Recensie

Recensie Beeldende kunst

De kunst van Jennifer Tee is een goede plek voor slangen

Tentoonstelling ‘Falling Feathers’ van Jennifer Tee is als een sjamanistisch oord, met slangen, eieren en veren die op boten lijken. De expositie is een reis naar een spiritueel universum.

Jennifer Tee, ‘Collage #2’ (2018)
Jennifer Tee, ‘Collage #2’ (2018) Foto GJ van Rooij.

De slang is een van de meest mysterieuze dieren in de kunstgeschiedenis. Als je er een ziet, dan kan dat zowel goed als slecht nieuws zijn. Enerzijds heeft de slang slechte pers door de zondeval en hij wordt dikwijls geassocieerd met de onderwereld waar het zo koudbloedig en pootloos heen glijdt. Anderzijds treedt het in verschillende culturen op als symbool van vruchtbaarheid, wijsheid, geneeskunde en vertegenwoordigt het maar liefst alle vier de windstreken.

Een veelzijdig dier dat gemakkelijk van het een naar het ander kronkelt. Speelt het daarom een rol in de beeldtaal van kunstenaar Jennifer Tee? Haar werk gaat al langere tijd over de ziel in limbo. Daarmee doelt ze niet op het voorgeborchte van de hel maar op algemener grensgebieden, schemerend tussen wat hier is en wat mogelijk zou kunnen bestaan.

Lees ook: ‘Na je dood leef je in anderen voort’

Ontstaansproces

Dat schemergebied zet de toon in haar tentoonstelling nu op de zolder van Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden. Het lijkt een alchemistisch lab of sjamanistisch oord, met slangen, eieren, veren die op boten lijken, bollen die doen denken aan de standen van de maan. De onderliggende museumverdiepingen tonen porseleinen pronkstukken die uit China reisden of uit opgravingen zijn gered, Tee daarentegen laat een reis zien naar een spiritueel universum. Om dat universum ook universeel te laten aanspreken, verdiept ze zich in symbolen uit allerlei tijden en culturen, als geleiders van betekenissen. Een goede plek voor slangen.

Zeven installaties telt de expositie. Onder een grote barokke schelp bungelt een reusachtig ei, rond een kleed liggen bruine keramische vormen die ruw zijn of juist onder die aardekleur pastelkleurig glanzen, als stadia in een ontstaansproces. En op een grote wand hangen die kronkelende slangen tussen foto’s van objecten waartussen magnesiumachtige lichtflitsen ontbranden.

Jennifer Tee, Falling Feathers, white (2009, porselein, houten structuur, 280 x 140 x 120 cm) Foto GJ van Rooij

Mystiek

Eind juni werd bekend dat Tee de Amsterdamprijs voor de Kunst (35.000 euro) won, de jury prees de originaliteit van haar veelzijdige kunstenaarschap en had zelfs geen behoefte gehad om andere genomineerden voor te dragen. Zelf werkzaam in Amsterdam is Tee er bekend van haar bootvormige tulpencollage bij metrohalte Centraal Station en ze exposeert internationaal. Op het moment van bekendmaking stond deze tentoonstelling al, in een toepasselijk museum omdat ook zij zich van keramiek bedient. Daar maakt ze een mystiek proces van. Zoals de slang zijn huid aflegt om een nieuwe gedaante te krijgen, kan een kunstenaar vormeloze klei transformeren tot glanzende harde of juist ruwe aardse keramiek. Dan lijkt een doodgewone kleioven zomaar een doorgang te kunnen worden naar het limbo voor dolende zielen.

Dat soort dubbelheden passen bij Tee die niet aan veel uitleg doet, al zou je dat soms wel wensen. In plaats daarvan kiest ze symbolen die tot een collectief bewustzijn zouden kunnen behoren – vogels, eieren, er zijn boeken over volgeschreven. Maar deze expositie hult zich in een serene zwijgzaamheid. Geluidloos kronkelen de happende slangen op een achterwand, lijken de veren te zweven, hangen terracotta dode vogels aan een langzaam ronddraaiende mobiel waar afgietsels van menselijke gebitten op zitten. Laten we hopen dat het lot van de eigenaren van die tanden in goede handen is in dat limbo, aangestuurd vanuit deze krakende museumzolder hoog boven de stad.