Recensie

Recensie Boeken

Liefde en lijden op het Poolse platteland

In zijn ‘plattelands-roman’ laat de jonge Poolse Jakub Malecki zien hoe het verleden iemands leven kan verstoren, maar ook hoe je het van je af kunt werpen.

Illustratie Paul van der Steen

Ellende overkomt je meestal onverwacht. Bij het lezen van Roest, de negende roman van de jonge Poolse schrijver Jakub Malecki (1982), wordt dat je bijna op iedere bladzijde ingepeperd. Het boek speelt zich af op het Poolse platteland tussen 1939 en 2016 en schotelt je zo veel leed voor dat je na afloop alleen maar nog meer bewondering krijgt voor de weinige personages die er wél in slagen om uit het moeras van verdriet te kruipen waarin ze jarenlang hebben vastgezeten.

Malecki begint zijn roman op een warme zomerdag in 2002. Zijn hoofdpersoon Szymek is dan zeven jaar oud en logeert bij zijn grootmoeder Toska in het boerendorp Chojny, omdat zijn ouders, die in de grote stad wonen, naar een rockconcert in Warschau zijn.

Met zijn vriendje Budzik speelt Szymek langs het spoor. Ze leggen muntjes, schroeven en spijkers op de rails om die door passerende treinen te laten vervormen tot ‘klonters’, zoals ze hun trofeeën noemen. Aan hun plezier komt een abrupt einde als Szymek, teruggekeerd bij zijn grootmoeder, te horen krijgt dat zijn ouders op de terugweg van dat concert met hun Fiat Uno zijn verongelukt.

Zonder dramatisch te doen beschrijft Malecki in mooie sobere en soms melancholieke taal het gevoel van verlatenheid dat zich van het jongetje meester kan maken. Even herkenbaar als ontroerend is bijvoorbeeld de manier waarop Szymek met zijn verdriet en angst omgaat. Zo verstopt hij zijn mooiste speelgoed en Lucky Luke-stripboeken in de wasmachine van zijn grootmoeder, bij wie hij is blijven wonen. Alsof dat speelgoed en die strips het enige intieme vormen dat hij nog bezit. Eenzelfde emotionele band heeft Szymek met zijn favoriete Ninja Turtles T-shirt. Het moet bij de minste vlek gewassen worden. Alsof alleen zo het verleden ongeschonden kan blijven.

Zonder dramatisch te doen beschrijft Malecki in mooie sobere en soms melancholieke taal het gevoel van verlatenheid dat zich van het jongetje meester kan maken.

Aangrijpend is ook dat Szymek, als hij gaat slapen, zijn ene been met een touwtje aan de radiator naast zijn bedje vastbindt, omdat hij bang is dat anders Onze Lieve Heer, die zijn ouders al is komen halen, ook hem meeneemt. Malecki weet die angst van een kind dat zich onveilig voelt subtiel en indringend te verbeelden.

De andere hoofdpersoon in Roest is Toska. Haar leed vindt zijn oorsprong in de Tweede Wereldoorlog. Malecki gaat drieënzestig jaar terug in de tijd om over haar lotgevallen te vertellen en laat zijn verhaal vanaf dat moment langzaam naar het heden kruipen.

Toska is nog kind als Duitse bommen in september 1939 op de boerderij van haar ouders zesentwintig vluchtelingen doden. Nadat haar vader hen heeft begraven, wordt ze verliefd op Karol, de twintigjarige neef van hun buurman. Hij belooft met haar te zullen dansen als ze volwassen is. Dat die man een grote rol in haar leven zal spelen, laat zich meteen raden, ook omdat Toska hem de Onzichtbare Man noemt, wat op rampspoed duidt.

Verhalen en geruchten

Het oorlogsgeweld klinkt in deze ‘plattelandsroman’ vooral op de achtergrond. Zo schrijft Malecki: ‘De oorlog nam zo nu en dan een kijkje in het dorp, dan weer bleef hij op grote afstand en bereikte hen uitsluitend in de vorm van verhalen en geruchten.’ Het door de Duitsers veroorzaakte leed is er niet minder om. Sterker nog, het komt soms zelfs nog wreder over dan wanneer het wél uitvoerig zou zijn beschreven. Ook in dat opzicht doet Malecki denken aan zijn beroemde landgenoot Wieslaw Mysliwski, schrijver van het meesterlijke Over het doppen van bonen.

