Reportage

‘Als ik hier ben, telt alleen maar de lijn’

Badgasten Wie zijn de vaste gasten van de Nederlandse stranden? De kust in portretten.

De koraalrode broek van de zongebruinde Rick Stevens (56) is vanaf een paar honderd meter afstand te zien. Hij staat met zijn hengel vlak naast de pier van Hoek van Holland. Aan zijn linkerzijde ligt de Maasvlakte, waar hij werkte tot hij in de ziektewet terechtkwam. Aan zijn rechterhand staat zijn oud-collega en wijkgenoot Bram, die een dagje mee is. Zo’n honderd meter achter hem ligt zijn vrouw Astrid. Maar als hij op het strand is, telt eigenlijk alleen maar recht vooruit. Daar waar de zee is en waar zijn vislijn ligt.

Hij staat al op deze plek sinds zijn zevende, toen zijn vader hem hier mee naartoe nam. „Volgend jaar sta ik hier dus 50 jaar.” De laatste 12 jaar staat hij alleen, sinds zijn vader overleden is. „Dat was wel gek ja, die eerste paar keer zonder pa.”

Als het weer het toelaat, komt hij elke dag. „Met het scootertje vanuit Rotterdam.” Met de tenen in het zand en blik op de zee komt hij tot rust, terwijl hij „zwaar ADHD” heeft. „Normaal heb ik 35 dingen in mijn kop, maar als ik hier ben is er maar één ding. De lijn.”

Hij haalt zijn paternosterlijn – een constructie met drie haken en een loodje om het geheel op de bodem te houden – naar binnen om te zien hoe het met zijn aas zit. „Vorige week stond ik hier ook, komt er opeens zo’n joekel van een krab met mijn loodje het strand op lopen.” Ook nu is zijn aas verdwenen. Dus vist hij uit zijn tas een tupperware-bak met daarin een flesje ijswater en een krant met zagers, zeeduizendpoten. Hij wilde liever pieren, maar die hadden ze niet. „Deze krengen bijten, kijk maar, au!” Hij vloekt een paar keer hard en knipt met een schaar de kop van de worm af.

Als de drie haken gevuld zijn, loopt hij gedecideerd de zee in, totdat hij tot zijn middel in het water staat. Met een flinke haal werpt hij uit, neemt een duik en loopt terug. „Wachten maar”, zegt hij terwijl hij een shaggie draait. „Nu vang je trouwens sowieso niks hoor, het water staat stil, je moet wachten tot het water opkomt. Dan komen de vissen vanzelf mee.” Maar, zoals het een waar visser betaamt, gaat het hem niet om het vangen maar om het vissen. „Anders was ik wel bij een sloot gaan zitten, dat vind ik zo dom, dan kennie net zo goed je hengel in het aquarium gooien.”