Profiel

Zo jong en dan al zo goed. Wie is die snelle vrouw van amper 20 jaar?

Atletiek Femke Bol (20) baart dit seizoen opzien met toptijden op de 400 meter horden. „We kunnen haar nog sneller maken.”

Femke Bol in actie op Papendal, zomer vorig jaar.
Femke Bol in actie op Papendal, zomer vorig jaar. Foto Bastiaan Heus

Femke Bol, haar naam zoemt hardnekkig rond op de atletiekbanen, ook buiten Nederland. De atlete maakt indruk met tijden die toplopers op de 400 meter horden misschien niet direct onrustig, maar toch zeker nieuwsgierig maken. Zo jong en dan al zo goed. Wie is die snelle vrouw van amper 20 jaar?

Het stadium van talent is Bol voorgoed voorbij, vinden haar trainer Laurent Meuwly en zijn assistent Bram Peters, Bols ontdekker. De Zwitserse bondscoach neemt zelfs de woorden olympisch en wereldkampioen al in de mond, zo overtuigd is hij van haar enorme potentie. „Omdat ze een ideaal profiel heeft”, zegt Meuwly onbeschroomd. „Het is alleen nog een kwestie van boetseren.”

Maar wat maakt Femke Bol uit Amersfoort, een tweedejaars studente communicatiewetenschappen aan de Wageningen Universiteit, dan zo speciaal? Ze is bovenal een gedisciplineerde en toegewijde atleet, die via de 400 meter vlak de 400 meter horden ontdekte en die laatste afstand inmiddels in haar hart heeft gesloten. Daarnaast is ze een belangrijke schakel in de Nederlandse ploeg voor de 4×400 meter estafette, waarmee Bol de olympische limiet liep.

Volgend jaar misschien beter

In 2019, haar laatste jaar als junior, werd Bol op de 400 meter horden Europees kampioen onder twintig jaar en debuteerde ze bij de WK atletiek in Doha met een plaats in de halve finale. In Qatar liep ze en passant individueel ook de limiet voor de Olympische Spelen in Tokio, die niet eens tot haar teleurstelling een jaar zijn uitgesteld. „Want misschien ben ik volgend jaar nog wel beter”, zegt Bol in alle nuchterheid.

Peters herkende vier jaar terug op clubniveau direct het talent van Bol. Ze zwabberde weliswaar nog met die puberale benen maar lopen kon ze. Met krachttraining werden haar fysieke tekortkomingen bijgeschaafd. Twee jaar later wist Peters het zeker: het perfecte postuur voor de 400 meter horden, qua snelheid, techniek en duurvermogen, maar vooral mentaal een loodzware discipline.

Wat de coach onmiddellijk opviel: Bols bezieling. „Ze maakte toen al een duidelijke keus voor haar sport. Als vriendinnen haar meevroegen, maar ze vreesde niet tijdig hersteld te zijn voor de volgende training, ging ze niet. Een zestienjarige met zoveel zelfopoffering, dat had ik nooit eerder meegemaakt. En die instelling is onveranderd gebleven. Daarmee maakt Bol het verschil met haar leeftijdgenoten.”

Een perfecte basis

Als haar coaches nu al ongeremd zo lovend rapporteren over Bol, wat maakt haar dan zo’n specifieke atlete voor de 400 meter horden?

Om te beginnen haar gestalte. De genetica heeft bepaald dat Bol nu 1,84 meter groot is en lange benen heeft, ideaal om ruime passen te maken en over horden van 76 centimeter te springen. Een perfecte basis. Voor haar leeftijd is Bol, volgens coach Meuwly, opvallend weerbaar bij de krachttraining. „Daardoor kunnen we de weerstand opvoeren, wat haar techniek en coördinatie ten goede komt. Met toenemende kracht en verbeterde techniek kunnen we haar nog sneller maken”, zegt Meuwly. Waaraan Peters toevoegt: „Ze heeft vooral een goed stel bovenbenen ontwikkeld, wat haar belastbaarder en sneller maakt.”

Daar staat tegenover dat Bols hordentechniek aanzienlijk voor verbetering vatbaar is. Ze zweeft nog te hoog over de hekjes heen, wat kracht en snelheid kost. Bol moet nog leren heel dicht en in één vloeiende beweging over de horden te scheren. Verder moet haar achterbeen – in jargon het bijtrekbeen – nog recht getrokken worden; nu komt haar voet boven de knie uit, wat een ietwat scheve houding tot gevolg heeft. Dat kost extra energie. Een pre is dat het linkerbeen haar opzwaaibeen is, waardoor ze in de bochten dicht op de binnenlijn landt, de centrifugale kracht weinig invloed heeft en ze in balans blijft.

Lees ook: Dankzij de versoepelingen gaan de NK atletiek toch door

Een atlete van 20 jaar die de 400 meter horden in 54,47 seconden afraffelt – 0,15 seconde onder het Nederlands record, maar reglementair niet erkend vanwege te weinig tegenstanders – kan volgens Meuwly veel sneller. Hij denkt zelfs dat Bol 52 seconden in de benen heeft. Ter indicatie: het wereldrecord van de Amerikaanse Dalilah Muhammad staat op 52,16. Een kwestie van ervaring opdoen, redeneert Meuwly. „Ze moet racen, racen en nog eens racen.”

Wennen aan een ander gevoel

Het is zaak voor Bol evenwicht te vinden tussen snelheid en duurvermogen. Puntje van aandacht is haar relatief trage eerste 200 meter. Die moet echt sneller, vindt Meuwly. „Ze zal halverwege een race kort achter of gelijk op met haar concurrenten moeten lopen, wil ze ooit wereldkampioen worden. We trainen nu aan meer snelheid op die eerste 200 meter. Dat geeft een ander gevoel, waaraan ze moet wennen.”

Bol maakt vorderingen, bleek bij haar snelle race, twee weken geleden op Papendal. Waar ze bij de WK in Doha op het 200-meterpunt nog 26,2 seconden noteerde, verbeterde ze onlangs die tijd tot 25,5.

Met haar duurvermogen zit het eveneens goed. Die is volgens Meuwly geweldig. Bol kan een ijzersterke laatste 50 meter lopen. Waar anderen in die fase ‘doodgaan’, weet zij haar pasfrequentie tussen de horden doorgaans op de gewenste vijftien of zestien te houden en loopt ze dwars door de verzuring heen. Ook een kwestie van mentale kracht, een aspect waarin Bol uitblinkt. Daar passeert ze zwalkende, snelle starters en beslist zij doorgaans de race in haar voordeel.