Als het Poolse leger zich na een maand heeft overgegeven, wordt Toska samen met haar moeder Sabina (haar vader is ineens aan een griepje overleden) en broertje Michal naar een uithoek van het land gedeporteerd, omdat ze in Chojny plaats moeten maken voor Duitse boeren. Ze belanden nu op een afgelegen boerderij, waar Sabina een nacht doorbrengt met de boerenzoon Jozek, die ze na die ene keer afwijst.

Door steeds minder ver in de tijd terug te blikken vult Malecki geleidelijk alle hiaten in van de levens van zijn personages.

Een half jaar later keren Sabina en haar kinderen naar Chojny terug. De opwinding hierover is zo groot dat Toska, eenmaal in het dorp aangekomen, per ongeluk twee van haar vingers afhakt als ze een stok voor een wegwijzer maakt, waarmee ook de Onzichtbare Man de weg naar haar huis zou moeten vinden. Hoe groot kan een verlangen zijn!

Jozek op zijn beurt stuurt Sabina onafgebroken brieven en staat in 1945 ineens voor haar deur. Pas dan geeft ze aan zichzelf toe dat zijn schriftelijke ontboezemingen haar al die jaren in leven hebben gehouden en besef je meteen hoe onuitsprekelijk groot haar verdriet is.

Het verhaal krijgt een extra dimensie als Toska na de Duitse nederlaag een kind krijgt van de Onzichtbare Man. Kort voordat ze hoort dat ze zwanger is, heeft hij zich echter in de stal verhangen, omdat hij niet verder kon leven met zijn herinneringen aan de moordpartij op de Joden in vernietigingskamp Chelmno.

Schoolreisje

Ook Toska blijft nu achter met een pijn die ze met niemand kan delen. Malecki laat het je voortdurend voelen, zonder er directe woorden voor te gebruiken. Pas als Szymek vele jaren later met zijn klas op schoolreisje naar Chelmno wil gaan, barst ze in woede uit als ze hem dat probeert te verbieden. Maar zelfs dan slaagt ze er niet in om haar kleinzoon uit te leggen waarom ze zo boos is, zo verkrampt is ze als het over haar verleden gaat. De enige zekerheid die ze nog heeft is het pistool dat ze in een koffieblik bewaart voor de dag waarop ze haar lot in eigen hand wil nemen.

Lees ook deze recensie van Malecki’s landgenoot en nobelprijswinnaar Olga Tokarczuk: Eindelijk is Jaag je ploeg over de botten van de doden in het Nederlands vertaald

De roman richt zich hierna op Toska’s opgroeiende dochter Eliza, de moeder van Szymek. Ineens stappen er allerlei nieuwe, interessante personages uit de coulissen, zoals Eliza’s mooie vriendin Julia, die op haar trouwdag door haar bruidegom in de steek wordt gelaten. Even intrigerend is Eliza’s verlegen klasgenoot Grocjan, die net als zij een sterleerling is op het lyceum.

Vele jaren later is Szymek tijdens zijn eindexamen meer verdiept in Harry Potter dan in zijn leerboeken. Nog altijd is hij verliefd op zijn buurmeisje Wera, die minder overtuigd is van haar gevoelens voor hem. Als hun liefde op niets dreigt uit te lopen, raakt Szymek in een depressie en belandt hij op de afdeling Niet Bezorgbare Poststukken van het postkantoor in de grote stad. In het vervolg hoeft hij zich niet meer in zijn eigen leven te verdiepen, maar in dat van anderen.

Onvergetelijk is de passage waarin Szymek op een dag op onbezorgde brieven van de door een ongeluk doofstom geworden Budzik stuit. De wanhoop van zijn vriend, die hem na zijn eindexamen verraden heeft, schudt hem wakker uit zijn lethargie en voert hem terug naar de spoorrails en de klonters.

Door steeds minder ver in de tijd terug te blikken vult Malecki geleidelijk alle hiaten in van de levens van zijn personages. Als aan het eind van de roman ook Szymeks vader een gezicht krijgt van iemand met een voorkeur voor het absurdistische, kruipt er zelfs iets vrolijks in het verhaal. Ineens begrijp je dan dat zelfs het grootste leed te overwinnen is, als je er maar in slaagt het verleden als roest van je af te werpen.