Nederlandse trustbazen en notarissen waren cruciaal in Braziliaans bedrog

Fraude Het wereldwijde smeergeldsysteem van de Braziliaanse bouwfirma Odebrecht kon niet bestaan zonder Nederland. Trustkantoren en notarissen blijken een belangrijke rol te hebben gespeeld bij het laten draaien van een geraffineerde witwasmachine.

Illustratie Roland Blokhuizen

Minutieus beschrijft de politie van Andorra een internationaal opererend netwerk, als in een avonturenfilm. Het gaat over miljoenen die de wereld over flitsen, over een broer van de ex-president van Uruguay die rekeningen bij een bank bestiert en over steekpenningen die hun weg naar de bovenwereld vinden.

Tussen een keur aan verdachten en bedrijfsnamen duiken in dat Andorrese politierapport van eind 2017 in vetgedrukte kapitalen ineens zes Nederlanders op, met geboortedatum en paspoortnummer.

Drie van hen behoren op dat moment tot de top van de Nederlandse trustsector. Henk van W. en zijn zwager Gerben van den Berg zijn mede-eigenaar van vijf Nederlandse trustkantoren. De laatste is ook directeur bij het Haagse trustkantoor Pan-Invest, met 50 werknemers een van de grotere trustkantoren van Nederland. Van den Berg is eveneens penningmeester van de landelijke branchevereniging van grote trustkantoren. Dennis Sickman is directeur en aandeelhouder van een Amsterdams trustkantoor dat daarvoor van Van W. en Van den Berg was.

Inmiddels is Van W. verdachte in een strafrechtelijk onderzoek waardoor zijn achternaam niet wordt vermeld.

Trustkantoren weten hoe je de geursporen van geld uitwist

Trustbeheerders weten hoe je vermogen onder de radar laat vliegen, hoe leningen tot investeringen zijn om te toveren, of hoe je de geursporen van geld uitwist, dat is hun vak. Formeel bieden zij hun diensten aan als beheerder van vennootschappen waarbij zij het voor de eigenaren fiscaal en juridisch zo aantrekkelijk mogelijk organiseren. Maar in Andorra is blijkbaar iets misgegaan.

De drie mannen zijn volgens het politierapport vertegenwoordigers van twee Nederlandse, vrij onbekende bedrijfjes die tientallen miljoenen dollars de wereld rondpompten, „het kanaliseren van illegaal verkregen gelden” mogelijk maakten en onmisbare schakels zijn in een grote witwasoperatie: die van het Braziliaanse bouwbedrijf Odebrecht. Dat staat inmiddels symbool voor een van de grootste corruptiezaken wereldwijd.

Odebrecht was een groot bouwconcern in Zuid-Amerika. Het legde dammen aan, vliegvelden, metrolijnen. Een omvangrijk Braziliaans corruptieonderzoek vanaf 2014 verklaarde het succes. Het bedrijf bleek systematisch politici om te kopen in Zuid-Amerikaanse landen. Daarvoor sluisde het geld van land naar land, via een lange keten van onderaannemers die fictieve opdrachten kregen. Wit geld verdween uit de boeken, werd omgetoverd tot zwart geld – onzichtbaar voor accountant en buitenwereld. Zo ontstond een geheime kas waaruit de politici konden worden betaald.

Nederland was een van de landen waardoor de verdachte miljoenen stroomden. De financiële opsporingsdienst FIOD arresteerde februari vorig jaar de toen 48-jarige Henk van W. in een onderzoek naar „het faciliteren van buitenlandse ambtelijke corruptie”, waarbij het ging om „minimaal 100 miljoen euro die op deze manier door het Nederlandse financiële stelsel is gestroomd”.

NRC onthulde eind vorig jaar dat de zaak niet op zichzelf staat, maar op zijn beurt een explosief onderdeel vormt van een ander strafrechtelijk onderzoek: dat naar ABN Amro. De bank zou het verdachte Odebrecht-geld te lang door de bank hebben laten stromen.

