Recensie

Recensie

Ineens staat je leven op zijn kop

In beeldende taal vertelt Annet Huizing het verhaal van een jongen die ineens ontdekt dat hij een opa heeft. Treffende dialogen tonen dat Huizing kan schrijven. Toch voelt Het pungelhuis een beetje als een gemiste kans.

Foto Ivar Østby Simonsen

Annet Huizing kan goed schrijven. Dat bewees ze met haar ontroerende debuut Hoe ik per ongeluk een boek schreef – een verhaal over rouw en gemis en een schrijfcursus ineen –, en De zweetvoetenman, een in sprankelende taal gegoten non-fictieboek over recht. De Zilveren Griffels voor deze titels waren terecht. Ook in haar nieuwste boek Het Pungelhuis laat Huizing zich van haar beste stilistische kant zien. Toch overtuigt het verhaal soms niet helemaal.

Dat ligt niet aan de eerste hoofdstukken. In rap tempo en met de haar typerende licht ironische toon schetst Huizing hoe het leven van Ole op zijn kop wordt gezet nadat zijn opa overleden is. Niet zozeer de dood van de man, als wel het feit dat hij al die jaren een opa bleek te hebben, schokt de twaalfjarige. Waarom heeft zijn vader zijn eigen vader letterlijk doodgezwegen? Meer dan ‘het was een vreselijke man’ weet Ole niet uit zijn vaders mond te ontlokken. Een eenmalig treffen met zijn opa in de kist op diens eigen begrafenis – zit er ook al niet in. ‘Hij heeft zijn lichaam ter beschikking gesteld aan de wetenschap’, vertelt Ole’s vader. ‘We hebben er geen omkijken naar, hij is al opgehaald.’

Zo makkelijk schud je de last van het verleden echter niet af: opa heeft zijn zoon zijn huis nagelaten, een bouwval aan de rand van een Brabants dorp bij de beboste Belgische grens waar Ole’s vader is opgegroeid. Wanneer Ole’s ouders tegen onverwachte geldproblemen aanlopen besluiten ze hun huurhuis op te zeggen en naar Brabant te verhuizen. Ole is er aanvankelijk niet blij mee: ‘We vielen zowat van de wereld af’.

Beeldende taal

Maar oude huizen verbergen verhalen en geheimen die nadrukkelijk om nader onderzoek vragen. Dat heeft Huizing goed begrepen. In beeldende taal brengt ze het door een wilde wingerd omwoekerde huis met zijn kapotte ramen en paddenstoelenlucht tot leven: ‘Het was alsof vijftig jaar stank opeens wakker werd’, merkt Ole treffend op als hij de buiten-wc schrobt. Die zin blijkt voorspellend. Wanneer Ole samen met zijn Poolse klasgenootje Anastazja een kelder vol kisten met kraaienpoten vindt, ontdekt hij dat zijn opa in de jaren vijftig en zestig betrokken was bij de lucratieve smokkel van het ‘vette goud’ (boter) naar België. ‘Gaaf’, denkt hij. Maar al snel leert Ole dat de plaatselijke zegswijze ‘hoe meer ge in de stront roert, hoe harder het gaat stinken’ niet ver bezijden de waarheid is. Bij de maffiose strijd tussen ‘de pungelaars’ (smokkelaars) en ‘de commies’ (douane) vielen doden en gewonden waardoor gezinnen en families onderling verscheurd zijn geraakt.

Familiegeheim

Ole vermoedt een dubieus familiegeheim en confronteert zijn vader daarmee. Deze onthult stukje bij beetje wat er vroeger is gebeurd. Daarbij blijft Ole helaas te veel de aangever van zijn vader, die met zijn verhalen feitelijk de hoofdrol opeist. Had Huizing, die lof verdient voor haar gedegen historische research, niet meer ruimte moeten nemen om van Ole een volwaardiger personage te maken? Waarom heeft ze bijvoorbeeld niet meer ingezoomd op zijn dagelijkse schoolleven, of zijn vriendschap met de ondernemende Anastazja? Wie is dit meisje dat vindt dat je een kapsalon in navolging van een bakkerij kapperij moet noemen? Slechts een keer komt Ole bij haar over de stacaravanvloer.

Ook weinig geloofwaardig: de relatie tussen Ole en zijn nogal karikaturaal neergezette spirituele moeder die al direct in het begin naar Tibet vertrekt voor een retraite. ‘Een ontdekkingsreis, maar dan in jezelf’, legt ze Ole uit. Drie maanden – de rest van het verhaal laat ze vervolgens niets van zich horen: zelfs voor een retraite is dit wel erg lang. Terwijl Huizing met een diepgaander moeder-zoon-contact juist meer inzicht had kunnen geven in hoe Ole zich tot zijn nieuwe verleden verhoudt. Haar voortreffelijke dialogen hadden zich daartoe uitstekend geleend. Het had een psychologisch rijker kinderboek opgeleverd. Nu voelt Het Pungelhuis een beetje als een gemiste kans.