Recensie

Recensie Boeken

Een moeder uit de knipselmap

Wie waarlijk leeft van Ronald Giphart is niet het moederboek dat je zou verwachten. Giphart heeft ontegenzeggelijk bewondering voor de vrouw die hij afwisselend ‘Wijnie’ en ‘mijn moeder’ noemt, maar zijn bewondering geldt wel voornamelijk voor haar werk.
Rob Bogaerts / Anefo

In een ideale wereld zijn lezers er mee opgehouden de schrijver verantwoordelijk te houden voor de uitspraken en het gedrag van zijn personages. Dat is les één voor de lezer, zou je zeggen. Maar het is een onuitroeibaar misverstand. Neem de casus-Ronald Giphart, die begin jaren negentig debuteerde met boeken waarin er flink geleefd werd. Men dronk, naaide, vloekte. De indruk die hij daarmee wekte was dat die Giphart zelf óók doorlopend in de lampen hing. Mis.

Giphart vat de verwarring tussen feit en fictie aan het eind van zijn nieuwe boekje als volgt samen: ‘Voor de literaire buitenwereld was ik een losbol, een zuiplap, een seksmaniak, maar in werkelijkheid zat ik drie jaar lang de ene week achter een ziekenhuisbalie te schrijven (hij was portier, red.) en de andere week verbleef ik grotendeels bij Wijnie.’

Wijnie was niet Gipharts minnares, dealer of bardame. Wijnie Jabaaij was Gipharts moeder. Middenin een druk leven, we schrijven 1989, werd ze gediagnosticeerd met multiple sclerose. Ze was destijds Kamerlid voor de PvdA. Geleidelijk takelde ze af en in 1995 pleegde ze euthanasie. In de roman Ik omhels je met duizend armen (2000) voerde Giphart zijn moeder al in gefictionaliseerde vorm op; met Wie waarlijk leeft schrijft hij nu in non-fictie nogmaals over haar. Giphart zelf typeert het boekje als een ‘autobiografische ode’.

Dat Wie waarlijk leeft een positief boekje is zal dus niet verbazen, een heel ander boek dus dan dat andere recente moederboek, Tommy Wieringa’s Dit is mijn moeder. Maar het is wel op een andere maníér positief dan je zou verwachten. Giphart heeft ontegenzeggelijk bewondering voor de vrouw die hij afwisselend ‘Wijnie’ en ‘mijn moeder’ noemt, maar zijn bewondering geldt wel voornamelijk voor haar werk, voor de wijze waarop ze zich door de rangen omhoog knokte en het opnam voor zichzelf en voor mensen en zaken die onder druk stonden, zoals vluchtelingen en het milieu. Er zijn ook zeker complimenten voor de privé-Wijnie, maar het gaat vaker over de publieke-Wijnie, over de vrouw die zich roerde in de maatschappij. Illustratief hiervoor – en best opmerkelijk – is dat Giphart meer dan eens terugvalt op een soort knipselmap, op journalistieke producten waarin zijn moeder aan het woord kwam. Ook over privé-kwesties. Hij kan dat blijkbaar niet uit eerste hand vertellen. Wat bedremmeld (maar ook stijlvol) meldt Giphart aan het eind van zijn verhaal dat zijn moeder ‘natuurlijk na haar dood een betere moeder was dan daarvoor, want bij leven hebben we haar af en toe vervloekt.’

Lees ook ons lunchinterview met Ronald Giphart: ‘Ga dán maar eens niet in je eigen imago geloven’

Wijnie Jabaaij was een socialist en het lijkt er op dat Giphart niet alleen zijn moeder in herinnering heeft willen brengen, maar ook de linkse strijd. ‘De vluchtelingencrisis, de opkomst van extreem-rechts, de teloorgang van de arbeidersbeweging, het leed dat Trump heet, de opwarming van de aarde, de MeToo-beweging, de opleving van het feminisme’: zijn moeder zou zich er naar hartelust vrolijk of chagrijnig over hebben gemaakt. Een strijdbaar, eigenwijs en mondig mens, wier allerlaatste woord evengoed een woord van verzet was.