Nu laten contracten, e-mails, afschriften en rekeningoverzichten zien hoe Nederlandse bedrijven van onder meer Van W. zaken deden met de corrupte bouwer, hoe geldstromen verhuld werden en wie er echt aan de touwtjes trok. Een aantal van die betrokkenen is nog steeds actief in de trustsector – deze tak van de financiële industrie blijft voor Nederland van groot economisch belang, ongeacht de soms slechte reputatie in het buitenland.

De circa 13.000 documenten komen uit de steekpenningenadministratie van Odebrecht en zijn aan NRC ter beschikking gesteld door het internationale journalistiek consortium ICIJ en de Ecuadoriaanse nieuwsorganisatie La Posta. Alleen het Andorrese politierapport kent een andere bron van herkomst.

Illustratie Roland Blokhuizen

Ecuador

In Ecuador komen eind 2016 twee overheidsprojecten tot een goed einde. Een is een aquaduct aan de westkust dat elke dag miljoenen liters water uit een stuwmeer haalt en doorpompt naar steden verderop, in de buurt van een raffinaderij. Het andere project, zuidelijker, is een pijplijn die olie en gas dwars door zeven provincies pompt.

Odebrecht bouwde het aquaduct, de raffinaderij en de pijplijn. Het vertelt op de eigen website trots hoe het niet alleen olie en water, maar ook welvaart bracht in Ecuador en hoe dankbaar de bewoners daarvoor nog altijd zijn. Wat het niet vertelt, is dat het de opdrachten verkreeg dankzij omkoping. Ook niet dat het hulp kreeg van een trouw groepje Nederlanders.

Voor de raffinaderij huurt Odebrecht een marginaal Nederlands bedrijfje in ten behoeve van ‘technische ondersteuning’. Op 30 maart 2012 tekent trustdirecteur Dennis Sickman namens het Nederlandse bedrijfje Turcon Consulting & Engineering Services BV een contract met de directeur van Odebrecht in Zuid-Amerika en Angola. Ze spreken af dat Turcon de bouwgigant helpt met de aanbesteding voor de raffinaderij, voor 3,1 miljoen Amerikaanse dollars plus een succesfee als Odebrecht de klus ook echt binnenhaalt. Later dat jaar gaat een kleine tien miljoen dollar naar Turcon, voor de refineria del pacifico.

Het contract is om meerdere redenen onwaarschijnlijk. Turcon bestaat nog geen anderhalf jaar. Het is gegroeid van nul naar één werknemer. Dennis Sickman en de enige Nederlandse werknemer van Turcon weten niet hoe je een raffinaderij bouwt, laat staan aan de tropische westkust van Ecuador. Hoe je er een pijplijn of metro aanlegt. Of een vliegveld in Panama. Een dam in Angola. En toch vraagt Odebrecht, dat zelf wél snelweg na viaduct na raffinaderij bouwt, keer op keer raad aan deze Nederlanders.

Het doet vermoeden dat de contracten in het echt weinig met bouw te maken hebben.

Onderaannemers lijken zaken met elkaar te doen – maar Odebrecht regisseert alles

De pijplijn in Ecuador kent een even onwaarschijnlijke administratie. Op één dag – 14 juni 2013 – tekent het onbeduidende Nederlandse Convergence Capital Partners een contract met een bedrijf uit Spanje, dat een contract sluit met een bedrijf uit Dubai, dat weer een contract tekent met een Panamees bedrijf. Alle contracten gaan over dezelfde technische hulp bij de bouw van de pijplijn. Alle voor hetzelfde bedrag: ruim 6,7 miljoen dollar.

Dat ook de pijplijncontracten door Odebrecht zelf geregisseerd worden, blijkt uit e-mails waarin topmannen van de bouwer moeiteloos het bedrijf uit Dubai uit de keten verwijderen. Als het echte contracten waren geweest, had Odebrecht niks te zeggen over een contract met een onderaannemer. Het toont dat de bedrijven op papier met elkaar zaken doen, maar dat Odebrecht het aanstuurt.

