Hoekstra deed zeldzame ingreep in belastingzaak

Belastingdienst Na een ongebruikelijke ingreep van minister Hoekstra (Financiën, CDA) hoefde de Stichting Israëlitisch Weeshuis geen schenkbelasting te betalen. Hij ging daarmee in tegen het oordeel van zijn staatssecretaris.

Minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA).
Minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA). Foto Remko de Waal/ANP

Minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) heeft zich eind 2018 gemengd in een individueel geschil tussen Belastingdienst en de Stichting Israëlitisch Weeshuis. Als gevolg daarvan werd de stichting vrijgesteld van een eerder opgelegde schenkbelasting. Hoekstra week daarmee af van zijn toenmalige staatssecretaris Menno Snel (D66), die de lijn van zijn ambtenaren volgde.

Dat blijkt uit informatie van bronnen van NRC. Het komt zelden voor dat bewindspersonen zich mengen in individuele belastingzaken, omdat dan sprake kan zijn van willekeur en rechtsongelijkheid.

De Stichting Israëlitisch Weeshuis (SIW) wilde geen belasting op schenkingen betalen, maar ook geen status als goededoelenstichting aanvragen. Deze zogenaamde ANBI-status is nodig om vrijstelling van de schenkbelasting te krijgen.

De SIW was in 2014 haar ANBI-status kwijtgeraakt omdat zij niet aan de publicatieverplichtingen hiervoor voldeed. Waarom de stichting dat niet wilde, is onduidelijk. Het bestuur van de stichting wil niet inhoudelijk op de zaak ingaan.

De stichting vond het „moreel en ethisch onaanvaardbaar” dat haar vermogen werd belast. Dat is ontstaan uit een vergoeding van de gemeente Den Haag voor de onteigening door de bezetter in de Tweede Wereldoorlog van het Joodse weeshuis ‘Ezer Jatom’. De bewoners en medewerkers waren gedeporteerd en vermoord.

Met het vermogen, dat eind 2018 ruim 630.000 euro bedroeg, steunt de Stichting Israëlitisch Weeshuis sociale projecten voor vooral Joodse kinderen in Nederland en in het buitenland.

Omdat ze geen ANBI-status wilde aanvragen, wilde de stichting dat de schenkbelasting zou worden kwijtgescholden op grond van de ‘hardheidsclausule’ in de Belastingwet. Zou dat niet gebeuren, dan zou de voorzitter volgens ambtenaren „niet aarzelen om de politiek in te schakelen”. Het fiscale conflict spitste zich toe op schenkingen aan drie Israëlische instellingen voor een totaal van 8.917 euro aan belasting.

ANBI’s moeten financiële gegevens en informatie over hun bestuurders, doelstellingen en activiteiten op een website zetten. Het idee daarachter is deze instellingen in ruil voor belastingvoordelen transparant zijn over waar zij hun geld aan besteden, en waarom.

Israëlitisch Weeshuis in de Haagse Pletterijstraat in 1932. Het vermogen van de Stichting Israëlitisch Weeshuis is ontstaan uit een schadevergoeding voor de onteigening van dit pand tijdens de bezetting. Foto Hollandse Hoogte/ANP

Transparante schenkingen

Volgens ambtenaren die de minister en staatssecretaris vanwege de gevoeligheid over het dossier informeerden, was er juridisch geen mogelijkheid om de hardheidsclausule toe te passen. Die is bedoeld voor als een wet onbedoelde en onredelijke gevolgen heeft. Maar hier was het juist de bedoeling van de ANBI-regels om alleen transparante schenkingen belastingvrij te maken. Een vergelijkbaar verzoek in een andere zaak was eerder om deze redenen afgewezen, aldus de ambtenaren in hun advies.

Die lijn werd geaccordeerd door verantwoordelijk staatssecretaris Menno Snel. Maar minister Hoekstra vroeg zijn ambtenaren om de voorzitter van de SIW „nog eens uit te leggen wat wel en niet kan en materieel dat probleem op deze manier op te lossen”.

De ambtelijke top vatte dit op als een opdracht om de eerdere beslissing van de belastinginspecteur te herzien en de stichting tegemoet te komen. In januari 2019 vond er op hoog niveau overleg plaats op het Ministerie van Financiën met de voorzitter en penningmeester van de stichting. Niet alleen de hoofddirecteur Fiscaal juridische zaken van de Belastingdienst was daarbij aanwezig, maar ook de directeur Bestuursondersteuning en Advies. Die is een belangrijk adviseur van minister Hoekstra in politiek gevoelige kwesties.

In overleg tussen de stichting en ambtenaren werd een compromis bereikt. De stichting zou met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017 de ANBI-status aanvragen. In ruil daarvoor zou er „uit praktische overwegingen” geen belasting hoeven te worden betaald over drie schenkingen aan drie Israëlische instellingen in de twee jaren daarvoor, 2015 en 2016. Omdat deze instellingen in Israël op een goededoelenlijst stonden, was dit volgens ambtenaren „te verantwoorden”. Daarnaast zou de stichting deels ontheven worden van de strikte publicatieverplichtingen van een ANBI.

In juli 2019, nadat de stichting had ingestemd met het bereikte akkoord, werd minister Hoekstra door zijn ambtenaren op de hoogte gebracht van wat zij noemden „een goede afloop van een gevoelige kwestie.” De behandelend belastinginspecteur die voor „afboeking” van de aangiften van 2015 en 2016 moest zorgen, werd op de hoogte gebracht van het compromis.

Aangifte tv-presentator

Wettelijk is het niet verboden voor een bewindspersoon om te interveniëren in individuele belastingzaken, maar na een aantal affaires hierover zijn de informele richtlijnen aangescherpt. Staatssecretaris Henk de Koning (VVD) bemoeide zich in 1985 met de belastingaangifte van tv-presentator Wibo van de Linde. In 2000 versnelde staatssecretaris Willem Vermeend (PvdA) de totstandkoming van een fiscaal vriendelijke constructie voor de verfilming van De ontdekking van de hemel van regisseur Jeroen Krabbé.

Mede naar aanleiding van de affaire-Van de Linde deed de commissie- Scheltema in 1993 aanbevelingen over de bevoegdheden van bewindslieden, die door het toenmalige kabinet-Lubbers III werden omarmd. Scheltema schreef onder meer: „Een minister behoort in het algemeen niet in incidentele gevallen beslissingen te nemen, maar het beleid te bepalen.” In het specifieke geval van de Belastingdienst ligt het mandaat van belastingheffing bij de belastinginspecteur, niet bij de politiek. Zo wordt willekeur en rechtsongelijkheid voorkomen. Als een bewindspersoon toch ingrijpt, hoort hij zijn instructie in een beleidsbesluit te publiceren zodat anderen er ook gebruik van kunnen maken. Dat is hier niet gebeurd.

Een woordvoerder van het ministerie van Financiën laat weten wegens de fiscale geheimhoudingsplicht niet op de zaak te kunnen ingaan en dus ook geen antwoord te kunnen geven op de vraag waarom Hoekstra heeft ingegrepen. Wel zegt hij dat er geen sprake is geweest van „politieke invloed op het oordeel van de inspecteur”.