Reportage

Hoe Turkije en Rusland Syrische huurlingen ronselen voor het Libische front

Syrische huurlingen in Libië Syrische strijders worden geronseld om als huursoldaaten te vechten aan het front in Libië. Zowel Turkije – dat de regering in Tripoli steunt – als Rusland – op de hand van de rivaliserende krijgsheer – is hier nauw bij betrokken. Huurlingen uit beide kampen vertellen NRC over hun ervaringen.

Een Syrische huurling, gewond geraakt in de Libische oorlog, in een ziekenhuis in Istanbul. Hij wilde niet herkenbaar in beeld.
Een Syrische huurling, gewond geraakt in de Libische oorlog, in een ziekenhuis in Istanbul. Hij wilde niet herkenbaar in beeld. Foto Melvyn Ingleby

Naakt ligt een Syrische man in een ziekenhuisbed in Istanbul. Uit zijn linkerheup steekt een stuk metaal dat zijn botten bij elkaar moet houden. Stinkende lappen verband bedekken zijn buik en borstkas. Zijn uitgemergelde lichaam is bezaaid met littekens van diepe kogelwonden.

„Zo ligt hij hier al vijf maanden”, vertelt een vriend die verdwaasd aan het bed staat. De 23-jarige man werd volgens hem half februari opgenomen in dit Turkse staatsziekenhuis. Zijn bekken, borstkas en handen zijn doorzeefd met kogels. Die verwondingen liep hij niet op in Syrië, maar in Libië, waar hij door de Turken naartoe werd gestuurd om te vechten in een oorlog die niet de zijne is.

Eind vorig jaar sloot Turkije een maritiem en militair verbond met de internationaal erkende Libische regering in Tripoli (GNA). Dat bondgenootschap is bedoeld om Turkse energiebelangen in de regio veilig te stellen en de GNA te steunen in haar strijd tegen de Libische krijgsheer Khalifa Haftar. Om Turks bloed te sparen, zette het Turkse leger in op het gebruik van drones en liet het de strijd aan het front over aan duizenden Syrische huurlingen. Daarop stuurde Haftars bondgenoot Rusland eveneens vliegtuigladingen Syrische strijders – afkomstig uit het gebied dat onder controle staat van president Assad. In nog geen half jaar is de Syrische proxy-oorlog zo overgeheveld naar de Libische oorlog.

NRC sprak met Syrische huurlingen aan beide zijden van het Libische conflict. Hun rekrutering ging gepaard met grote misstanden. Zo zijn er minderjarigen onder de strijders, worden de Syriërs onder valse voorwendselen naar Libië gelokt en blijft de beloofde betaling vaak uit.

Verwoestingen in Tripoli na gevechten tussen de Libische regering (GNA) en troepen van Haftar.Foto Mahmud Turkja/AFP

Een gouden deal

„Iedereen heeft ons bedrogen”, verzucht een tweede Syrische huurling in het ziekenhuis in Istanbul. Net als de 23-jarige in de kamer naast hem raakte hij zwaargewond in de slag om Tripoli. Zijn matras is besmeurd met opgedroogde bloedvlekken. „De dokters hier kijken nauwelijks naar ons om”, verklaart hij. „En dat terwijl wij voor Turkije ons leven waagden.”

Lees ook Generaal Haftar steeds verder in het nauw gedreven

De 36-jarige man is de eerste Syrische huurling die uit Libië is teruggekeerd en zijn ervaringen in persoon laat optekenen door een westerse journalist. Eerdere berichtgeving over de strijders stoelde vooral op telefoongesprekken. Uit angst voor represailles wil de man alleen onherkenbaar in beeld en niet met zijn naam in de krant. NRC beschikt over zijn volledige naam en over opnames van de gesprekken.

De afgelopen drie jaar vocht deze strijder aan de zijde van de Sultan Murad Brigade, een Syrisch-Turkmeense militie die nauw samenwerkt met Turkije in het noordwestelijke deel van Syrië, dat nog niet is heroverd door Assad en zijn bondgenoten. Begin januari kreeg hij bezoek van een van zijn commandanten, Ouraba Idris, die hem een gouden deal beloofde: ga met de Turken naar Libië en je ontvangt 2.000 dollar per maand. Raak je gewond, dan krijg je 35.000 dollar. Mocht je overlijden, dan krijgt je familie Turks staatsburgerschap.

„Ik dacht aan mijn vrouw en kinderen”, aldus de strijder, die van zijn salaris in Syrië nauwelijks kon rondkomen. Toen de commandant ook nog eens dreigde zijn huis af te nemen als hij zou weigeren, ging de strijder overstag. „Ik vroeg nog wel of er oorlog in Libië was, maar onze commandant zei dat we alleen Turkse olie-installaties zouden hoeven te verdedigen. Dus ging ik maar akkoord.”

