Waarom ouders het geslacht van hun ongeboren baby zo belangrijk vinden

Identiteit Veel aanstaande ouders willen weten: is de baby een jongen of een meisje? Ze denken in stereotypes en niet aan de persoonlijkheid van hun kind. „Je bent zwanger van een mensje.

Illustratie Lotte Dijkstra

Toen ik vier maanden lang in de veronderstelling leefde dat ik een dochter zou krijgen, fantaseerde ik over het vlechten van haar haren en het samen spelen met poppen. Ik kocht schattige jurkjes en ja, veel daarvan waren roze.

Bij de geboorte – inmiddels alweer bijna tien jaar geleden – bleek mijn baby een jongen. Het foutje bij de echo, waarop de kans tegenwoordig nagenoeg nul is, leidde ertoe dat ik totaal onthutst in de verloskamer lag. Mijn hoofd tolde. Mijn dochter bestond helemaal niet.

Het is veelzeggend wat het ‘weten’ van het geslacht met mij en mijn verwachtingen over mijn kind deed. Zelf ben ik nooit een typisch ‘meisje-meisje’ geweest. En toch raakte ook ik verstrikt in clichématige fantasieën.

Volgens GZ-psycholoog Merith Cohen de Lara, die is gespecialiseerd in het behandelen van zwangere vrouwen, hoort fantaseren over je kind erbij. „Om de hechting met je kind op gang te brengen is het juist heel erg goed. Maar als je het geslacht weet, fantaseer je wel sneller over het meisje of over het jongetje, in plaats van over de persoonlijkheid van je kind.” We denken vaak in stereotypen, dus kopen we roze, glitters en poppen voor meisjes en blauw, auto’s en soldaatjes voor jongens.

Creëren we zulke verschillende omgevingen omdat we ervan uitgaan dat jongens nu eenmaal van auto’s houden en meisjes van poppen? Of gaan zij van dit speelgoed houden omdat wij hen daarin sturen? Is het nature of nurture?

Hoogleraar neurobiologie Dick Swaab stelt dat die typische verschillen in voorkeuren voor autootjes of poppen al vastliggen en losstaan van sociale invloeden: „Er is veel variatie tussen mensen, maar zulke voorkeuren worden bepaald door de genetische informatie en de hormonen in de baarmoeder. Bij jonge aapjes zien we precies hetzelfde en je kunt natuurlijk niet volhouden dat die voorkeuren ontstaan onder druk van de apenmaatschappij.” Meer nature dus dan nurture.

Wetenschapsjournaliste Asha ten Broeke is ervan overtuigd dat het heel anders zit. „We noemen een meisjesbaby lief, zacht en gevoelig, terwijl we een jongetje sterk vinden, stoer en krachtig. We projecteren die verschillen op de baby.” Dat doen we volgens Ten Broeke door de spullen die we voor een baby kopen, maar ook door hoe we met het kind omgaan. Ze schreef hierover het boek Het idee m/v, waarin ze onderzoeken aanhaalt uit de antropologie, psychologie en genetica. Ten Broeke concludeert dat we als ouders onbewust stereotyperen en dat zo nature ontstaat door nurture. Ze licht toe: „Ik noem het klein seksisme, omdat we op die manier oude rolpatronen in stand houden. Rolpatronen waarin de vrouw zorgt en ondergeschikt is aan de sterke, werkende man. Ik zie het zo: we worden eigenlijk gefopt door onze eigen vooroordelen. We zien het label, en niet het kind.”

Spijt van de gender reveal-trend

Voor een journalistiek project nam ik in april 2020 een enquête af onder ruim 450 jonge en aanstaande ouders in Nederland en Vlaanderen. Ruim 81 procent van hen bleek het geslacht van de baby voor de geboorte te willen weten. Vervolgens hield slechts een enkeling die informatie voor zichzelf. Nagenoeg iedereen mocht het weten. Of zelfs: iedereen móét het weten. Ook in Nederland worden gender reveal party’s gehouden, waarop het geslacht van de ongeboren baby wordt onthuld. Van de groep onderzochte ouders die het geslacht van hun baby met anderen deelt, zei ruim 35 procent die informatie op ludieke wijze wereldkundig te maken. Ruim de helft van hen organiseerde een gender reveal party.

De Amerikaanse blogger Jenna Karvunidis, die in 2008 de trend zette voor de reveal party, zegt er spijt van te hebben. „Wat maakt het uit wat voor geslacht de baby heeft?”, schreef ze een jaar geleden op haar blog. Haar nu twaalfjarige dochter blijkt zich namelijk het liefst in mannenpakken te hullen. „Ik wist toen niet wat ik nu weet: al die aandacht voor het geslacht van het kind negeert het feit dat de mogelijkheden en talenten van je kind niets te maken hebben met wat er tussen hun benen zit”, schreef Karvunidis op haar blog.

