Foto Paul Grover/REX

Interview

Zijn jeugdvrienden stierven aan een overdosis. Hij werd een literair wonderkind

Interview | Ocean Vuong Ocean Vuong groeide op in een wereld vol geweld, drugs en trauma. Maar waar zijn vrienden stierven aan een overdosis, was zijn schrijftalent een ticket uit deze omgeving. “Mijn familiegeschiedenis zit vol wonden.”

Wie voor het eerst Amerika bezoekt, voelt zich bedrogen. Ja, de wolkenkrabbers zijn indrukwekkend, de porties reusachtig, de opgewektheid aanstekelijk. Maar daar tegenover staat de armoede, het verval en de diepe ongelijkheid, die zorgvuldig zijn weggepoetst uit de populaire cultuur waarvan we het land zo goed denken te kennen. In zijn debuutroman Op aarde schitteren we even richt Ocean Vuong (1988) zijn schijnwerper juist op de achterkant van de Amerikaanse droom, en laat daarbij geen plekje onbelicht. Leven in Amerika, schrijft hij, is ‘pijnlijk, giftig en onderbetaald.’

Lees ook onze recensie van Op aarde schitteren we even: Zijn dichtershart klinkt luid en prachtig door in dit veelstemmige prozadebuut

Precies een jaar geleden verscheen dit zinderende boek, dat van schrijver en dichter Vuong een literaire superster maakte. In de autobiografische roman schrijft immigrantenzoon Hondje een brief aan zijn analfabete moeder over hun familiegeschiedenis. Die geschiedenis is een product van de Vietnamoorlog – zijn oma raakte als sekswerker in Saigon zwanger van een Amerikaanse soldaat. Het kind werd later Vuongs moeder.

In 1990 – de op een rijstplantage geboren Ocean Vuong is twee – emigreert zijn familie naar Amerika, om neer te strijken in het arbeidersstadje Hartford, in Connecticut. Een plek vanwaar iedereen die het zich kan veroorloven direct vertrekt. Met zijn zessen betrekken ze een woning in een achterbuurt met één slaapkamer, vader verdwijnt uit beeld. Overdag werkt zijn moeder zich kapot, geknield boven chemische dampen in een nagelsalon. Het is een immigrantenjeugd met bittere en zoete momenten. Moeder en oma zijn zwaar getraumatiseerd – Vuong krijgt geregeld klappen. Tegelijkertijd is er liefde: ’s avonds zit de familie bij elkaar op de grond in de woonkamer en vertelt oma spannende verhalen.

Vuong moet zien te navigeren in een wereld waarin hij, zoals The Guardian eerder schreef, ‘langs elke as gemarginaliseerd is’: op het gebied van afkomst, klasse en seksuele geaardheid. Want dat laatste beschrijft hij ook, als hoofdpersoon Hondje – eenmaal puber – een stormachtige relatie krijgt met Trevor. Samen roken ze met cocaïne besprenkelde joints, ontdekken hun lichamen en komen ze erachter wat het betekent om man te zijn in Amerika.

„Ik denk dat Amerikaanse mannelijkheid nog vrij primitief is.”

Pas op zijn elfde leert Vuong boeken te lezen. Een redding, zo blijkt. Waar de meeste jongeren uit zijn buurt uiteindelijk ten prooi vallen aan drugsverslaving of bendegeweld, schreef Vuong zich na de middelbare school in voor een studie literatuur in New York. Vanuit zijn huis in Massachusetts, waar zijn voornaamste bezigheid in de afgelopen coronatijd ‘de afwas’ is, vertelt Vuong over het boek dat hem wereldberoemd maakte.

Voor de meeste immigranten gaat het leven over vooruitkijken. In uw boek wroet u juist in de familiegeschiedenis. Wat vond uw familie daarvan?

„In eerste instantie voelt zoiets als verraad, omdat mijn familiegeschiedenis vol wonden zit. De eerste generatie immigranten denkt: we hebben alles opgeofferd om naar een nieuw land te komen. Waarom zou je die pijn willen onderzoeken? Daarmee verstoor je de overlevingsmodus. Maar tussen de eerste en de tweede generatie bestaat een groot verschil – hoewel ik technisch gezien één punt vijf ben, want geboren in Vietnam. Ik denk dat het aan de tweede generatie is om het verhaal te vertellen, omdat zij de moeilijkheden niet hebben doorstaan.

