Recensie

In Paper Mario zijn je grootste vijanden origamivouwsels

Recensie In Nintendo’s nieuwste game Paper Mario: The Origami King krijg je zelden nieuwe uitdagingen. De grappen in het spel houden de game vermakelijk.

In de Paper Mario-serie is Mario niet het 3D-personage uit voorgaande titels. Hij is een plat stuk papier.
In de Paper Mario-serie is Mario niet het 3D-personage uit voorgaande titels. Hij is een plat stuk papier.

In de Paper Mario-serie is Mario niet het 3D-personage uit voorgaande titels. Hij is een plat stuk papier, waar de Nintendo-mascotte in ruwe lijnen op is getekend. Bovendien zit de gamewereld zelf bomvol verwijzingen naar het papieren karakter: uit bomen valt confetti en je vecht uiteindelijk tegen een doos potloden. Personages gaan niet dood maar worden verfrommeld als een stuk papier. En Mario kan een grote afstand snel afleggen door zichzelf te versturen via een fax.

De grote vijand in de nieuwste uitgave The Origami King is de Origami koning die iedereen in het koninkrijk omvouwt tot origamiknutsels. Wie wordt getransformeerd is meteen een agressieve vijand voor Mario om te verslaan. Dat sluit geweldig aan bij het papierthema van de game: niet alleen zien de origamivijanden er creatief uit, ze staan door hun gebogen vouwlijnen haaks op de platte 2D-helden van het spel.

Personages maken constant lollige opmerkingen die de toon van het spel zetten. Zo vraagt een paddestoelmonster of Mario hem eens kan plattrappen omdat hij een enorme fan is - dat deed Mario immers met zijn soortgenoten in oude spellen. Iets later redt Mario een oude boom die vervolgens een jazzconcert geeft. En één van de eerste bazen heeft een museum aan hem gewijd waar tips worden gegeven over hoe je hem verslaat.

Koddige toon

De gehele game is naar het Nederlands vertaald waarbij een passend koddige toon is aangemeten. Van schaterlachen is tijdens het spelen zelden sprake, maar de komische noot houdt de game constant vermakelijk.

De game bestaat simpelgezegd uit twee onderdelen. Ten eerste is er de wereld, waarin Mario rondspringt en op zoek kan naar verborgen schatten. Komt hij in aanraking met een monster, dan wordt hij getransporteerd naar een theater voor het gevechtssegment. Daar staan vijanden op vier cirkels om hem heen.

De speler moet in een beperkt aantal beurten die cirkels draaien zodat alle tegenstanders bij elkaar staan en hij ze kan slaan. Daarmee voelt Paper Mario aan als een puzzelspel. Bij een geslaagde puzzel kun je sterkere aanvallen doen die vijanden nagenoeg altijd elimineren. Faal je, dan overleven vijanden je klappen en krijg je er zelf van langs.

De basis van dat puzzelsysteem blijft urenlang grotendeels hetzelfde, waardoor de game wat eentonig kan aanvoelen. Bovendien wordt Mario na een gevecht amper beloond. Hij wordt niet sterker, maar krijgt munten om aan upgrades te besteden. Die upgrades zijn schaars en goedkoop. Het staat allemaal in schril contrast met de oude Paper Mario-game The Thousand Year Door, die spelers met allerlei systemen beter in zijn greep kon houden.

Het spelen van The Origami King voelt door die gebreken soms wat uitzichtloos aan. Je volgt de instructies van het spel, maar krijgt zelden nieuwe uitdagingen of interessante extra’s tot je beschikking. Je deint met de golven mee, zonder echt een signficante impact op de spelwereld te hebben.

Maar steeds als we wilden stoppen met spelen, maakte een spelfiguur dat we tegenkwamen weer een grappige opmerking of ging het verhaal een compleet onverwachte kant op. Dit is een game die je met zijn schrijfwerk net genoeg blijft charmeren.