Unieke vuistbijl van nijlpaardbot gevonden in Ethiopië

Antropologie Bot is moeilijker te bewerken dan steen. Dat zo’n vroege mens deze moeite heeft genomen „is echt betekenisvol”.

Nijlpaardbotvuistbijl.
Nijlpaardbotvuistbijl. Foto Berhane Asfaw

Een 1,4 miljoen jaar oude vuistbijl uit Ethiopië blijkt te zijn gemaakt van een nijlpaardbot. Dat is uitzonderlijk, want deze grote snijwerktuigen van de menselijke voorouder Homo erectus zijn normaliter gemaakt van steen. Er zijn slechts een tiental vuistbijlen van bot bekend, allemaal van olifantenbot en vrijwel allemaal uit later tijd, na 500.000 jaar geleden.

Omdat het moeilijker is om een vuistbijl te maken van bot dan van steen, toont de benen vuistbijl het verfijnde technische vermogen en het brede repertoire van Homo erectus in deze vroege periode, zo schrijft een Ethiopisch-Japans onderzoeksteam onder leiding van Gen Suwa (Tokyo University) deze week in PNAS.

De vuistbijl heeft een normale omvang en is 12,7 bij 7,5 cm groot en 4,6 cm dik. Hij is gemaakt met ten minste 44 afslagen van het oorspronkelijke nijpaarddijbeen. Uit gebruikssporen kan worden afgeleid dat de vuistbijl in ieder geval aan één kant is gebruikt voor snijden, zagen en misschien ook hakken, precies zoals ook met stenen exemplaren gebeurde.

Niet zo vaak bewaard gebleven

Over de vraag of bijna anderhalf miljoen jaar geleden in Ethiopië een ‘erectus-instrumentenmaker’ ook met een bijzondere reden een nijlpaardbot in plaats van steen ter hand heeft genomen, laten de onderzoekers zich niet uit in de PNAS. Ze sluiten niet uit dat benen vuistbijlen veel vaker zijn gemaakt, maar dat deze eenvoudigweg niet zo vaak bewaard zijn gebleven als de stenen. Maar desgevraagd reageert de Israëlische archeoloog Ran Barkai (Tel Aviv University) per mail opgetogen op de nieuwe analyse. „Het is echt betekenisvol dat zo’n vroege mens de moeite heeft genomen om een vuistbijl te maken van een bot van een groot zoogdier dat hij waarschijnlijk kort daarvoor geslacht en gegeten heeft. Terwijl hij even goed steen had kunnen gebruiken dus.”

Vier jaar geleden legde Barkai samen met Katia Zutovski een verband met de verbinding die veel moderne jagers/verzamelaars voelen met grote dieren als de olifant. Ook recenter beschrijft hij het belang dat de olifant naar zijn inschatting moet hebben gehad voor de paleolithische jager. Hij citeert onder meer moderne jagers-verzamelaars voor wie de olifant niet alleen een cruciale leverancier van vet en vlees is, maar ook bijna mensachtige proporties heeft. Zoals de Samburu uit Kenia die zeggen dat „olifanten een slurf hebben die een menselijke arm is, borsten als van een vrouw en huid die op menselijke huid lijkt.” De Baka-pygmeeën merken op dat de olifanten „hetzelfde voedsel eten als mensen”. Zo’n band kan ook in het verre verleden hebben bestaan. Het maken van een vuistbijl van het bot van zo’n indrukwekkend dier dat waarschijnlijk met een stenen vuistbijl is geslacht, wordt dan een diepe symbolische handeling, aldus Barkai. Dat het nu voor het eerst om een vuistbijl van nijlpaardenbot gaat, maakt het alleen maar interessanter, zegt hij. „De gelijkenis met mensen is wel minder, maar even goed is het een belangrijk dier, dus kan het ook een betekenisvolle daad zijn om van het geslachte dier een vuistbijl te maken.”

De vuistbijl, of-ie nu van steen of bot is, behoort tot een belangrijke technische en mogelijk ook mentale vernieuwing in de evolutie van de mens. Het ‘instrument’ verschijnt op hetzelfde moment dat Homo erectus in Afrika verschijnt, ca. 1,8 miljoen jaar geleden. De werktuigtechniek die dan begint wordt naar de oudste Franse vindplaats het Acheulien genoemd. Kenmerkend is dat met een slagsteen zorgvuldig scherpe fragmenten worden afgemept van een andere steen. Die ‘afslagen’ zijn dan te gebruiken als mes bij het slachten van prooidieren, waartoe ook grote dieren gingen behoren, zoals olifanten en nijlpaarden. Soms werd de steen waarvan fragmenten worden afgeslagen, verder gevormd tot een druppelvormige symmetrische ‘vuistbijl’.

Zorgvuldig afgewerkte symmetrie

Door zijn treffende esthetiek is de vuistbijl in de archeologie het symbool geworden voor het tijdperk van het Acheulien en voor de grote stap die daarmee Homo erectus mentaal heeft gezet, ook omdat deze vorm alleen gemaakt kan worden als de vuistbijlenmaker de bedoelde vorm al vooraf voor ogen heeft. De maker moet de uiteindelijke bijl al in de ruwe steen kunnen zien, als het ware. Uit analyses van gebruikssporen op de vuistbijlen is af te leiden dat ze daadwerkelijk gebruikt werden als snij-instrument, soms ook op hout.

Maar omdat op slachtplaatsen van Homo erectus lang niet altijd vuistbijlen worden teruggevonden, lijkt het erop dat deze menselijke voorouders ook prima met alleen de afslagen konden werken. Door de vaak zorgvuldig afgewerkte symmetrie, die voor het gebruik strikt genomen niet noodzakelijk zou zijn, is door sommige archeologen wel vermoed dat de vuistbijlen ook gebruikt werden als statussymbool, mede omdat er ook onbruikbaar grote vuistbijlen zijn teruggevonden, zoals een van 30 cm en 1,4 kg uit Engeland. Andere zijn van bijzondere steensoorten of hebben zelfs prominent een fossiel in het hart.