Recensie

Recensie Boeken

De oceanen over tussen vogels en wieren

In een zoute zeevertelling doet bioloog Rob Biersma gedetailleerd verslag van zijn lange zeiltocht via de Azoren naar Suriname.

Blik vanuit de kajuit, op het achterschip van Rob Biersma.
Blik vanuit de kajuit, op het achterschip van Rob Biersma. Foto Collectie Rob Biersma

Stel, je steekt de oceaan over naar Suriname, per zeilboot. Zou je dan meer hebben aan een koelkast of een kruimelzuiger? Rob Biersma zeilde tussen juli 2016 en juli 2017 in zijn eentje op zijn boot Rissa via de Azoren en de Canarische Eilanden naar Suriname en via de Caraïben weer terug. Geen koelkast aan boord, wel een kruimelzuiger. Die eerste vreet stroom, het kleine zonnepaneel op het dek zou dat niet kunnen bijbenen. Die tweede is handig als je kakkerlakken tegenkomt in de kajuit.

Vrijwel dagelijks hield Biersma zijn familie en vrienden per mail (op zee verstuurd via satelliet) op de hoogte van wat hij beleefde. Die mails zijn gebundeld in Scheepsberichten. Het boek leest als de zeiltocht zelf. In etappes leidt Biersma de lezer van dagen en nachten met stevige wind en amper slaap naar saaie windstille dagen. Eenzame dagen in een eilandhaven worden afgewisseld met niet-eenzame dagen op de oceaan waar Grote pijlstaartvogels en dolfijnen hem vergezellen.

De ontmoetingen met vogels, vissen, wolken en wieren krijgen veel aandacht. Biersma is bioloog – en voormalig wetenschapsredacteur van NRC. Hij beschrijft hun uiterlijk, hun gedrag, waarom het logisch is of juist gek dat hij ze hier tegenkomt. Het wemelt in het boek ook van de scheepstermen.

Biersma is een ervaren zeezeiler, aan alles lees je dat hij zich perfect heeft voorbereid. Wat er voorhanden is aan zeekaarten en weerberichten heeft hij paraat, aanvullend laat hij zich informeren door het thuisfront. Er is apparatuur om de boot op koers te houden als hij slaapt en hem te wekken als er een boot ‘dichtbij’ – vijf mijl afstand is op open oceaan al dichtbij – komt.

‘Land’

Het is regelmatig spannend. Al tussen Engeland en de Azoren breekt een van de stagen, een staaldraad die de mast op zijn plek houdt. ‘Dit is ronduit een ramp. Ik moet onmiddellijk naar land.’ Maar ‘land’ is nog een paar dagen weg. Halverwege het boek, bij de aankomst in Suriname, kan hij een boei die veilig diep vaarwater aangeeft aan het begin van de Surinamerivier niet vinden. Met slecht zicht en een stevige stroming van modderig en soms ondiep water moet hij uren varen om hem te vinden ‘Ik moest huilen van angst, van uitputting en tegelijkertijd van geluk. Ik had hem gevonden!’

Maar waarom ging hij? Wat hoopte hij onderweg te vinden? Biersma is een observator, Scheepsberichten is geen dagboek waarin zielenroerselen een plek hebben, meer een logboek van wat hij ziet en doet. ‘Solovaren maakt dat je hoofd soms gaat malen’, schrijft hij kort na zijn vertrek. Hij is zijn pet verloren en hij blijft maar denken dat hij de pet toch uit het water had moeten vissen. Maar dat is het wel qua ‘malen’.

Biersma’s details zijn fijn. Irritant lekkende raampjes die hij dichtklemt met een doek – tevergeefs. Dagenlang bloot in de kuip zitten, omdat zelfs de onderbroeken prikken van het zout. Een blik erwtensoep dat hij in Nederland inpakte en bewaarde tot een winderige, regenachtige dag in mei – het vertrek was in juli. Een kleine teenoperatie midden op zee. Zo blijft deze zoute zeevertelling plakken.