Ik denk dat ouders zich goed moeten realiseren wat ze eigenlijk doen met een gender reveal party

Steven Pont, ontwikkelingspsycholoog

Een voorkeur voor een bepaald geslacht komt vaker voor dan je misschien denkt. In de enquête onder de aanstaande en jonge ouders zei 52 procent van de mannen en 58 procent van de vrouwen een voorkeur te hebben of te hebben gehad. „Op het uitspreken van zo’n wens rust een enorm taboe”, stelt Merith Cohen de Lara. „Ik vermoed dat het werkelijke percentage nog veel hoger ligt.”

Zij ziet regelmatig vrouwen die teleurgesteld zijn over het geslacht van hun baby. Ze hunkeren veelal naar een meisje, omdat ze bijvoorbeeld denken dat jongens lastig zijn of omdat ze vervelende ervaringen met mannen hebben gehad. „Ze stikken haast in hun geheim. Ik vraag ze dan: Wat maakt nu dat je dat geslacht wenst? Welke overtuigingen zitten daarachter? Dat vergt een goede analyse voordat we kunnen gaan behandelen.” Die behandeling kan bestaan uit gesprekken, cognitieve gedragstherapie, maar soms ook traumabehandeling.

In de loop der jaren zag Cohen de Lara in elk geval één aspect steeds vaker terug: „Steeds meer vrouwen zijn stereotiep gaan denken. Ik vermoed dat het deels komt doordat we het geslacht van de baby van tevoren kunnen weten. [sinds 2007 wordt de 20-wekenecho standaard aangeboden, waarop het geslacht te zien is.] Daarmee denken we al veel te weten over diens identiteit. Maar feit is: zo leer je niet het kind kennen zoals het is.”

Herkenbaar, toch wel. Eén blik op mijn prachtige zoon was destijds genoeg om over te lopen van liefde. De schok dat ik toch geen dochter had, verdween zodoende naar de achtergrond. Toch heb ik mezelf vaak afgevraagd waarom ik destijds mijn nieuwsgierigheid niet in toom heb kunnen houden. Dan had ik immers die stereotiepe dochterfantasie ook niet gehad. Is het niet beter om het geslacht gewoon niet te weten?

Illustratie Lotte Dijkstra

Asha ten Broeke zegt „geen fan” te zijn van gender reveal party’s. Volgens haar scheep je met zo’n onthullingsfeest het kind op met stereotiepe verwachtingen. Dat is, zegt Ten Broeke, in het beste geval niet nuttig, maar in het slechtste geval schadelijk voor de ontwikkeling van een kind. „Hoe dan ook is het niet erg inclusief voor kinderen die transgender of non-binair blijken te zijn.” Ten Broeke doelt met non-binair op het concept van fluïde mannelijkheid en vrouwelijkheid; tussen man of vrouw-zijn zitten allerlei mogelijkheden.

Gevoelig jongetje

Maar drukken blauw en roze nu echt zo’n stempel op kinderen? Kunnen meisjes die van barbies en prinsessen houden een paar jaar later niet alsnog stoere skaters worden? Is er niet genoeg vrijheid in onze maatschappij om in je ontwikkeling een andere kant op te gaan?

Hoogleraar Dick Swaab bevestigt: „Het is in de mode om het over ‘niet-binair’ en ‘fluidity’ te hebben, maar dat is spelen met woorden. Probeer je kinderen op te voeden met het besef dat er variatie is, in alles. En laten we wel met beide voetjes op de grond blijven staan: het gaat bij genderidentiteitsproblemen over een zeer kleine groep mensen.”

Maar het feit dat je een gender reveal party houdt, zegt eigenlijk al genoeg, vindt ontwikkelingspsycholoog Steven Pont, die meerdere boeken over opvoeden schreef. „Namelijk: dat je van tevoren kenmerken aan het geslacht toewijst. Ik denk dat ouders zich goed moeten realiseren wat ze eigenlijk doen met zo’n feest. In feite creëer je enorme verwachtingen.” Pont illustreert dit met een voorbeeld: „Ik zag onlangs een geboortekaartje met daarop de tekst: Geboren: Bas. We hopen dat het een stoere jongen wordt. Je voelt al aan: als Bas later een gevoelig jongetje is, dan heeft hij het een en ander te overwinnen.”

Lees ook: Transgender? Kinderen denken al stereotiep over geslacht

Zijn advies aan aanstaande ouders: „Als je zin hebt in een feestje kun je ook vieren dat het nog 100 dagen duurt tot de uitgerekende bevallingsdatum. Of dat de baby 43 centimeter is geworden. Het is nogal arbitrair. Ténzij je het heel belangrijk vindt dat je een jongetje of een meisje krijgt. In dat geval kun je je afvragen waarom dat zo is.”

Hoe stellig ze ook is over het genderonderwerp, ook Asha ten Broeke wilde bij de zwangerschappen van haar twee dochters weten wat het geslacht was. „Ik ben ook te nieuwsgierig”, erkent ze. Haar advies: „Het is een heel persoonlijke keuze. Maar hang er gewoon niet te veel aan op. Je bent zwanger van een mensje en dat mensje kun je zien ontwikkelen tot een uniek individu. Benader je kind, of het nu nog in je buik zit of al geboren is, met zo weinig mogelijk vooroordelen en zo veel mogelijk nieuwsgierigheid, liefde en verwondering.”