Opinie

Er zijn meer privileges dan alleen het witte

Floor Rusman

Dat ik het zo saai vind om geen nieuwe mensen te ontmoeten sinds corona, zei ik tegen de vriendin die op bezoek was. Zij vond dat ook. Maar, voegde ze er meteen aan toe: „Zitten we hier te klagen, twee witte mensen met een fles wijn…”

Oh ja dat was ook zo, wij hebben wit privilege. Dus wat doen we nou moeilijk over corona?

Toevallig had activist Kunta Rincho een dag eerder, bij het ‘racismegesprek’ in Pakhuis de Zwijger, verkondigd dat hij als zwarte activist niet het privilege heeft om net als de witte mensen in de zon wijntjes te drinken en pizza’s te eten.

Het benoemen van privilege, in Nederland nog relatief nieuw, is onder Amerikaanse progressieven al zeker sinds de jaren tachtig een gangbare praktijk. Met privileges bedoelde Peggy McIntosh, de Amerikaanse feminist die er in 1988 een essay over schreef, ‘onverdiende voordelen’ zoals wit of man zijn. De bevoordeelden moeten zich daarvan bewust zijn, vond McIntosh. Vandaar de imperatief die nu door het racismedebat schalt: „Check your privilege!

Zo’n gebod klinkt bars en dwingend, geen wonder dat de geadresseerden meteen in de gordijnen hangen. Maar eigenlijk is het inspecteren van onze relatieve positie niks radicaals, sterker nog, we doen het allang. Denk aan het „de kinderen in Afrika, díé hebben honger” dat mijn generatie aan tafel te horen kreeg. Je zegeningen tellen, noemde men zo’n vergelijking vroeger.

Ik lees graag een gedicht waarin de Poolse dichteres Wislawa Szymborska precies dat doet. Haar leven had ook heel anders kunnen lopen, schrijft ze: ze had een dier kunnen zijn dat voor zijn bont werd gefokt, of een grasspriet, of „iemand met een duister gesternte”. „Voor mij heeft het lot/ zich tot dusver genadig betoond./ De herinnering aan goede ogenblikken/ had me niet gegeven kunnen zijn./ Mijn neiging om te vergelijken/ had me afgenomen kunnen worden.

Die neiging om te vergelijken (het tellen van je zegeningen) is iets gezonds. Het helpt je je problemen te relativeren en empathie op te brengen voor mensen die het minder hebben.

Jammer genoeg gaat het de „check your privilege!”-roepers niet om dit hele palet aan privileges of zegeningen, maar toch vooral om kleur. ‘White privilege’ is een gevleugelde term, ‘upper middle class privilege’ niet. Terwijl kleur maar een deel van het verhaal is. Zoals de Ghanees-Britse filosoof Kwame Anthony Appiah twee jaar geleden zei in New York Magazine: „Er zijn een heleboel andere soorten onverdiend privilege, waarvan sommige ook genoten worden door zwarte mensen”. Hij noemde klasse-privilege als een belangrijk voorbeeld.

Problematisch is ook dat er een beschuldiging lijkt te schuilen in „check your privilege!”. Jij hebt het goed ten koste van anderen, is de ondertoon. Dat maakt privileges anders dan zegeningen, want die laatste dalen vanuit de hemel op ons neer, over de distributie hebben wij niks te zeggen. We hoeven dus ook geen boete te doen als we te veel hebben gekregen.

Het is „strategisch ongelukkig” om mensen hun privileges te verwijten, zei Appiah in New York Magazine. „In plaats van dat je mensen aan jouw kant krijgt, keren ze je de rug toe.” En de mensen die je niet de rug toekeren, zou ik willen toevoegen, zijn er ook niet bij gebaat. Die voelen zich zo ontzettend schuldig over hun privilege, dat ze niks meer durven te zeggen.

Floor Rusman is redacteur van NRC

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.