Hildo Krops bronzen uil ‘Towa’ wil de wijde wereld weer in

Boegbeeld Gezocht: blijvend onderdak voor een 13 meter breed boegbeeld van Hildo Krop dat jarenlang het vrachtschip Towa sierde. Reacties naar: Maritiem Museum, Rotterdam.

De bronzen uil ‘Towa’ van beeldhouwer Hildo Krop.
De bronzen uil ‘Towa’ van beeldhouwer Hildo Krop. Foto Loek van Vlerken - Hildo Krop Museum, Steenwijk

Het is een imposant boegbeeld in de collectie van het Maritiem Museum in Rotterdam – een bronzen uil die zo’n duizend kilo weegt en zijn vleugels uitslaat met een spanwijdte van dertien meter. Maar het bevindt zich al ruim zes jaar in een opslagplaats buiten het museum, want binnenshuis heeft men er geen ruimte voor. Het is zodoende ook nog nooit aan het publiek vertoond: te groot, te zwaar. En daarom wordt er nu elders onderdak gezocht.

Het boegbeeld is een schepping van de eminente beeldhouwer Hildo Krop, wiens vijftigste sterfdag dit jaar wordt herdacht met allerlei tentoonstellingen en rondleidingen. Krop maakte het in de jaren vijftig in opdracht van de toenmalige Maatschappij Vrachtvaart in Rotterdam. Het was zijn tweede; een paar jaar eerder had hij voor een schip van dezelfde rederij ook al een boegbeeld gemaakt – op initiatief van de kunstminnende havenbaron D.G. van Beuningen. Dat is later spoorloos verdwenen.

Lees meer over het jubeljaar van de beeldhouwer: De gespierde schoonheid van Hildo Krop

Het tweede schip droeg de naam Towa, voluit This Owl Watches Ahead. Al bij de tewaterlating, in 1957, was de uil een unicum. Boegbeelden op passagiersschepen waren destijds al danig uit de mode geraakt, laat staan een boegbeeld op een vrachtvaarder. „Dat was uiterst ongebruikelijk”, beaamt Irene Jacobs, conservator van het Maritiem Museum. „Er werden in die tijd eigenlijk geen boegbeelden meer gemaakt.”

De Towa, inclusief het boegbeeld, leidde een avontuurlijk bestaan. Het werd in 1966 verkocht aan de rederij Koninklijke Java-China-Paketvaart Lijnen en kwam elf jaar later in handen van de Pacific International Lines in Singapore. Ten slotte werd het schip, dat intussen diverse naamsveranderingen had meegemaakt, in 1985 vernietigd op een slopersstrand in Pakistan. Maar het boegbeeld bleef goeddeels gespaard nadat een medewerker van rederij Nedlloyd op tijd op de hoogte was geraakt van de aanstaande sloop. Zo kon het object tijdig worden gered en terug naar Rotterdam worden gebracht. Alleen de linkervleugel en de kroon bleken te ontbreken.

Ingrijpende restauratie

Na een ingrijpende restauratie kreeg de uil uiteindelijk in 1988, met een nieuwe linkervleugel, een prominente plaats in de hal van het hoofdkantoor in Rotterdam van rederij Nedlloyd aan de Boompjes – destijds in Trouw beschreven als „een zee van kostbaar marmer”. Prins Bernhard, die de openingsplechtigheid verrichtte, sprak daarbij de woorden: „Deze uil kijkt vooruit.”

Vrachtschip Towa met het bronzen boegbeeld. Foto Vrachtschip ‘Towa’, Maritiem Museum

Maar ook daar vond het markante gevaarte geen blijvend onderdak. Het moest in 2014 verdwijnen, toen Nedlloyd werd overgenomen door de Deense rederij Maersk en het kantoorgebouw ingrijpend moest worden gerenoveerd. De complete kunstcollectie van Nedlloyd, met vele duizenden objecten, verhuisde toen naar het Maritiem Museum. Sindsdien werden daaruit vaak stukken gebruikt in exposities. De uil kon men echter nooit laten zien. „En dat is eeuwig zonde”, aldus conservator Jacobs. „We zouden het publiek heel graag willen laten zien hoe indrukwekkend dit boegbeeld is, maar daar hebben we de ruimte niet voor. Daarom zijn we nu op zoek naar een locatie waar dat wél zou lukken.”

Het Maritiem Museum is niet van plan de uil te verkopen, zegt ze. „Nee, hij blijft in onze collectie. Wat we zoeken, is een plek waar hij liefdevol kan worden beheerd. En waar hij eindelijk aan het publiek kan worden getoond.”