„Aan de andere kant is mijn familie heel trots, hoewel ze mijn werk niet precies begrijpen. Ik kom uit een familie van rijstboeren en om een schrijver in de familie te hebben voelt voor hen bijzonder.”

Sowieso is dat bijzonder, omdat u beschrijft hoe verschillende jeugdvrienden verslaafd raakten en op jonge leeftijd overleden aan een overdosis. Hoe verklaart u dat u niet op dit pad bent afgegleden?

„Dat is iets wat ik me tot op de dag van vandaag afvraag. Om eerlijk te zijn: ik weet het niet. Ik was een jaar of elf toen de opioïdencrisis toesloeg in mijn buurt. De oudere kinderen, de pubers, begonnen toen te gebruiken. Daardoor had ik, tegen de tijd dat ik zelf puber was, al de verwoestende gevolgen gezien. Ik ben op genoeg begrafenissen geweest. Dat is één verklaring. Maar voor de rest is het een kwestie van geluk. Het is niet alsof ik behendiger was dan iemand anders.”

U bent opgevoed door vrouwen. Wie waren de mannelijke voorbeelden in uw leven?

„Oh god [lachje]. Net als voor een hoop andere Amerikaanse jongens kwamen mijn voorbeelden uit de mediawereld: sport en muziekvideo’s. Het waren geen realistische voorbeelden, dit waren mannen die optraden op een podium. Of dat nou onder stadionlicht was of voor een camera.

„Ik denk dat Amerikaanse mannelijkheid nog vrij primitief is. We hebben technologie, wapens, wetenschap. Maar wat het betekent om een succesvolle man te zijn? Die definitie is nog erg mager.”

Wat is er dan precies mis mee?

Lees ook ‘De crisis van de man is de basis voor Trump’

„Ik denk dat dit te maken heeft met de Amerikaanse identiteit. Dit is een vaderland, een land van voorvaderen. Van George Washington, Thomas Jefferson. Die zitten verweven in onze nationale identiteit. Maar het probleem is dat dit land ontstaan is uit geweld – de genocide op de Native Americans en de slavernij. Als we de successen van dit land vieren, als we patriottistisch zijn, dan vieren we de gewelddadige daden van mannen. We verheerlijken de idealen van de eerste kolonisten uit Europa, die naar het Westen trokken, een vlag neerplantten en een huis bouwden op een door God gegeven stuk grond. We verheerlijken de selfmade man, de pionier die op de wilden schiet en alle bomen kapt. Denk aan John Wayne, Clint Eastwood, en in zekere zin ook Donald Trump. Die pionier is gelinkt aan onze nationale identiteit en de invulling van wat mannelijkheid is.”

Wat is in uw ogen dan een volwassen, geslaagde vorm van mannelijkheid?

„Mannelijkheid zou zoveel meer kunnen zijn. Waar het mij vooral om gaat is meer menselijkheid. Toen ik opgroeide had je de verschrikkelijke uitdrukking ‘no homo’. Die werd als magische spreuk gebruikt als jongens en mannen op platonische wijze intiem wilden zijn: een arm om de schouder, een knuffel. Toen ik klein was zag ik een jongen huilen nadat zijn oma overleed. Zijn vriend kwam naar hem toe om hem te troosten, maar om dat te doen moest hij erbij zeggen: no homo. Aanraking tussen mannen is zo beladen.”

Het nummer ‘Many Men’ van rapper 50 Cent loopt als een rode draad door uw boek heen. Waarom juist dit nummer?

„50 Cent was enorm populair in de vroege jaren 2000. Hij was een van de laatste grote gangsterrappers, het genre van Tupac en Biggie. 50 Cent was ultramasculien, een hyperbool van mannelijkheid. Hij scoorde hits in de tijd dat Amerika nieuwe oorlogen voerde in Irak en Afghanistan. Dit specifieke nummer was bekend dankzij de intro met negen schoten. Curtis Jackson – zijn echte naam – werd beroemd met de claim dat hij een moordaanslag zou hebben overleefd. Dus ik vond het interessant dat een van de meest gevierde nummers van die tijd letterlijk begon met schoten. De Amerikaanse cultuur verheerlijkt geweld.”

