Recensie

Recensie

Mary Trump moest Donald ten val brengen, schrijft ze in haar wraakboek

Mary L. Trump De nicht van Trump laat in wraakboek zien hoe de president werd gevormd door zijn vader, voor wie alleen zakensucces telde.

President Trump heeft foto’s van zijn ouders in de Oval Office staan.
President Trump heeft foto’s van zijn ouders in de Oval Office staan. Foto Getty Images

‘Natuurlijk gaan testamenten over geld”, schrijft Mary L. Trump in Too much and never enough. „Maar in een familie die maar één munteenheid kent, gaan testamenten ook over liefde.”

De nicht van de Amerikaanse president Donald J. Trump is gepromoveerd klinisch psycholoog, dus ze zal zelf veel beter kunnen uitleggen waarom dit een sleutelzin is dan welke willekeurige lezer ook. Maar tegen de tijd dat die op bladzijde 175 deze zinnen leest, is één conclusie onontkoombaar: de schrijfster hunkert naar de erkenning die haar vader Fred jr. noch zijzelf in de ondernemersfamilie Trump heeft gekregen.

En omdat ze nooit die liefde gekregen heeft – zelfs niet uitgedrukt in de Trumpiaanse munteenheid – zoekt zij met haar boek naar een andere vorm van erkenning. „Zelfs toen ik uiteindelijk begreep dat het mijn grootvader niet uitmaakte wat ik had gepresteerd of bereikt, en dat mijn eigen sprookjesverwachtingen me verlamden, had ik nog het gevoel dat ik het alleen met een Groot Gebaar zou kunnen goedmaken”, schrijft ze. „Ik moest Donald ten val brengen.”

Dus dat is waarom dit boek geschreven is. Dat is waarom Mary, zoals ze uit de doeken doet, op een middag aan het eind van 2017 negentien dossierdozen met financiële informatie uit het kantoor van haar voormalige advocaat „smokkelt” en aflevert bij drie journalisten van The New York Times.

Wraakboek

Niks mis met een wraakboek natuurlijk. Mits het goed geschreven is – en dat is dit. Mits het een helder punt maakt – dat doet dit. En mits het onthullend is. Dat is precies de vraag die na lezing blijft hangen: wat weten we nu méér over Donald Trump dan hiervoor?

Over de financiën van de Trump Organization heeft The New York Times, met dank aan Mary, ons eerder en beter ingelicht dan zijzelf. We wisten dus al dat Donald door zijn vader, patriarch Fred Trump, voortdurend van geld moest worden voorzien om zijn grootse projecten en levensstijl te financieren. Dat hij meer snoever dan succesvol zakenman was.

We wisten ook al dat de Trumps hun financiële huishouding altijd zorgvuldig afschermden uit vrees voor de belastingdienst. Als broer Robert na het overlijden van vader Fred in 1999 tegen de krant zegt dat het bedrijf tussen de 250 en 300 miljoen dollar waard is, wassen de anderen hem de oren. „Je moet nooit, nooit bedragen noemen”, zegt oudste zus Maryanne.

Mary trakteert ons wel op een paar fascinerende details over oom Donald. Ze schrijft dat hij zijn toelatingsexamen voor de prestigieuze universiteit van Pennsylvania tegen betaling liet doen door een vriend (de weduwe van die vriend spreekt dat overigens tegen). Ze schrijft over zijn gierigheid, dat hij Mary een keer een fruitmand gaf waar het blikje kaviaar uit was weggehaald, en een andere keer een merktas met een oud zakdoekje erin: tweedehands. Ze schrijft dat hij haar, 29 jaar oud, in Mar-a-Lago in een badpak ziet en uitroept: „Godsamme Mary, wat een tieten heb jij.”

Stof voor Steinbeck

Is dat een boek waard? Nee, het zijn hooguit pikante terzijdes in een familiegeschiedenis. Maar die familiegeschiedenis is wel stof voor Dostojevski, Mann of Steinbeck. Mary Trump schetst een allerdroevigst portret van haar vader, de oudste zoon die het nooit goed kon doen in de ogen van zijn liefdeloze vader.

Fred jr. had geen belangstelling voor het geestdodende werk van huur-inner dat zijn vader voor hem in gedachten had. Zijn belangstelling ging uit naar vliegen, zijn liefde ging naar een meisje van eenvoudige komaf. Zijn vader kwalificeerde Freds werk als piloot – in de glamourjaren van de vliegerij – als „buschauffeurtje spelen”. Zijn vrouw Linda, Mary’s moeder, moest volgens de Trumps wel uit zijn op Freds geld.

Wat we uitgeserveerd krijgen is de dynamiek van gezinsleden die als satellieten om de zon van Fred sr. draaien. Nooit doet een van die kinderen het goed in zijn ogen. Of als ze het goed doen, dan laat hij het nooit merken. Fred gaat er al snel aan onderdoor. Hij raakt aan de drank, scheidt van zijn vrouw en sterft op 44-jarige leeftijd.

Maar Donald, uiteindelijk de lievelingszoon, is er volgens Mary ook aan onderdoor gegaan. Het vergeefse zoeken naar liefde en bevestiging van zijn vader heeft ervoor gezorgd dat zijn „kwetsbare ego steeds moet worden opgekrikt, omdat hij diep van binnen weet dat hij in het geheel niet is wat hij voorgeeft te zijn”.

De man die zij ten val wil brengen, ligt allang op de grond. Niet voor niets citeert Mary als motto uit Les Misérables van Victor Hugo: „Waar de ziel in duisternis verkeert, zullen zonden worden begaan. De schuldige is niet hij die de zonde begaat, maar hij die het donker heeft gemaakt.” Misschien is dit wel de hardste klap die Mary uitdeelt aan oom Donald: dat haar boek meer over zijn vader gaat dan over hem.