even zien, gescheiden door een hek. Ria: „Zijn begeleidster liep met hem mee. ‘We gaan even voordoen wat uw man allemaal kan’, zei die. Het leek wel een circus.”

Jan: „Ik kon zijwaarts lopen en achteruitlopen.”
Ria: „Hij was zo mager. Een grote joggingbroek. Geen gezicht.”
Jan: „Ik was een zielig oud-mannetje, maar het was geweldig wat ik allemaal kon.”

Servetten

Op 15 mei waren Jan en Ria vijftig jaar getrouwd, maar het grote feest waarvoor de servetten al waren gedrukt, ging natuurlijk niet door. Omdat Jan zichzelf weer een beetje kon redden, mocht hij mede vanwege de feestelijkheid naar huis. Als verrassing waren zijn dochter en zoon, die in Oostenrijk woont, er ook. Het diner die dag bestond uit patat en kroketten.

Jan heeft niet het gevoel dat hij door het oog van de naald is gekropen, maar zijn omgeving wel. „Dat schuurt bij mij omdat ik het niet bewust heb meegemaakt.” In het logboek van het ziekenhuis kon Jan lezen dat zijn dochter Esther drie keer per dag naar hem belde.

In de hoek van de huiskamer in Assen staat een trainingsfiets. Iedere dag na het ontbijt gaat Jan daar twintig minuten op.

„Als ik op maandag naar de fysio ga heb ik op dinsdag en woensdag spierpijn, en dan ga ik vrijdag alweer. Nog steeds doe ik iedere middag een dutje. Mijn lichaam heeft dat klaarblijkelijk nodig. Dat is confronterend, dat je lichaam niet meegaat met je geest.”

Deze week is Jan bij de longarts geweest voor een eindgesprek. Eerder kon niet, omdat er een wachtlijst was van drie maanden. „Die heeft me helemaal gezond verklaard. Het enige wat er nu nog aan schort is conditie.”

Een paar weken geleden werd zijn eerste elektrische fiets bezorgd. Jan: „Het voelt als een tekortkoming. Hiervoor fietste ik met gemak lange routes. Het komt vast allemaal goed. Ik ben een rasoptimist.”

Ik herinner me dat ik met een rotgang door het ziekenhuis ben gereden in mijn bed. Allemaal mensen waren rond mijn bed aan het praten. Ik moest geïntubeerd worden, hoorde ik. ‘Is iedereen klaar, dan begin ik nu’, zei iemand. Toen ik wakker werd was het bijna drie weken later.’’Foto Kees van de Veen

,,Ik heb zoveel kaarten gehad van mensen, mensen die ik niet goed ken en van wie ik niet het geringste vermoeden had dat ze zo betrokkken waren bij mijn gezondheid. Dat is hartverwarmend.’’ Foto Kees van de Veen

„Ik denk dat dit het moment is waarop de medische staf mij vertelde dat ik naar het revalidatiecentrum kon. Maar aan veel momenten in het ziekenhuis heb ik geen herinnering meer.” Foto Kees van de Veen

,,Dit moment kan ik me niet herinneren. Ik denk dat ze testten hoe zwak mijn spieren waren.’’Foto Kees van de Veen

Na 2,5 week in coma op de intensive care en twee weken op de verpleegafdeling, mocht Jan naar het revalidatiecentrum. Zijn schoonzoon duwt de rolstoel. Jan: „Ik wilde helemaal niet naar het revalidatiecentrum, want daar mocht je niemand zien. Ik wilde gewoon naar huis.” Foto Kees van de Veen

,,Op het parkeerterrein van het ziekenhuis stapte ik uit mijn rolstoel de auto in. Dat lukte met moeite.’’Foto Kees van de Veen

,,Ik ga op maandag en op vrijdag naar de fysio. Daarna heb ik steeds twee dagen erge spierpijn.’’Foto Kees van de Veen

,,De fysiotherapeut is nog geen kilometer van mijn huis vandaan. Toen ik net weer thuis was, kon ik dat amper fietsen.’’Foto: Kees van de Veen Foto Kees van de Veen

,,In het revalidatiecentrum werd ik gewogen, ik was 78 kilo met kleren aan. Mijn normale gewicht is 91 kilo. Ik was een volstrekt zwak mannetje in een veel te ruim vel.’’Foto Kees van de Veen

,,In het revalidatiecentrum mocht ik geen bezoek ontvangen, maar ik mocht mijn familie wel een keer buiten zien. Ik was een zielig oud-mannetje, maar het was geweldig wat ik allemaal kon.’’ Foto Kees van de Veen

,,Vlak voor ons 50-jarige huwelijksjubileum mocht ik naar huis.’’ Foto Kees van de Veen

Jan heeft zelf niet het gevoel dat hij door het oog van de naald is gekropen, maar zijn omgeving wel. „Dat schuurt bij mij omdat ik het niet bewust heb meegemaakt.” Foto Kees van de Veen

,,We hebben elkaar leren kennen bij de uitgever waar we werkten, een bedrijfshuwelijk.’’ Foto Kees van de Veen

Zijn dochter en zoon, die in Oostenrijk woont, en hun aanhang waren ook op het minifeestje. ’s Avonds aten ze patat en kroketten. Foto Kees van de Veen