De volgende dag vertrok de man met ruim driehonderd anderen naar de Turkse grensstad Kilis. Vandaaruit werd hij naar eigen zeggen door de Turkse geheime dienst via Gaziantep overgebracht naar Istanbul en op een vliegtuig gezet. Op 9 januari landde hij rond zes uur ’s ochtends op de luchthaven van het Libische Misrata, die dienstdoet als militaire basis voor de Turken en de GNA.

Bij aankomst werden de huurlingen ontvangen door Fahim Issa, een bevelhebber van de Sultan Murad Brigade die volgens de strijder alles nauw coördineerde met de Turken. De eerste dag verbleven de mannen zonder eten of drinken in een verlaten loods. Vervolgens werden ze naar hun slaapverblijf gebracht, maar ook daar mochten de Syriërs zich niet vrij bewegen om te voorkomen dat ze te veel zouden opvallen. Het gebruik van mobiele telefoons werd verboden.

Lees ook Turkije troeft Frankrijk af in slag om Libië

Er viel dan ook veel te verbergen. Om de week werden nieuwe vliegtuigladingen Syriërs het Libische strijdtoneel ingevlogen. „Iedereen die wilde komen was welkom”, aldus de strijder. „Ik heb zelfs oude mannen en kinderen van zestien en zeventien jaar gezien. Ze wisten net als ik niet dat we op het punt stonden een oorlog in te gaan.”

Een week na aankomst werden de mannen zonder verdere training naar de frontlinie van Tripoli gestuurd. Libische strijders van de GNA gaven hun rugdekking, de Turken bleven achter op de militaire basis. Aan de andere kant van het front was de pikorde net zo duidelijk. „We vochten vooral tegen jonge mannen uit Soedan, Mauritanië en Tsjaad”, aldus de Syriër. „Russen heb ik nergens gezien.”


Syrische huurlingen gaan via noord-Syrië of Turkije naar Libië


 

‘Officieel niet op de hoogte’

Na vijf weken werd de Syrische huurling neergeschoten door een sluipschutter. Een vriend van hem kwam bij dezelfde aanval om het leven. Na een eerste operatie in Libië werd de strijder op 23 februari overgevlogen naar het ziekenhuis in Istanbul. Zijn beloofde salaris van 2.000 dollar, dat volgens hem in werkelijkheid neerkwam op 1.500 dollar, is al vier maanden niet meer uitbetaald. Van de beloofde compensatie van 35.000 dollar kwam niets terecht. „We zijn voorgelogen”, zegt de gewonde strijder. „Ik vertrouw helemaal niemand meer.”

De Turkse ministeries van Defensie, Gezondheid en Buitenlandse Zaken zijn gevraagd te reageren op dit artikel. Alleen dat laatste ministerie stemde in met een telefonisch interview, maar daarin weigerde adjunct-directeur-generaal voor Libië Volkan Isikci in te gaan op de kwestie van Syrische huurlingen.

„Ik heb daar geen informatie over”, aldus Isikci. „Turkije is officieel geen onderdeel van het verkeer in huurlingen.” Gevraagd naar het transport door de Turkse geheime dienst zegt de diplomaat dat hij daar „officieel niet van op de hoogte is”. Vragen over uitstaande betalingen verwijst hij door naar de GNA, maar Isikci wil ontkennen noch bevestigen dat de internationaal erkende regering in Tripoli inderdaad contracten afsloot met Syrische milities.

„Niemand neemt verantwoordelijkheid”, aldus Bassam al-Ahmad, de directeur van Syrians for Truth and Justice, een mensenrechtenorganisatie die uitgebreid onderzoek deed naar de rekrutering van Syrische huurlingen voor Libië. Volgens hem staat het vast dat „vele duizenden” Syrische strijders via Turkije naar Libië zijn gestuurd. Dat kan niet gebeurd zijn zonder betrokkenheid van de Turkse regering.

We zijn voorgelogen. Ik vertrouw helemaal niemand meer

Syrische huurling (36) die vocht in Libië

Om dat te verbergen zijn de Syriërs op een zo omslachtig mogelijke manier gerekruteerd, aldus Ahmad. Zo besteedde het Turkse ministerie van Defensie de werving volgens hem deels uit aan het Turkse veiligheidsconsultancybureau Sadat, opgericht door gepensioneerd generaal Adnan Tanrıiverdi, die niet geheel toevallig ook een voormalig adviseur van president Erdogan is. Betaling van de huurlingen wordt grotendeels verzorgd door de GNA, zegt Ahmad, al valt volgens hem niet uit te sluiten dat Turkije een deel van dat geld via omwegen terugbetaalt.

Ook de Russische regering houdt zich van de domme, terwijl de aan het Kremlin verbonden huurlingenfirma Wagner vliegtuigen vol Syriërs naar Libië stuurt. Dat proces werd in mei versneld toen Turkije veel terreinwinst boekte in Libië, meldt persbureau Reuters. Ahmad schat dat Rusland haar bondgenoot Haftar van zo’n drieduizend Syrische strijders heeft voorzien.

