Opinie

Coronaproof op vakantie

Frits Abrahams

‘Waar zullen we nou eens heengaan met vakantie?”, vroeg mijn vrouw. We waren wel aan vakantie toe, want we hadden net die weemakende strijd aan de top van het CDA achter de rug.

Twee kandidaten die een hoop dure zendtijd van de publieke omroep vermorsten door een debat aan te gaan, waarin ze hun uiterste best deden om zich juist níet van de ander te onderscheiden. Geen wonder dat ze bijna evenveel stemmen kregen. Hugo de Jonge sprak langere zinnen uit dan Pieter Omtzigt – dat was het belangrijkste verschil. En, o ja, De Jonge sloot samenwerking met Forum voor Democratie expliciet uit, en Omtzigt niet – die vond dat Forum zich al buitengesloten hád. Als Omtzigt gewonnen had en vervolgens tóch zou samenwerken met Forum, kon hij altijd zeggen dat hij ze nooit had uitgesloten.

Het enige aardige aan die CDA-verkiezing was na afloop de reactie van relrechts Nederland: diepe droefenis. Een slag voor Nederland! De democratie beschadigd! Schande! Hoe komen we hier nog bovenop?

Omtzigt verweet zichzelf dat hij die paar honderd stemmen niet had binnengehaald. Hoe had dat kunnen gebeuren? Het antwoord ligt voor de hand: hij had te veel verkeerde vrienden, de rechtse media hebben hun grote volksheld het verkiezingsgraf in geprezen. Je zult maar unaniem bejubeld worden door De Telegraaf, GeenStijl en The Post Online – dat overleef je als politicus alleen als je Geert Wilders heet, of Thierry Baudet natuurlijk.

Maar De Jonge is nog niet van Omtzigt en diens bewonderaars af. Dat wordt misschien Rita Verdonk revisited. De Jonge zal de wilskracht en het raffinement van Mark Rutte nodig hebben om dat gevaar te bezweren.

„Kunnen we niet naar Zwitserland?” onderbrak mijn vrouw mijn politieke overpeinzingen. Zwitserland, ach, een mooi land, dacht ik, maar om het CDA te vergeten was méér nodig. Iets in Azië misschien? Ze schudde het hoofd, het moest wel coronaproof zijn.

Opeens schoot me te binnen dat De Jonge na zijn overwinning bedroefd tegen Omtzigt had gezegd dat hij hem vanwege corona „geen knuffel” kon geven. „Een knuffel De Jonge-Omtzigt had ik niet kunnen verdragen”, zei ik. „Begin je nou weer over dat CDA”, zei mijn vrouw, „we hadden het over vakantie. Italië dan maar weer eens?” „Wil je me dood hebben?” vroeg ik ontzet. „Portugal dan?” „Idem dito!”

Ik moest denken aan de mensen in onze omgeving, die vertwijfeld de wereldkaart afzochten op zoek naar gebieden waar je jezelf coronaproof in de ondraaglijk hete zon kon roosteren. Griekenland? Je zult maar tussen de vluchtelingen op zo’n godverlaten eiland in quarantaine moeten. Kroatië? Daar beginnen ze misschien oudergewoonte op elkaar te knallen als de situatie hachelijk wordt. Frankrijk? Moet je nu ook in winkels een mondkapje op. Spanje? Enkele gebieden zijn bloedgevaarlijk, in de overige is waakzaamheid geboden.

Denemarken dan maar? Kom je alleen binnen als je zes nachten wilt blijven. Zweden? Afgeraden – bij terugkomst veertien dagen in quarantaine.

„Dus dan kunnen we beter in Nederland blijven”, zei mijn vrouw, „maar waar is het hier straks níet druk?” „Stadskanaal”, zei ik, „daar kunnen nog wel wat toeristen bij. En zullen we nu alvast voor een maandje afscheid nemen van onze lezers?”