‘Ik werd wakker en wist: dit is mijn laatste dag’

Iedereen heeft verschillende identiteiten. Hoe worden we wie we zijn? Deze week: Gijs Goosen (21) uit Veghel, die doodziek is geweest en een cruiseschip wil besturen.

Foto Dieuwertje Bravenboer

‘Ik hou ervan om de wereld te zien. Thuis hebben we een motorboot, veertien meter lang, voor Nederland best een flinke. Ik hielp van jongs af aan graag mee met varen.

„Op de middelbare school deed ik een snuffelstage bij een cruiseterminal in IJmuiden. Bagagecontrole, meelopen met de roeiers – de mensen die de trossen aan wal brengen en om de bolders leggen. Ik vond het zó mooi, die binnenkomende en uitgaande schepen.

„Na mijn eindexamen ben ik begonnen aan een opleiding voor maritiem officier, eerst in Rotterdam en later in IJmuiden, waar meer nadruk ligt op sturen en navigeren. Afgelopen zomer heb ik stage gelopen bij de Holland Amerika Lijn. Echt ontzettend gaaf. Zes weken op de brug, zes weken in het motorruim. Ik ben in Catania geweest, Split, Dubrovnik, Barcelona, Valletta, Gibraltar.

„Klantcontact vind ik ook leuk, daarom heb ik gekozen voor een cruiserederij. Je hebt mooie pakjes aan, strepen, dat interesseert de passagiers. Op vrachtschepen ben je maar met zes tot elf man, daar moet je het dan een half jaar mee doen.

‘Twee jaar geleden werd ik ziek. Drie keer naar het ziekenhuis gegaan, drie keer weer naar huis gestuurd, er was ‘niets aan de hand’. Tot een iets slimmere dokter doorkreeg dat ik doodziek was. Ik had onzettend veel pijn, zware druk op de borst, steken. Morfine hielp niet. Ik kwam op de intensive care, zo aan de pijnstillers dat ik de dolfijnen uit de vloer zag komen.

„Het was een ontsteking van een hartzakje. Normaal krijg je dat als je 65, 70 jaar bent en is het na drie weken over. Bij mij was het verloop anders, ze denken dat mijn immuunsysteem te heftig op de ontsteking heeft gereageerd. Uiteindelijk heb ik driekwart jaar in het ziekenhuis gelegen. Op een gegeven moment ben ik met spoed geopereerd omdat het anders mijn laatste dag was.

„Ik wist dat dat zo was. Heel raar, dat kun je denk ik alleen begrijpen als je het zelf hebt meegemaakt. Ik werd wakker, het was een woensdag, en ik gaf de hoop op. Mijn hartslag was al drie weken 160, dat is topsportniveau, en die dag nóg hoger. Je zag op mijn buik mijn hart kloppen. In drie weken was ik twaalf kilo afgevallen. Ik kon niks eten, niks drinken, mijn ogen deden pijn.

Ik heb getwijfeld of ik zou stoppen met school, maar in het ziekenhuis zeiden ze dat dat niet hoefde. Ik ben gezond, ik heb geen zwak hart, hoef niet op te passen met stress.

„Mijn opa was er op dat moment. Ik zei tegen hem dat ik de hoop opgaf. Ik zag hem huilen, dat deed me ontzettend veel. Zelf had ik er op dat moment vrede mee, ik wilde alleen dat de pijn ophield.

„In de middag kreeg ik te horen dat ik met spoed naar een ander ziekenhuis ging zodat ik ‘binnen kantooruren’ geopereerd kon worden. Mijn moeder zei later dat ze het zo gezegd hebben om niet te hoeven zeggen hoe slecht het ging. Tijdens de operatie ben ik bij bewustzijn gebleven. Ze zijn met een naald door mijn ribben gegaan en hebben dat hartzakje lekgeprikt. Er werd een drain aangelegd. Twee weken later was er tweeënhalf à drie liter vocht afgetapt. Terug in het eerste ziekenhuis zeiden ze: Meneer Goosen, dat u nog leeft is echt een wonder.

‘Het vocht was weg maar de ontsteking bleef terugkomen. Tot ik in het Radboudziekenhuis in Nijmegen een middel kreeg dat hielp. Ik gebruik het nog steeds. Na twee jaar ben ik een keer gestopt om te kijken of mijn lichaam zonder kon – binnen drie dagen lag ik weer in het ziekenhuis. Er is nog een kans dat ik eroverheen groei, maar volgens de artsen kan ik er beter van uitgaan van niet.

„Ik heb getwijfeld of ik zou stoppen met school. In het ziekenhuis zeiden ze dat dat niet hoefde. Ik ben gezond, ik heb geen zwak hart, hoef niet op te passen met stress. Eén keer per dag moet ik een spuit zetten, dat is alles.

„In het begin wilde ik het niet hebben over wat er was gebeurd. Vooral niet over de dag die voelde als mijn laatste. Dat je het opgeeft. Nu praat ik er steeds makkelijker over. Als je het blijft herhalen ga je het accepteren. Ik heb het wel gehaald.

„Mijn vriendin kende ik net een maand toen ik ziek werd. Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht. De tijd met haar en met mijn familie ben ik meer gaan waarderen. Varen bij de Holland Amerika Lijn blijft mijn droom. Daar zie ik mijn toekomst.”