Een talent voor vriendschap

De laatste bladzijde In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Wilfried Uitterhoeve (1944-2020) uitgever en historicus, was grenzeloos geïnteresseerd.

Wilfried Uitterhoeve vorig jaar in zijn tuin.
Wilfried Uitterhoeve vorig jaar in zijn tuin. Foto privé-archief

Er kwam altijd een moment dat hij er genoeg van had. Dan stommelde hij naar de keuken, begon alvast met afwassen. Hij verklaarde nog wat te willen werken of dat hij weer vroeg op moest. Wilfried Uitterhoeve genoot volop van gezelschap, lange gesprekken over boeken, muziek, reizen, vriendschappen. Maar op een zeker moment, meestal na een uur of drie, was hij voldaan en taaide hij af. Zelfs tijdens zijn eigen feestjes kneep hij er altijd even tussenuit. Dan vond je hem ergens buiten, rustig turend in de verte, alsof hij even stond op te laden. Stefan Kunz, die de laatste jaren met hem in één huis woonde, denkt wel eens: „Hij wilde zo goed luisteren, dat hij op een gegeven moment gewoon verzadigd was.”

Dat was Uitterhoeve: grenzeloos geïnteresseerd, energiek en sociaal, maar ook onpeilbaar, eigenzinnig, soms op het solitaire af. Tijdens wandelingen liet hij zich met opzet even afzakken, om een uurtje in stilte te kunnen lopen.

Wilfried Uitterhoeve bij zijn ouderlijk huis in 1960. Foto privé-archief

Uitterhoeve groeide op in Stoppeldijk, een katholiek dorp in Zeeuws-Vlaanderen. Als kind zonderde hij zich al graag af, herinnert zus Ceciel Uitterhoeve zich. „Gingen zijn broers stekelbaarsjes vangen, dan zat Wilfried in zijn eentje ergens te lezen.” Hij begon aan een opleiding tot priester, maar staakte die toen hij op vijftienjarige leeftijd, zoals hij het zelf graag vertelde, zijn „roeping verloor”.

Drie jaar later verhuisde hij naar Nijmegen voor een rechtenstudie, om daar vooral op te gaan in het studentenleven. Hij bloeide er op en maakte er vrienden voor het leven, raakte betrokken bij de Studenten Vak Beweging en werd voorzitter van de Nederlandse Studenten Raad. Hij werkte enkele jaren als advocaat in Rotterdam, kwam in 1974 bij de Socialistische Uitgeverij Nijmegen (SUN) en gaf in de jaren tachtig rechtencolleges in Eindhoven. Maar de rode draad bleef de SUN – hij werd er in 1989 redacteur en begeleidde tot zijn pensionering in 2001 talloze boeken.

Auteurs waardeerden de manier waarop hij een manuscript kon structureren, maar ook van zijn eigen ambities maakte hij geen geheim. Aan het eind van zijn leven, zo zei hij vaak, wilde hij minstens „een metertje boeken van eigen hand” in de kast hebben staan. Pas na zijn pensionering kwam hij er goed aan toe, maar toen ging het dan ook rap. Zijn proefschrift over staatsman Cornelis Krayenhoff werd gevolgd door tal van andere boeken, vooral over de Bataafs-Franse tijd en de Nijmeegse geschiedenis. Hij was nauw betrokken bij een reeks historische stedenatlassen. Zijn laatste boek, over de zaak-Johan van Oldenbarnevelt, verscheen vorig jaar en kreeg lovende recensies. In zijn werkkamer staat ruim meer dan een „metertje” als bewijs.

Vaak was hij al vóór een boek af was bezig met het volgende. Met dezelfde gretigheid kon hij genieten – van mooie kleding en hoeden, wijn en sigaren, maar vooral van kunst, films en klassieke muziek. En mooie mannen: hij mocht er, zowel nieuwsgierig als verlegen, graag naar kijken. Hij las haast onafgebroken: om 6 uur de eerste krant, dan meerdere boeken, ’s middags de volgende krant, ’s avonds weer boeken.

Ondertussen koesterde hij ook zijn hechte vriendengroep, zegt vriendin Mayke van Dieten. In zijn met het hare verbonden huis kwamen voortdurend gasten. Weken zaten vol: twee avonden eetgroep, een vrijdagmiddagborrel, fietsochtend, filmbezoek. En dan waren er nog de vele reizen: cultuurtrips naar Europese steden, zeilen, wandelen in de Alpen.

Uitterhoeve bewees dat vriendschap niet begrensd hoeft te zijn door leeftijd. Hij omringde zich graag met jonge mensen – van wie ik er een was. Met aanstekelijk enthousiasme vertelde hij over geschiedenis, natuur of taal. Stefan Kunz: „Dan liep je door een stad, en wist hij over elke gevel wel een verhaal te vertellen.”

Hij luisterde altijd aandachtig naar anderen. Van Dieten merkte dat ook aan de vele reacties die ze kreeg na de overlijdensadvertentie. Sommige mensen hadden hem maar een of twee keer ontmoet, maar herinnerden zich hem goed. „Hij gaf je altijd het gevoel bijzonder te zijn”, schreef iemand. Tegelijkertijd maakte hij graag mild ironische, soms naar valsheid neigende opmerkingen. Vaak schrok hij dan van zichzelf en volgde er een haast bakvisachtige, hinnikende lach. Ook om zijn eigen ongeduld, zijn slordigheid en ijdelheid kon hij uitbundig lachen.

Uitterhoeves laatste reis met vrienden ging begin maart naar Zuid-Frankrijk. Een beginnende griep bleek hardnekkig en een bezoek aan het ziekenhuis in Avignon noodzakelijk. Na de diagnose Covid-19 zou hij in Avignon nog bijna vijf weken beademd worden. Toen bleek het virus zijn longen te zeer te hebben beschadigd. Op 20 april overleed hij.

Je kunt je moeilijk voorstellen dat een leven veelzijdiger, voller kon zijn geweest. Maar hij was niet klaar. Er waren nog boeken te schrijven, twee verschijnen er postuum. Hij wilde de processtukken van Van Oldenbarnevelt nog vertalen. Van Dieten: „We waren ook nog niet klaar met hem.”