Reportage

Juist in ongelijk Chili gedijt het virus uitstekend

Pandemie Chili werd lang gezien als het economische succesverhaal van Zuid-Amerika. Na de protestgolf tegen ongelijkheid vorig najaar, legt nu het coronavirus er de kwetsbaarheid van het neoliberale model bloot.

De Chileense verpleegkundige Damaris Silva speelt viool voor patiënten met Covid-19, op de intensive care unit van het El Pino-ziekenhuis in Santiago.
De Chileense verpleegkundige Damaris Silva speelt viool voor patiënten met Covid-19, op de intensive care unit van het El Pino-ziekenhuis in Santiago. Foto Martin Bernetti / AFP

Op 3 maart, zes dagen nadat in Nederland de eerste besmetting werd geregistreerd, meldde ook Chili zijn eerste besmetting door het coronavirus. Waar in Nederland vier maanden later de uitbraak voorlopig goed onder controle lijkt, is in Chili, een land met bijna 19 miljoen inwoners, de piek nog lang niet in zicht.

Er zijn inmiddels ruim 320.000 besmettingen en meer dan zevenduizend doden. Ook omdat het vergeleken met buurlanden veel test, is Chili na Frans Guyana met 16.797 geregistreerde besmettingen per miljoen inwoners nu het zwaarst getroffen land van Latijns-Amerika.

Die regio geldt als het epicentrum van de nog altijd mondiaal in omvang toenemende pandemie, nu hier bijna de helft van alle doden wereldwijd wordt geregistreerd.

De quarantainemaatregelen hebben hun weerslag op de economie. Hoofdstad Santiago is al meer dan tien weken in quarantaine, langer dan de Chinese stad Wuhan of het Amerikaanse voormalige epicentrum New York in lockdown waren. In mei was de productiviteit van de economie 15,3 procent lager dan in dezelfde maand een jaar eerder, en de werkloosheidscijfers liggen met 11 procent op het hoogste niveau in tien jaar.


Chili is het zwaarst getroffen land van Latijns-Amerika

Het succesverhaal van Zuid-Amerika, zoals economen Chili graag noemen, blijkt net als omliggende, armere landen niet bestand tegen de economische impact van het coronavirus. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) voorspelt een economische krimp van 7,5 procent voor 2020.

Het zijn vooral de armere mensen in het land die getroffen worden. Het percentage Chilenen onder de armoedegrens is binnen drie maanden gestegen van 9 procent naar 15 procent. En door het virus dreigt de ongelijkheid, waartegen honderdduizenden Chilenen maandenlang protesteerden in het najaar van 2019, alleen maar toe te nemen. De sterftecijfers in de publieke ziekenhuizen in de armere wijken liggen twee keer zo hoog als in de privéklinieken waar de rijkere elite zich kan laten behandelen.

In die armere wijken werkt meer dan een derde van de bevolking in de informele sector, die ook stil is komen te liggen door de quarantainemaatregelen. Wie alsnog de straat op gaat om te werken, riskeert een celstraf van drie jaar. Waar grote bedrijven aanspraak kunnen maken op miljoenleningen, hebben talloze kleine ondernemingen faillissement aan moeten vragen.


Latijns-Amerika sinds half mei uitgegroeid tot epicentrum van de coronapandemie


 

En terwijl Chilenen op straat protesteren tegen de honger, maakte tijdschrift Forbes vorige week bekend dat het privé-vermogen van president Sebastián Piñera sinds maart met 100 miljoen is toegenomen tot 2,7 miljard dollar. De woede die Chilenen vorig jaar uitten tijdens de protesten, is omgeslagen in teleurstelling en wanhoop.

Mauricio Andrade, visser ‘We kunnen wel vissen, maar aan wie gaan we onze waar verkopen?’

Mauricio Andrade

Mauricio Andrade is een visser in Lenga, een kustdorp in het zuiden van Chili. Zoals veel andere vissersdorpen in Chili hebben de pakweg vierhonderd bewoners van Lenga de beslissing genomen alle wegen naar het dorp af te sluiten voor buitenstaanders, om besmettingen te voorkomen. Alle visrestaurants in het dorp, normaal gesproken populair onder toeristen, zijn gesloten. De houten bootjes, fel gekleurd, liggen met de netten binnen boord te deinen op de golven.

„We kunnen wel vissen, maar aan wie gaan we onze waar verkopen?”, zegt Andrade in zijn huisje op een steenworp afstand van de oceaan. „Alles is dicht, er is geen commerciële activiteit.” Voor de pandemie begon, leende Andrade geld bij de bank om een bungalow te bouwen, die hij tijdens de zomer zou kunnen verhuren aan toeristen. Hij heeft de bungalow nooit af kunnen maken, omdat alle inkomsten wegvielen toen het dorp zich hermetisch afsloot. „Ik ben banger voor de schulden, dan voor het virus. Het virus kan verdwijnen, maar de bank wil zijn geld”, zegt Andrade. „Het enige beetje geld dat ik nu verdien is als vakbondsleider van de lokale vissersbond. Zonder dat geld zou ik niet weten hoe ik mijn familie zou moeten onderhouden”.