Lees ook Erdogans expansiedrift op zee

NRC wist eind juni kort contact te leggen met een van die huurlingen. De strijder verbleef destijds op de Russische luchtbasis Hmeimim in Syrisch regimegebied. Hij bevestigde door de Russen te zijn gecontracteerd en zei een voorschot te hebben gekregen van 500 dollar. Dat is een fortuin in het straatarme Syrië, wat meteen de drukte op de luchtbasis verklaart. „Er zitten hier honderden mensen uit alle delen van het land”, vertelt de huurling telefonisch. „Iedere dag vertrekt er een vliegtuig met tweehonderd strijders.” Kort na het gesprek was de man onbereikbaar. Zijn zus heeft bevestigd dat hij is aangekomen in Libië.

Ook het regime-Assad pikt een graantje mee in de huurlingenindustrie. Zo werd bovengenoemde strijder gerekruteerd via een informant van de Syrische geheime dienst, die een commissie van 100 dollar wist af te romen voor ‘papierwerk’. Op voorwaarde van anonimiteit stemde de informant in met een interview. De redactie kent zijn naam en heeft de opname van het gesprek.

De man bevestigt dat hij voor de Syrische inlichtingendienst werkt en betrokken is bij de rekrutering van huurlingen. „Veel jonge jongens zien het wel zitten om naar Libië te gaan,” zegt hij, „want de Russen bieden 1.000 dollar per maand”. Gevraagd wat de strijders in Libië gaan doen, komt hij met precies dezelfde smoes als de door Turkije gesteunde Syrische rebellenleiders. „Ze gaan er niet heen om te vechten, maar om olie-installaties te bewaken”, zegt hij. „Niets meer en niets minder.”

Syrische huurlingen, gewond geraakt in de Libische oorlog, in een ziekenhuis in Istanbul. Ze wilden niet herkenbaar in beeld.
Foto’s Melvyn Ingleby

Ronselpraktijken

Net als aan Turkse zijde blijken sommige „jonge jongens” die met de Russen in Libië meevechten minderjarig. NRC sprak aan de telefoon met de oudere broer van een zeventienjarige jongen die naar Libië vertrok. Ook dit gesprek is opgenomen en de namen van de twee broers zijn bekend bij de redactie.

„Ik had hem zo gewaarschuwd”, verzucht de grote broer, die begin juli lucht kreeg van de ronselpraktijken. „Maar je weet hoe het gaat bij tieners. Misschien was hij verliefd op een meisje, wilde hij zijn mannelijkheid bewijzen. Daar hebben deze mensen gebruik van gemaakt. Ze hebben hem een illusie voorgehouden.”

De man steunt het regime van Assad, maar is razend op diens handlangers die zijn broer rekruteerden. „Een kind mag niet eens een contract tekenen”, sist hij. „Mijn broertje heeft geen flauw idee wat er in Libië gebeurt. Hij weet niet eens wie Haftar is. Ik ben bang dat hij nooit meer terugkomt.”

De man ziet het vertrek van zijn broertje als een grote schande voor de familie. „We hebben het vaderland altijd gediend en zijn tegen buitenlandse inmenging in Syrië”, zegt hij, voor het gemak vergetend dat Assad slechts overeind bleef dankzij Russische en Iraanse steun. „Het is absurd dat wij hetzelfde doen in Libië. Wat mij betreft is iedereen die andermans oorlog uitvecht een crimineel.”

In het ziekenhuis in Istanbul heeft de 36-jarige strijder eenzelfde nare bijsmaak overgehouden aan zijn huurlingenbestaan. Op bed steekt de man een zoveelste sigaret op met zijn Atatürk-aansteker. „Vroeger vochten we tenminste nog voor onze revolutie”, zegt hij verbitterd. „Inmiddels zijn we niets meer dan knechtjes van Turkije. Ik zweer dat ik hierna nooit meer een wapen oppak.”

De man wil terug naar zijn vrouw en kinderen in Syrië, maar hoopt nog op de beloofde compensatie. Het probleem is alleen dat zijn contract in handen is van de Sultan Murad Brigade. „Onze bevelhebbers doen ineens alsof we niet meer bestaan”, zegt de afgedankte huurling. „Ons leven is niets meer waard.”

In de kamer naast hem ligt de uitgemergelde 23-jarige man zachtjes te huilen. Volgens de vriend die aan zijn bed staat, denkt hij alleen nog maar aan zijn familie in een vluchtelingenkamp in Idlib. Kronkelend van pijn klampt de naakte jongen zich vast aan de rand van het bed. Zijn ribben schokken op en neer terwijl hij telkens herhaalt: „Ik wil terug naar Syrië. Ik wil terug naar Syrië. Ik wil terug naar Syrië.”