Is deze Malinese imam de sleutel tot verandering?

Protesten Mali In Mali is het geduld met president Ibrahim Keïta op. Mahmoud Dicko, ‘imam van het volk’, is de sterkste motor van verandering.

Imam Mahmoud Dicko riep op 5 juni op tot een protestmars tegen het beleid van president Keïta. Dicko is echter tegen de eis voor Keïta’s aftreden.
Imam Mahmoud Dicko riep op 5 juni op tot een protestmars tegen het beleid van president Keïta. Dicko is echter tegen de eis voor Keïta’s aftreden. Foto Michele Cattani/AFP

De spanning in Mali is te snijden. De straten van hoofdstad Bamako zijn stil, maar ‘radio trottoir’, de geruchtenmachine, gonst. Na maanden van landelijk protest tegen de zittende president om gesjoemel met verkiezingsuitslagen en onvrede over wanbeleid, wankelt zijn positie. Het gezin van president Ibrahim Boubacar Keïta (IBK) zou al naar Ivoorkust zijn gevlucht, klinkt op sociale media.

De onrust wordt nauwlettend in de gaten gehouden in Europese ambassades in de hoofdstad. Keïta is sinds zijn aantreden in 2013 een trouwe bondgenoot van oud-kolonisator Frankrijk en andere Europese staten, die zijn regering met geld en militaire middelen beschermen tegen oprukkende jihadisten.

Wat er de komende dagen ook gebeurt in het West-Afrikaanse land, alle ogen zijn gericht op de officieuze leider van de protesten, Mahmoud Dicko. Anders dan IBK is deze imam niet het type dat zich door westerse landen laat vertellen hoe het verder moet met Mali. „Imam Dicko is iemand die God vreest. Terwijl IBK alleen naar zijn familie en Frankrijk luistert”, zegt Zoumana Sangara, een leraar die de afgelopen dagen de straat op ging om te demonstreren tegen de president.

Imam Dicko komt uit de noordelijke regio rond Timboektoe, de stad aan de rand van de Sahara die eeuwenlang het wetenschappelijk en religieuze centrum van West-Afrika was. Hij studeerde in Saudi-Arabië en Mauritanië, werd hoogleraar Arabisch. Dicko is een strenge salafist, maar zegt geen extremistisch gedachtengoed aan te hangen en koppelt zijn leer aan West-Afrikaanse mystieke tradities.

In 2009 kreeg hij al mensenmassa’s mee met zijn luide protest tegen een wetsvoorstel dat de vrouwenrechten in Mali moest verbeteren. Toen in 2012 Toeareg-separatisten en jihadisten noordelijke steden innamen, wilde Dicko in gesprek met de extremisten. Hij ontmoette de leider van de gewapende groepering Ansar Dine(de ‘verdedigers van het geloof’), Iyad Ag Ghali, die de sharia invoerde in Timboektoe. Dicko veroordeelde uiteindelijk het gewelddadige jihadisme en steunde het ingrijpen door Franse troepen in 2013, die de jihadisten uit Timboektoe verjoegen. Hij steunde in dat jaar ook de verkiezing van Ibrahim Boubacar Keïta tot president en vergezelde hem op reizen in de Golfstaten.

Als in november 2015 Al-Qaida een bloedige aanslag op het Radisson Blu-hotel in Bamako opeist, stelt Dicko dat „terroristen door God naar ons zijn gestuurd als straf voor de promotie van homoseksualiteit, die is geïmporteerd uit het Westen”. Een maand later preekt hij in de moskee van Bamako dat „jihadisme een creatie uit het Westen” is die Frankrijk misbruikt „om Mali te herkoloniseren”. Die retoriek krijgt veel bijval onder Malinezen, die machteloos toezien hoe jihadisten steeds grotere delen van Mali onveilig maken.

Niet alleen in Mali wordt Frankrijk wantrouwd. De Sahel-jeugd is klaar met Macrons inzet van soldaten en het 'imperialisme'

Geen presidentschap

Vorig jaar verloor Dicko zijn geduld met de regering toen de financiering voor de dialoog met jihadisten werd stopgezet. De imam kreeg tienduizenden Malinezen op de been om het aftreden van de premier te eisen. IBK gehoorzaamde, maar kon niet voorkomen dat Dicko’s aanhang groeide.

De puriteinse imam is voor zijn volgelingen de tegenpool van president Keïta. „Het gaat deze president nooit om de behoeften van zijn volk. De huidige onrust is het gevolg van de openlijke corruptie van IBK en zijn familie”, zegt Yiriba Diarra, een filosofieprofessor, op de stoep van zijn huis in Safo, een buitenwijk van Bamako.

Oppositiegroepen die eerder geen schijn van kans maakten om macht te veroveren, haasten zich aan te sluiten. Zo ontstond vorige maand de ‘Beweging van 5 juni’. De eigenzinnige imam is zo populair als ’s lands grootste muzikanten, maar heeft geen presidentiële ambities. „Hij wil geen politiek bedrijven zoals politici doen, maar staat duidelijk voor een beleidsverandering”, zegt Ibrahim Maïga van het instituut voor veiligheidsstudies (ISS) in Bamako. „Dicko heeft meer te verliezen dan te winnen bij een presidentschap. Hij is liever iemand die wordt geconsulteerd bij belangrijke beslissingen dan iemand die zelf aan het roer staat.”

Terwijl demonstranten vorig weekend het parlement en de staatsomroep bezetten, wees Dicko de eis om Keïta’s aftreden van de hand. Dat vertrek „zal meer problemen veroorzaken dan oplossen”, zei hij tegen de Fransetelevisiezender France 24. „Mali heeft een bestuursprobleem”, zei hij, maar verandering moet vreedzaam tot stand komen. Gezien zijn leeftijd en invloed konden de betogers maar beter naar hem luisteren, sprak hij streng.

Met medewerking van Soumaila Guindo in Bamako