Immense balpendroedels op Nederlands grootste skatepark

Interview Na eerder voor de Rotterdamse Markthal en de Amsterdamse Beurspassage maakten Arno Coenen en Iris Roskam nu een kunstwerk op de pas geopende skatebaan op Zeeburgereiland in Amsterdam. Coenen: „Skaters zijn een kritisch publiek.”

Kunstenaars Arno Coenen en Ton Haring op het skatepark op Zeeburgereiland in Amsterdam. Coenen werkte aan het kunstwerk samen met zijn ex-partner Iris Roskam.
Kunstenaars Arno Coenen en Ton Haring op het skatepark op Zeeburgereiland in Amsterdam. Coenen werkte aan het kunstwerk samen met zijn ex-partner Iris Roskam. Foto Merlijn Doomernik

Een oogbol, een boos grijnzend doodshoofd, wild om zich heen grijpende tentakels, een retro Casio-horloge met ‘Damsko’ (straattaal voor Amsterdam) als logo en „kijk hier … het coronavirus!”. Arno Coenen (47) wijst lachend naar het donkerblauwe bolletje met sprietjes. „Die hebben we er op het laatste moment nog bijgetekend!”

Foto Merlijn Doomernik

Hoe langer je ernaar kijkt, hoe meer je ziet in het uit meer dan 40.000 grote en kleine tegeltjes bestaande kunstwerk An outcast sanctuary. De tegels bedekken de zijkanten en achterkanten van de ramps en hellingen van het Urban Sports Park op Zeeburgereiland in Amsterdam. Van een afstand lijken de tegels traditioneel Delfts Blauw, wie dichterbij staat, ziet rauwe balpendroedels, zoals je ze eerder in de schoolagenda van een punker verwacht. De pas geopende skatebaan, ontworpen door het bureau van de Deense skate-pro Rune Glifberg, is met een oppervlakte van 3.850 vierkante meter het grootste betongesmeerde skatepark van Nederland. „Meer dan zes maanden hebben we er met drie man aan zitten tekenen”, vertelt Coenen. „We hebben gekozen voor veel jarentachtigonderwerpen, de tijd dat wij jong waren. Toen was skaten nog een tegencultuur en legde de gemeente echt niet zo’n mooi skatepark voor je aan.”

Coenen kreeg de opdracht voor het kunstwerk drie jaar geleden samen met zijn toenmalige partner Iris Roskam. Eerder waren zij verantwoordelijk voor de sterk uitvergrote vruchten, vissen en bloemen op het plafond van de Markthal in Rotterdam (Hoorn des overvloeds, een kunstwerk van 11.000 vierkante meter) en de ook met tegels ingelegde Amsterdam Oersoep in de Beurspassage.

Foto Merlijn Doomernik
Foto Merlijn Doomernik
Foto Merlijn Doomernik
Foto’s Merlijn Doomernik

Tijdens het werk voor de skatebaan strandde het huwelijk tussen Coenen en Roskam. „Dat was een grote uitdaging, toen is door de gemeente de opdracht in tweeën gesplitst”, zegt Coenen. „Ik werd verantwoordelijk voor de tekeningen, Iris heeft die uitgewerkt tot het kunstwerk dat je nu hier ziet.”

De scheiding is ook de reden dat Coenen deze halfbewolkte ochtend niet met Iris Roskam op de skatebaan staat, maar met zijn studiogenoot Ton Haring. Samen met nog een derde tekenaar, Sammie Schakel, hebben ze de afgelopen maanden hard aan de droedels gewerkt, tien vellen van elk zo’n anderhalve meter lang. Haring: „We hebben behoorlijk doorgeploeterd, het was zo verslavend. Ik heb heel wat nachtjes tot zes uur door zitten tekenen.”

‘Cadavre exquis’

„Onze manier van werken doet een beetje denken aan wat de surrealisten ‘Cadavre exquis’ noemen”, zegt Haring. „Telkens gaven we de tekeningen door, en mocht een ander er mee aan de haal.” Als basis gebruikten ze schetsen van planten en fantasiebeesten van Jeanine Verloop, toen stagiaire in de studio van Arno en Iris. „Dat waren lieflijke tekeningen, waar wij dan onze rauwe lelijkheid overheen tekenden”, zegt Coenen. „Om zo tot een gelaagd geheel te komen”. „We werkten alleen met van die goedkope BiC-pennen”, vult Haring aan. „Die hebben lekker vette inkt, die steeds donkerder wordt.”

Alles tekenden ze uit het hoofd. „Het borrelt gewoon op. Telkens als we de tekeningen doorgaven kwam er weer een nieuw filter overheen. En toen ik de tekeningen uiteindelijk bij Iris inleverde, was dat het laatste filter. Ik zie het eindresultaat vandaag voor het eerst. Ik vind dat ze er iets heel moois van heeft gemaakt.”

Foto Merlijn Doomernik
Foto Merlijn Doomernik

De ronde vormen waarin de tekeningen zijn ‘ingekapseld’ zijn geïnspireerd door ‘biomechanical’-stijl van tatoeages, waarbij het lijkt alsof de tekening achter een ronde opening in het lichaam ligt. „De allerlelijkste tatoeage-stijl”, zegt Coenen. „Maar wat is nu echt lelijk?” Hij denkt erover om binnenkort een biomechanical-tatoeage laten zetten, op zijn buik.

Subcultuur

Er zijn ook tekeningen die het definitieve ontwerp niet gehaald hebben. „We hadden een hele mooie tekening van Michael Jackson – ook helemaal jaren tachtig. Dat vond de gemeente niet zo’n goed idee, hij is te omstreden. Een opdrachtgever wil altijd iets aanpassen. Dat is niet zo erg.”

„Skaters zijn ook een kritisch publiek”, zegt Coenen. „Ze weten heel erg goed wat cool is, en wat niet. En net als eigenlijk iedere subcultuur hebben ze er strenge regels over.” Kijk bijvoorbeeld naar hoe ze hun skateboard vasthouden, wijst Coenen aan. „Altijd aan de plank, niet bij de trucks, waar de wielen vastzitten, terwijl dat eigenlijk veel handiger is. Maar dat is niet cool.”

De eerste recensie van het kunstwerk komt wanneer we een stukje verder over het skatepark lopen en Coenen en Haring hun tekeningen aanwijzen. Een van de skaters rolt langs en stapt af. „Hebben jullie dit gemaakt?”, vraagt hij. „Allemaal met de hand getekend? Supersick, hoor.”