Uw boek bevat zeer veel lichamelijke details: bloed, haar, pis. Een abortus wordt vergeleken met het schrapen van pitjes uit een papaja. Waarom koos u daarvoor?

„In romans is het de norm om een nieuw personage te introduceren vanuit de blik van de flaneur die in een café zit en om zich heen kijkt. Paginalange beschrijvingen van hoe iemand eruitziet en wat iemand draagt. In die blik zit een bepaald oordeel, het is een waardebepaling van iemands lichaam – die zijn oorsprong vindt in kunst uit het middenklasse- milieu. Dat wilde ik juist niet. Daarom beschrijf ik in mijn boek nauwelijks de gezichten, lichamen of kleding van mijn personages. Ik beschrijf alleen delen van hun lichaam in relatie tot actie. Zo weet je bijvoorbeeld niet dat de minnaar van de hoofdpersoon een ketting draagt, tot de scène dat ze seks hebben.”

U beschrijft in uw boek gedetailleerd de ontmaagding van de hoofdpersoon. Inclusief de klunzigheid en kwetsbaarheid. Hoe was het voor u om over homoseks te schrijven?

Zie ook de lijst met favoriete boeken van onze recensenten, waarin Vuong driemaal genoemd wordt: Dit zijn de 125 beste boeken van 2019 (volgens NRC)

„Het was een heel zelfbewust moment. In veel queer romans wordt seks gebruikt om de plot vooruit te helpen. Seks is dan de drempel naar de rest van het verhaal. Maar voor mij voelde dat niet als een realistische ervaring. Als je queer bent, is seks hard werken, omdat de kennis erover minder toegankelijk is. Je leert er niet over bij seksuele voorlichting, je ouders vertellen je er niet over. Het is kennis die je zelf, struikelend in het donker, moet vergaren. Met deze scène wilde ik laten zien dat deze twee jongens iets proberen te leren wat ze de rest van hun leven zullen gebruiken. En het blijft niet alleen bij deze scène, als iets om af te strepen, de seks zit door het hele boek heen.”

In andere recente succesvolle gayverhalen wordt het gedetailleerd beschrijven of laten zien van seks tussen twee mannen, juist verbloemd. Zoals in de film ‘Call Me By Your Name’.

„In deze film – technisch gezien een bi-verhaal – zie je een hiërarchie in het spektakel van seksualiteit. De heteroseks wordt volop in beeld gebracht. Maar als het om twee mannen gaat, verplaatst de camera naar een boom via het raam. Een ráám? In 2017? In de Victoriaanse tijd bedekten ze tafelpoten omdat die te suggestief zouden zijn, dit voelt hetzelfde.”

Uw moeder overleed eind 2019. In de laatste jaren van haar leven heeft ze nog uw succes meegemaakt. Hoe was dat voor haar?

„Net als elke andere moeder was ze gelukkig en trots. Ik heb het geluk gehad dat ik dat mocht meemaken. Ik ken genoeg mensen wier ouders doodgingen voordat ze werden wie ze waren, professioneel gezien. Dus ik weet hoe waardevol het is dat zij dit nog heeft kunnen zien.”

Heeft ze uw boek gelezen?

„Ze heeft er wel eens vagelijk naar gevraagd, maar had er verder geen interesse in. Weinig familieleden hadden dat, en dat is oké. Het is niet eerlijk van mij om die aandacht van hen op te eisen, om hen te vragen een milieu te betreden waarin ze niet geïnteresseerd zijn, alleen maar omdat ik beroemd ben. Het is een groot privilege om een boek te lezen. Dat kost zeven, acht, negen uur. Dingen waar zij nooit tijd voor hadden: ze moesten werken van negen tot negen. Ik vind het eigenlijk wel prettig dat het ze niks kan schelen. Het betekent dat ze trouw zijn gebleven aan wie ze zijn.”