CoronaMelder-app meldt hoge overdrachtkans

Corona-app Minister Hugo de Jonge heeft meer duidelijkheid verschaft over de corona-app. Vanaf 1 september moet de app het bron- en contactonderzoek van de GGD gaan aanvullen. Vier vragen.

Jongeren testen in een lab van de Universiteit Twente de coronawaarschuwingsapp.
Jongeren testen in een lab van de Universiteit Twente de coronawaarschuwingsapp. Foto Vincent Jannink/ANP

Na een lang voortraject is er eindelijk een datum waarop minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) de CoronaMelder-app wil invoeren. Vanaf 1 september moet het waarschuwingssysteem landelijk actief zijn. Vier vragen.

1 Hoe werkt de CoronaMelder-app?

De corona-app laat zich het best uitleggen als een megafoon die unieke codes uitzendt. Ontvangers, bijvoorbeeld passanten met de CoronaMelder op hun telefoon, bewaren die veertien dagen lang. Langer heeft geen zin, omdat twee weken de uiterste incubatietijd van het coronavirus is.

Zo legt de app een logboek van contacten aan die ingelicht moeten worden als iemand in die tijd het coronavirus op heeft gelopen. Hoewel op basis van de codes waarschuwingen naar andere telefoons verstuurd kunnen worden, zijn ze erg moeilijk naar een persoon te herleiden. De CoronaMelder gebruikt geen persoons- of locatiegegevens.

Als bij een app-gebruiker corona vastgesteld wordt, komt hij – net als iedere nieuwe geïnfecteerde – in beeld van de GGD voor het reguliere bron- en contactonderzoek. Tijdens dat gesprek vraagt een GGD-medewerker of hij of zij anderen via de app wil waarschuwen. De geïnfecteerde kan ze immers aangestoken hebben. Als daarvoor toestemming gegeven wordt, worden de uitgezonden codes gedeeld met een centrale server.

Lees ook: ‘Wat staan er veel woorden in de corona-app’

De andere deelnemers bekijken die lijst met besmette codes een aantal keren per dag. Als contactcodes in het logboek worden aangetroffen én er sprake was van nauw contact dat langer dan vijftien minuten duurde, wordt die persoon door de CoronaMelder gewaarschuwd. De app zegt niet dat mensen besmet zijn, maar waarschuwt alleen als het risico op een overdracht van het virus groot genoeg is.

2Wat zijn de verwachtingen?

Door meer van deze potentiële nieuwe besmettingsbronnen sneller te bereiken en zich te laten isoleren of testen op het virus, wordt voorkomen dat zij op hun beurt de besmetting doorgeven. Dat brengt uiteindelijk het reproductiegetal van het coronavirus omlaag. De CoronaMelder is in de ogen van minister De Jonge deel van „de dijk” die een tweede golf van het coronavirus tegen dient te houden.

Op papier heeft het waarschuwingssysteem drie voordelen ten opzichte van het reguliere bron- en contactonderzoek. De app is niet afhankelijk van het geheugen van de ondervraagde. Dat betekent dat ook mensen die de geïnfecteerde niet kent – vreemdelingen in een treincoupé – of vergeten is, of om wat voor reden dan ook verzwijgt, toch in beeld komen. De app is sneller, want contacten hoeven zelf niet nog een keer bereikt te worden. En de CoronaMelder is grotendeels geautomatiseerd, waardoor het systeem een grotere capaciteit heeft.

De CoronaMelder gaat evenwel niet het werk van de GGD vervangen: het staat naast het normale bron- en contactonderzoek. De app staat ook niet op zichzelf. De andere gedragsmaatregelen – afstand houden, handen wassen – blijven belangrijk.

3 Is de app betrouwbaar genoeg?

Niet ieder contact met iemand bij wie later het coronavirus vastgesteld wordt, zal tot een waarschuwing leiden. Als app-gebruikers elkaar op straat vluchtig passeren, kan een contactcode uitgewisseld worden, maar is het risico op besmetting klein. Daarom maakt de app op basis van de nabijheid en de duur van het contact een risico-inschatting. Hoe langer en hoe nauwer het contact was, hoe groter de kans op besmetting is geweest.

Lees ook: De nieuwe corona-app: een balanceeract tussen ‘te streng’ en ‘te soft’

Die nabijheid wordt ingeschat door de sterkte van het opgevangen signaal te meten, dat uitgezonden wordt via bluetooth. Wetenschappers die het ministerie over de app adviseren, concludeerden volgens De Jonge dat de techniek in ieder geval „voldoende betrouwbaar is om een voorspelling te doen over of een gebruiker in een besmettelijke situatie is geweest”. Wel hoopt het ministerie de nauwkeurigheid – 73 procent van de waarschuwingen is correct – nog te verbeteren.

Het systeem hoeft niet feilloos te zijn om bij te dragen aan de strijd tegen het coronavirus, stellen de wetenschappers in de begeleidingscommissie. Snel en slim testen – bijvoorbeeld nog eens als een eerste test negatief is – zal helpen om de bijeffecten van missers te reduceren en het draagvlak te behouden. Gebruikers van de CoronaMelder moeten bewust gemaakt worden over de beperkingen, adviseerden de wetenschappers begin deze maand. „Dit lijkt op het eerste gezicht niet bevorderlijk voor het draagvlak, maar zal anders via ervaringen van gebruikers duidelijk gaan worden en mogelijk nog harder aan het draagvlak knagen.”

4

In de aanloop naar 1 september vinden er nog twee praktijkonderzoeken plaats in de GGD-regio’s Twente en Rotterdam-Rijnmond. De app zal daar vanaf 17 augustus volledig werken en gebruikers voor het eerst gaan waarschuwen. De CoronaMelder is vanaf dat moment door iedereen in Nederland te downloaden, maar alleen inwoners van de deelnemende regio’s kunnen ook daadwerkelijk anderen waarschuwen. Tijdens die testen wordt ook onderzocht of het zinvol is om te testen zonder klachten of kort achter elkaar.

Op een coronawet hoeft de CoronaMelder in ieder geval niet te wachten. De huidige Wet publieke gezondheid (WPG) laat de invulling van het bron- en contactonderzoek vrij, schreef De Jonge. Wel komt er een tijdelijke Wet notificatieapplicatie, die bijvoorbeeld het verplichtstellen van de app verbiedt. Die wet wordt zo „spoedig mogelijk ingediend”.

De planning is ambitieus, erkent de minister. Ook omdat staatssecretaris Hans Vijlbrief (Financiën, D66) „gezien de uitdagingen waarvoor de Belastingdienst staat” verzocht heeft om de servers van de CoronaMelder elders onder te brengen. De keuze viel aanvankelijk op het datacentrum van de Belastingdienst, omdat de fiscus bijvoorbeeld over een 24-uurs Security en Operations Center (SOC) beschikt, dat waakt voor cyberaanvallen.

Binnen enkele weken wordt nog een advies van de Autoriteit Persoonsgegevens verwacht. Pas na een instemming van de toezichthouder kan de app landelijk ingevoerd worden.

Als alles goed gaat start vanaf 1 september een landelijke publiekscampagne met als doel om zoveel mogelijk mensen de app te laten installeren. Of de app daadwerkelijk helpt in de strijd tegen het coronavirus, zal na de landelijke introductie moeten blijken. Het ministerie zal de werking daarom na introductie continu evalueren en indien nodig aanpassen.