Opinie

Kattenvrouw

Marcel van Roosmalen

In onze achtertuin meldde zich een vriendin die op vakantie in de buurt was. Wij lachen. „Waar?” „Uitgeest.” Wij nog harder lachen.

„Bij vrienden logeren.”

Het was een lange week, want ze was ondanks het prettige gezelschap toch ook heel erg met zichzelf. Ze had zo haar dagelijkse rituelen, waar ze verder niet over wilde vertellen. En wat ze precies in Uitgeest moest doen, wist ze ook al niet. Het had vooraf zo leuk geleken, maar als puntje bij paaltje kwam bleef Uitgeest toch wel heel erg Uitgeest.

Lang verhaal kort: ze had een racefiets uit de schuur getrokken en twee uur later zat ze in onze tuin aan de spaghetti.

En de rode wijn.

En daarna aan de katten.

Het werd al met al behoorlijk fysiek.

„Ja”, zei ze vanaf het gazon, „met katten ben ik anders dan met mensen.”

„Gelukkig wel”, zei ik.

Mijn vriendin zei dat onze katten wel wat gewend waren, murw gebeukt als ze waren door onze dochters.

Ik vertelde over al die keren dat ze in kinderwagens waren gepropt en rondgereden, dat was dan ook meteen mijn beste anekdote want kattenverhalen interesseren me weinig.

Mijn vriendin vertelde dat onze Jozef haar door het hele dorp achtervolgde als ze ergens moest zijn.

„O, Jozef, welke is dat?”, vroeg onze vriendin.

„Die waar je bovenop ligt”, hielp ik, „die zwarte.”

Nou, zo kende ze ook nog wel een paar verhalen.

Een glas later vertelde ze dat ze zeker wist dat haar poes, ze had hem de naam ‘Snuffel’ gegeven, haar bewust had uitgezocht.

„Ze zocht gewoon een soortgenoot.”

Snuffel was ongevraagd haar huis binnengekomen en was op de bank gaan liggen. En daar was ze blijven liggen.

„Heel af en toe gaat ze nog naar het echte baasje om bij te eten, daarna komt ze weer terug.”

Het was stilzwijgend geaccepteerd.

Ze had zelfs een kattenluikje laten maken.

Het was niet echt een heel spannend verhaal, gaf ze toe, maar in het winderige Uitgeest was haar opeens de ongemakkelijke gedachte bekropen dat ze die buurvrouw niet had verteld dat ze op vakantie was gegaan.

„Wat vinden jullie, moet ik haar bellen om te vragen of ze op haar eigen kat wil passen? Of is dat vreemd?”

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.