Met geld uit Brussel wil Italië een betere versie van zichzelf worden

Italië Met geld van de EU hoopt Italië als herboren uit de coronacrisis te komen. Maar krijgt de zwakke staat dat voor elkaar? ‘De regering lijkt niet verder te kijken dan de noodtoestand.’

Herbouw van het viaduct bij Genua, een zeldzaam voorbeeld van Italiaanse efficiëntie.
Herbouw van het viaduct bij Genua, een zeldzaam voorbeeld van Italiaanse efficiëntie. Foto LUCA ZENNARO/EPA

Ons doel, zei premier Conte vorige week na een binnenlandse overlegmarathon, is in een paar woorden samen te vatten: „Wij moeten het land opnieuw uitvinden.”

Conte had 120 belangengroepen uitgenodigd om zeven dagen lang te praten over de beste manier om de klappen van Covid-19 op te vangen – in de wetenschap dat economisch en sociaal gezien het drama nog maar net is begonnen. De Staten-generaal, zo had de premier deze gesprekken gedoopt, een term die volgens hem een nieuw begin symboliseert.

„Dit is een historische gelegenheid om van Italië een moderner en rechtvaardiger land te maken”, had minister Gualtieri (Economie en Financiën) eerder gezegd. Wetenschappers en ondernemers, politici en commentatoren hebben dit in allerlei toonaarden herhaald. Het parool is: niet alleen maar pleisters plakken en mensen en bedrijven in nood helpen. „Onder de politieke, economische en culturele machten bestaat het bewustzijn dat dit hét moment is om de chronische problemen van Italië aan te pakken”, zegt Mauro Magatti, hoogleraar sociologie in Milaan.

Stijging van het begrotingstekort is even geen probleem meer – gelukkig maar, want het kabinet heeft berekend dat alleen al voor overlevingsmaatregelen (steun voor personen en bedrijven) ruim 50 miljard euro extra nodig is. Maar om daarna uit het dal te komen, ligt in Brussel veel geld klaar. Italië rekent voor wat betreft het Recovery Fund, leningen en schenkingen bij elkaar opgeteld, op ruim 170 miljard euro. Na decennia broekriembeleid gaat het ineens niet meer over miljardenbezuinigingen, maar over mogelijke miljardeninvesteringen.

Het is bemoedigend dat er nu geld en ruimte is, zegt Magatti, die is gespecialiseerd in de relatie tussen economie en samenleving, in een telefoongesprek. Maar veel belangrijker is dat „de kracht van de feiten” het debat focust. De coronacrisis heeft de achterstand van Italië op het gebied van onderwijs, infrastructuur en digitalisering geaccentueerd. Vrijwel iedereen onderschrijft dat terugkeer naar hoe het was, voor economisch herstel geen zin heeft. Want het was niet goed: Italië stagneert al zeker twintig jaar. Niet eerder is er zo’n consensus geweest dat hervormingen nodig zijn, zegt Magatti. „Zo’n kans als deze krijgt Italië misschien wel nooit meer.”

Tragedie

Maar. Er is een grote maar, constateert hij. „We zitten in een paradoxale situatie: om de effecten van de pandemie te overwinnen moet Italië zich verlaten op een factor, de staat, die een van de oorzaken van zijn teruggang is.” Dat het land niet groeit, heeft te maken met bureaucratie, matig onderwijs en te weinig aandacht voor menselijk kapitaal, trage justitie, hoge overheidsschuld, een kloof tussen noord en zuid, lage arbeidsproductiviteit, een infrastructuur die niet past bij het tweede industrieland van Europa – allemaal zaken waar de overheid iets aan kan doen.

Dagblad Corriere delle Sera formuleerde het zo: „Zoals triest genoeg algemeen bekend is, zijn projecten opstellen en resultaten bereiken niet echt onze sterke kant. Er is nog geen spoor van serieuze en systematische voorstellen.” En La Repubblica schreef: „De regering lijkt niet in staat verder te kijken dan de noodtoestand.” Sommigen voorspellen een tragedie: er is wel geld beschikbaar, maar Italië weet het niet uit te geven. Zoals ook al jaren een deel van de beschikbare Europese structuurfondsen niet wordt gebruikt omdat er geen goede projecten worden geformuleerd.