Mauricio Andrade hoort naar eigen zeggen bij de armste 40 procent van de Chileense bevolking. Volgens een noodwet uit mei krijgen de meest kwetsbare gezinnen in Chili drie maanden lang een uitkering, maar Andrade klaagt, zoals meer Chilenen, dat hij nog geen cent heeft ontvangen. Hij heeft wel, net als miljoenen andere huishoudens in het land, een doos eten gekregen van de regering. In de tussentijd zit Andrade, net als zijn drie kinderen en zijn vrouw, thuis.

„Ik heb twee kinderen die naar school zouden moeten gaan, en een zoon en een vrouw die zonder werk zitten. Onze kinderen hebben moeite bij te blijven, want wij weten niet hoe we hun les moeten geven en internet hebben we niet. Wij zijn vissers, geen leraren.”

In sommige wijken in Santiago werd eerder dit jaar geprotesteerd tegen de honger. Zover ziet Mauricio het niet komen. „We kunnen eten van wat de zee ons geeft en kunnen planten zoeken in de heuvels. Maar ik vrees vooral voor mijn schulden. Hoe ga ik die betalen?”

Claudia Infante, studente ‘Ik heb al mijn spaargeld inmiddels uitgegeven’

Claudia Infante

Claudia Infante uit de wijk Quinta Normal in Santiago begon dit jaar aan haar studie bedrijfskunde, toen het virus uitbrak. Sindsdien zit ze thuis met haar zus. Vorige week is haar oma overleden aan Covid-19. „Ze werd naar een openbaar ziekenhuis in de buurt gebracht, maar vanwege haar leeftijd ging het beademingsapparaat naar een andere patiënt. Twee dagen later was ze dood.” Infante mocht met negen anderen aanwezig zijn bij de afscheidsdienst. Haar moeder ziet ze sinds een paar weken niet meer.

„Mijn moeder heeft een stalletje waar ze eten verkoopt, voor het ziekenhuis waar mijn oma stierf. Ze mag de deur niet uit vanwege de quarantainemaatregelen. Daarom slaapt ze nu in haar stalletje, zodat ze niet meer over straat hoeft en kan blijven werken. We hebben het geld nodig”, zegt Infante. Haar moeder heeft naar eigen zeggen wel twee keer een uitkering van de overheid gekregen. Haar gepensioneerde vader, die in een andere wijk in Santiago woont, kwam net niet in aanmerking.

Claudia Infante speelt tafeltennis voor de nationale jeugdselectie. Ze zou aan het eind van het jaar naar Spanje gaan voor een internationaal toernooi, een reis die ze zelf moest betalen. „Ik heb al mijn spaargeld inmiddels uitgegeven. Ik ga denk ik ook niet meer naar Spanje toe. Ik blijf liever hier om op mijn moeder te passen”.

Haar studie volgt ze nu online, ze verlaat het huis niet. „Ik ben bang om nog iemand in mijn familie te verliezen. Maar als ik de straat op ga, zijn er veel mensen. Iedereen is buiten, omdat ze moeten werken. Als ik naar de supermarkt ga, sta ik drie uur in de rij.”

Claudio Álvarez, zakenman ‘Ik schaam me iedere keer weer als ik zeg dat het niet goed gaat’

Claudio Álvarez

Claudio Álvarez is oprichter en eigenaar van Eserma, een bedrijf in Chili’s tweede stad Concepción. Het levert machines aan bosbouwbedrijven. „Corona of niet, de handel in hout gaat door”, zegt Álvarez vanuit zijn kantoor op de tiende verdieping, met uitzicht op de Stille Oceaan. „Ik heb nog niemand hoeven ontslaan. We hebben wel financiële klappen gekregen, maar voorlopig redden we het nog.”

„We hebben in Chili echter geen thuiswerkcultuur. Ik zie nu dat als mijn werknemers vanuit huis op de computer werken, het allemaal veel langer duurt en moeizamer gaat”, zegt Álvarez. Hij probeert zoveel mogelijk mensen naar kantoor te laten komen, en heeft bij de ingang van het kantoor een camera die de lichaamstemperatuur van bezoekers kan meten.

Om het voortbestaan van zijn bedrijf te garanderen, heeft hij 200.000 dollar van de bank geleend, waarvoor de staat garant staat. Geld dat hij goed kan gebruiken. „Al ruim voor de pandemie ging het niet goed met de economie in Chili. Door de protesten vorig jaar kwam de handel op een gegeven moment bijna stil te liggen. Daarna kwam het virus, en als dit voorbij is, verwacht ik nieuwe protesten.”

Onder druk van wekenlange protesten kondigde de Chileense regering vorig jaar aan een referendum te zullen houden over een assemblee die nieuwe, minder neoliberale grondwet moet opstellen. Dat stond gepland voor april en werd vanwege de uitbraak van het coronavirus verplaatst naar oktober. Álvarez somt de regeringen op die na de dictatuur van Pinochet (1973-1990) kwamen en die Chili economisch hielpen groeien. „We hadden altijd stabiliteit. Dat is nu helemaal weg. Mijn internationale zakenpartners vragen mij hoe het gaat in Chili. Ik schaam me iedere keer weer als ik zeg dat het niet goed gaat.”

 

Lees ook deze reportage: Nieuwe protesten in Chili - maar tegen hetzelfde systeem