Aan het eind van dat jaar moet de 6,7 miljoen volgens de contracten en facturen van Brazilië naar Spanje gaan, van Spanje naar Nederland en dan van Nederland naar Panama. De firma in Panama is weer een vehikel van Odebrecht. De constructie is bekend uit het omvangrijke Braziliaanse strafrechtelijk onderzoek.

Nederland

Convergence én Turcon worden aangestuurd vanaf de achtste etage van een gebouw op de Amsterdamse Zuidas, het adres van trustkantoor Duma Corporate Services. Tot en met 2015 zijn Van den Berg en Van W. er mede-aandeelhouder en is Dennis Sickman directeur. In 2016 wordt Sickman er naar eigen zeggen directeur-grootaandeelhouder.

Het trustkantoor kwam al eens in de publiciteit, het ging toen om voetbalcontracten. NRC onthulde in 2016 schimmige financiële constructies in een serie verhalen over geldstromen in het internationaal profvoetbal, Football Leaks. Duma fungeerde als stroman voor dubieuze Argentijnse spelersmakelaars die belasting wilden ontwijken.

Bij de voetbal- en de bouwconstructies gebruikte Duma dezelfde bedrijfjes, met dezelfde stromannen. Convergence bijvoorbeeld. De directeur was een dichter met een romantische inborst die eerder aan NRC vertelde hoe hij via een vriend benaderd werd voor een baan bij Duma. Hij zou directeur worden van enkele bv’s die op zijn huisadres werden ingeschreven. Hij handelde de post af en moest opdraven als het trustkantoor hem belde.

Ook de Zuid-Amerikaanse contacten zijn dezelfde. Op de Facebookpagina van Dennis Sickman is te zien hoe hij in 2016 zijn armen om de schouders van twee zittende mannen slaat, op tafel staat een glas champagne. Alle drie hebben een roomwitte kreeftenslab om hun nek. Er zijn variaties op de foto. Sickman op een terras bijvoorbeeld, poserend bij een ondergaande zon. Met steeds diezelfde mannen. Het zijn eigenaren en medewerkers van het Uruguayaanse trustkantoor BGL.

In het Andorrese politierapport komt alles samen.

Convergence en een ander Nederlands bedrijfje openden in 2006 een rekening bij de Banca Privada d’Andorra. Die heeft een schimmige reputatie. De Amerikaanse financiële toezichthouder ontmaskert de bank in 2015 als een „witwasbedrijf”, populair bij mensenhandelaren, fraudeurs en criminelen uit China en Rusland die onderdak voor hun zwarte geld zoeken.

Als de bank in 2010 wil weten wie eigenlijk de eigenaren zijn van de Nederlandse bedrijfjes, meldt zich op 14 juni een Panamese brievenbusmaatschappij die wordt gerund door het Uruguayaans trustkantoor BGL. Dat vertelt dat beide Nederlandse bedrijfjes „eigendom van onze groep” zijn en dat zij, de Uruguayanen, „de uiteindelijke begunstigde” zijn.

Opdrachten in Ecuador, Peru en Guatemala

De Andorrese politie heeft voor geen van de partijen een goed woord over. Het Uruguayaanse BGL, schrijven ze, is de vormgever van het bouwwerk waarmee Odebrecht de steekpenningen kon betalen. En de twee Nederlandse bedrijfjes? Die maakten volgens de politie de „smeergeldbetalingen” mogelijk. „In ruil daarvoor verwierf Odebrecht opdrachten in Ecuador, Peru en Guatemala”.

Duma heeft ook na de schandalen gewoon nog een vergunning. Toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) zegt niet op individuele gevallen in te gaan. Eigenaar Dennis Sickman van Duma: „Wij hebben de situatie in een open relatie met en dito aanpak naar DNB goed kunnen managen. Duma heeft noch een berisping noch een boete gehad.”

Reageren? Onderzoek@nrc.nl