Lappendeken

Niet dat er niets op tafel ligt. Een door Conte ingestelde werkgroep van toppers uit bedrijfsleven en wetenschap kwam begin deze maand met een lijvig, systematisch rapport. Maar dat lijkt in een la te zijn verdwenen, en niemand begrijpt goed waarom. Toch te veel politieke gevoeligheden?

Een week later kwam het kabinet met een eigen lijst van negen speerpunten en maar liefst 137 specifieke plannen voor verbetering van de infrastructuur de komende jaren: treinen, wegen, waterbeheer. De investeringen hiervoor zouden het vliegwiel moeten vormen voor het economisch herstel. Met dit lijstje kan ik aankomen in Brussel, zei Conte trots.

Van veel kanten is er kritiek dat het er vooral uitziet als een lappendeken, met voor iedereen iets. Het helpt ook niet dat bij de poging een nieuw Italië uit te vinden, nog veel zichtbaar is van het oude Italië. De decreten waarin het kabinet zijn maatregelen vervat, tellen vaak honderden pagina’s. Het decreet waarin minder bureaucratie in het vooruitzicht wordt gesteld, heeft daar bijna honderd pagina’s voor nodig.

Allemaal waar, erkent Magatti, maar er is tijd nodig. „Je kunt niet in een maand alles veranderen. De inefficiëntie van de staat is een historisch probleem, dat kan je niet deze regering verwijten en dat heb je niet zomaar opgelost. Het belangrijkste is dat een begin wordt gemaakt met het doorhakken van een aantal knopen.”

Stroperige bureaucratie

„De moeder van alle hervormingen” (premier Conte) is dat plannen niet langer vastlopen in de bureaucratie. De regelgeving in Italië is gecompliceerd, vaak onduidelijk en soms tegenstrijdig, en dat geeft ambtenaren discretionaire macht – heldere regels zouden al veel helpen.

In de strijd tegen corruptie en vriendjespolitiek kunnen ambtenaren persoonlijk verantwoordelijk worden gesteld. Een bij-effect daarvan is ‘defensieve bureaucratie’: besluiten worden uitgesteld omdat je dan niets fout kunt doen. Die persoonlijke verantwoordelijkheid is in recente decreten afgezwakt, in de hoop de besluitvorming te versnellen.

Maar in veel gevallen blijken politici toch niet bij machte het bureaucratische apparaat in beweging te krijgen. Een recent voorbeeld waarbij het wel is gelukt, is de herbouw van het twee jaar geleden ingestorte grote viaduct van Genua. Een speciale commissaris heeft daar de werkzaamheden gevolgd, met als resultaat dat in recordtijd een nieuw viaduct is gebouwd, dat binnenkort open kan. Het kabinet wil nu ook voor een aantal grote investeringsprojecten een aparte commissaris aanstellen.

Lees ook: ‘Niets doen voor Zuid-Europa is gevaarlijk’

Heeft het kabinet zelf ook niet zo’n commissaris nodig? Het is een gelegenheidscoalitie zonder duidelijk programma. De grootste partner is de Vijfsterrenbeweging. Zij is begonnen als anti-systeempartij, maar is nu op zoek naar een nieuwe identiteit en een manier om iets van het verlies in de peilingen goed te maken. Aan de andere kant staat de centrum-linkse Democratische Partij, ook al zoekende, naar antwoord op de vraag waar dat ‘centrum-links’ voor zou kunnen staan. Wat hen vooral bindt is de wetenschap dat vervroegde verkiezingen niet in hun belang zijn. Volgens de peilingen zou dat een triomf worden voor het rechtse blok, waarbinnen de eurosceptische, tegen migranten fulminerende Matteo Salvini van de Lega de sterke man is.

Misschien kan Europa hier een rol spelen, oppert Magatti voorzichtig. Conte en de Vijfsterrenbeweging reageren allergisch op iedere suggestie dat de EU aan steun voorwaarden kan verbinden, Magatti is daar minder negatief over. „Als je dat op een vriendschappelijke manier doet, niet als een strenge leraar die alles beter weet, maar met een bemoedigend duwtje de goede kant op, zou het ons helpen als het geld wordt gebonden aan bepaalde projecten. Ook zulke hulp kunnen we goed gebruiken.”