Europees Hof verbiedt ontwijken van sociale premies via Cyprus

Transport Nederlandse bedrijven ontweken sociale premies door vrachtwagenchauffeurs via Cyprus in dienst te nemen. De rechter maakt daar nu een einde aan.

Via de ‘Cyprusroute’ konden Nederlandse vrachtwagenchauffeurs goedkoop worden ingezet.
Via de ‘Cyprusroute’ konden Nederlandse vrachtwagenchauffeurs goedkoop worden ingezet. Foto Getty/iStock

Het Europees Hof van Justitie heeft donderdag een streep gezet door de omstreden ‘Cyprusroute’. Nederlandse transportbedrijven gebruiken die constructie om goedkoop Nederlandse vrachtwagenchauffeurs in te zetten.

Transportbedrijven lieten hun chauffeurs formeel in dienst treden van het ‘Cypriotische’ uitzendbureau AFMB, dat opgericht is door twee Nederlanders. Maar in de praktijk bleven de chauffeurs rijden voor het Nederlandse transportbedrijf waar ze eerder op de loonlijst stonden. Zo daalden de personeelskosten van die transportbedrijven met ruim een kwart, onder meer doordat de sociale premies in Cyprus veel lager zijn dan in Nederland.

Lees ook dit artikel uit 2013: ‘Sociaal lek’ op de Cyprusroute

AFMB maakte handig gebruik van Europese regels die bedoeld zijn om te voorkomen dat een werkgever in twee verschillende EU-landen sociale premies moet betalen. Als werknemers minder dan 25 procent van hun tijd in hun thuisland aan het werk zijn – zoals deze internationaal rijdende chauffeurs – moet hun baas premies afdragen in het land waar het bedrijf zelf gevestigd is, Cyprus dus.

Actie tegen Cyprusroute

Na aandringen van vakbond FNV kwam de Sociale Verzekeringsbank (SVB) in actie tegen deze constructie. Deze uitvoeringsinstantie van sociale verzekeringen legde in 2013 alsnog een rekening neer bij AFMB. Dat moest alle sociale premies, met terugwerkende kracht tot 2011, alsnog betalen.

Daarop startte AFMB een juridische procedure die nu voorligt bij de hoogste Nederlandse rechter voor socialezekerheidszaken: de Centrale Raad van Beroep. Die wilde in 2018 eerst uitleg van het Europees Hof over de gewenste richting.

In die uitleg van het hof, die donderdag verscheen, geeft de hoogste EU-rechter de SVB gelijk. AFMB is alleen op papier de werkgever; juridisch gezien is de praktijk belangrijker. En dan zijn de feiten dat de Nederlandse transportbedrijven de loonkosten betalen, de vrachtwagenchauffeurs aansturen en ook over hun eventuele ontslag beslissen. Daarom mag de SVB bij AFMB de Nederlandse sociale premies innen.

Formeel wordt de SVB pas in het gelijk gesteld als de Centrale Raad van Beroep uitspraak doet – die uitspraak wordt over een paar maanden verwacht. Maar Nederlandse rechters volgen altijd de richtinggevende uitleg van het Europees Hof.

Afschrikwekkende werking

Vakbond FNV is blij met de uitspraak, zegt bestuurder Edwin Atema. „De SVB heeft goed doorgepakt en daar zijn we heel blij mee.” Zelf wil de SVB niet reageren op individuele zaken.

Atema verwacht dit oordeel ook te kunnen gebruiken tegen andere transportbedrijven, die een soortgelijke werkwijze gebruiken. „We treffen vaak constructies aan die je in tien minuten bedenkt maar waarvan het de overheid tien jaar kost om ze te verbieden.”

Zulke uitspraken hebben daarnaast een afschrikwekkende werking, verwacht Atema. „Een deel van de werkgevers gaat dan normaal doen. Die denken: ik wil dit gezeik niet. Anderen gaan vrolijk verder en zoeken nieuwe manieren.”

Lees ook: Omzeilt een Drents transportbedrijf de wet met Moldavische chauffeurs? FNV stapt naar de rechter

Ad van Laak, mede-oprichter en -eigenaar van AFMB, wilde NRC donderdag niet te woord staan. Zijn bedrijf ziet zichzelf als „het antwoord op de toestroom van Oost-Europese werknemers” in de transportsector, zei directielid Sander Jacobs in 2014 bij RTL-programma Business Class. „Wij bieden de mogelijkheid om de hoogopgeleide Nederlandse chauffeur, die een bepaalde arbeidsmoraal heeft, te behouden. Maar toch tegen aanmerkelijk lagere kosten, zonder dat die chauffeur daar feitelijk netto op achteruit gaat.”

Op de website van het bedrijf staat ter promotie: „Hoewel AFMB nog wel eens wordt bekritiseerd door falende overheden, visieloze politici en stuiptrekkende vakbonden, mogen wij ons op een mateloze populariteit van onze enthousiaste medewerkers en gestaag groeiend aantal opdrachtgevers verheugen!”