Real Madrid pakt 34ste landstitel na herstart La Liga

Primera Division De ploeg van coach Zinédine Zidane won met 2-1 van Villarreal. Daarmee is Real, dat na de coronastop snel zijn draai vond, buiten bereik van rivaal FC Barcelona.
Aanvoerder van Real Madrid Sergio Ramos houdt donderdagavond de beker omhoog na de zege van Real bij de wedstrijd tegen Villarreal in Madrid.
Aanvoerder van Real Madrid Sergio Ramos houdt donderdagavond de beker omhoog na de zege van Real bij de wedstrijd tegen Villarreal in Madrid. Foto Rodrigo Jimenez / EPA

Real Madrid is voor de 34ste keer landskampioen geworden in Spanje. De ploeg van coach Zinédine Zidane pakte de titel door met 2-1 te winnen van Villarreal. Met nog één speelronde te gaan in La Liga kunnen de Madrilenen niet meer worden ingehaald door rivaal FC Barcelona, dat in eigen huis met 2-1 verloor van Osasuna.

Zoals vaker dit seizoen was het Karim Benzema die Real op voorsprong zette. In het kleine Estadio Alfredo Di Stéfano, waar de ploeg speelt wegens de verbouwing van Bernabeu, rondde de Franse spits een voorzet van Luka Modric af. Het betekende zijn 20e doelpunt dit seizoen in de competitie. Benzema maakte uit een strafschop ook nog de 2-0, nadat een strafschop in tweeën door Sergio Ramos en de Fransman was afgekeurd. Vicente Iborra verschalkte doelman Thibaut Courtois nog met een fraaie kopbal (2-1).

Barcelona, dat moest winnen en vervolgens nog eens moest hopen op een misstap van Real, kwam in eigen huis vroeg op achterstand. José Arnáiz tikte na een kwartier de 1-0 binnen. De thuisploeg, met Frenkie de Jong als invaller, had lang nodig om op gelijke hoogte te komen. Lionel Messi maakte na ruim een uur spelen uit een vrije trap gelijk. Osasuna eindigde de wedstrijd met tien man omdat Enric Gallego na een elleboog met rood van het veld moest, maar won alsnog door een laat doelpunt van Roberto Torres.

Eerste titel sinds 2017

Voor Real is het de eerste titel sinds 2017. Die vorige werd ook behaald onder leiding van Zidane, die de ‘Koninklijke’ eerder van 2016 tot en met 2018 onder zijn hoede had en toen drie keer op rij de Champions League won. Voor aanvoerder Ramos, die aan zijn vijftiende seizoen bezig is in Madrid, is het de vijfde landstitel.

Real stond bij de hervatting van La Liga op 12 juni twee punten achter op koploper FC Barcelona. De club had net de laatste wedstrijd voor het stilleggen van de competitie vanwege het coronavirus verloren van Real Betis, nadat een week eerder Barcelona met 2-0 was verslagen. Het was de derde nederlaag voor Real, dat moeizaam aan het seizoen was begonnen. Topaanwinst Eden Hazard en aanvaller Marco Asensio waren langdurig geblesseerd en tijdens het seizoen ontbraken ook Gareth Bale en Luka Modric veelvuldig.

Na de coronastop had de ploeg van Zidane echter snel zijn draai gevonden. Alle tien de duels werden gewonnen en vooral Benzema en Ramos zorgden voor belangrijke doelpunten. Barcelona speelde sinds de herstart al drie keer gelijk, raakte de koppositie kwijt en raakte steeds verder achterop. De nederlaag tegen Osasuna deed er zelfs niet meer toe.

‘Mooiste zege’ voor Zidane

Een van de mooiste dagen uit zijn professionele carrière noemde Zidane het behalen van de landstitel. „Na de lockdown en alles daaromheen is dit heel bijzonder.”

„Dit is beter dan al het andere”, regeerde de Franse coach op de vraag of het winnen van deze titel mooier is dan de Champions League-titels die hij van 2016 tot en met 2018 drie keer op rij pakte met Real. „Het kost enorm veel inspanningen om La Liga te kunnen winnen. Het is helemaal fantastisch.”

Aanvoerder Sergio Ramos bedankte de coach voor het behalen van de titel. „Zidane is de sleutel tot deze titel”, zei Ramos, die zelf voor de vijfde keer landskampioen werd met Real. „Hij heeft ons veel vertrouwen gegeven en is een unieke coach.” (ANP)