Opinie

Poolse democratie blijft in de gevarenzone

Presidentsverkiezingen

Commentaar

De Poolse politiek was bij de presidentsverkiezingen van afgelopen zondag in twee – bijna – even grote kampen verdeeld. President Andrzej Duda kan na een krappe overwinning aan een nieuwe termijn beginnen. De politicus van Recht en Rechtvaardigheid, PiS, kreeg bij een hoge opkomst 51 procent van de stemmen.

Polen heeft dus gekozen voor een voortzetting van de PiS-koers die bestaat uit een reveille van conservatief-katholieke, nationale waarden, gecombineerd met royale sociale programma’s, inperking van democratische instituties en een intolerante houding ten aanzien van seksuele minderheden.

Maar er meldde zich zondag ook een ander Polen. De liberale burgemeester van Warschau Rafal Trzaskowski van de centrum-rechtse partij Burgerplatform haalde 49 procent. Hij kreeg vooral steun in het westelijke deel van het land en in de steden, Duda was sterk in het oosten en op het platteland. De oppositie heeft dus een populair boegbeeld en een aansprekend alternatief voor Duda.

Het grote aantal stemmen voor Trzaskowski laat zien dat er in Polen iets te kiezen valt, maar de overwinning van Duda betekent dat de Poolse democratie voorlopig niet uit de gevarenzone is en dat aanhoudende fricties met Europese Commissie en Europees Parlement voorgeprogrammeerd zijn.

De PiS behoudt met de overwinning van Duda zeker tot de parlementsverkiezingen van 2023 een comfortabele machtspositie. Polen wordt geregeerd door een conservatief-nationalistisch kabinet, dat nu onder leiding staat van premier Mateusz Morawiecki. Bovendien maakt Duda geen gebruik van het presidentiële veto zonder ruggespraak met de leider van de PiS, Jaroslaw Kaczynski.

In de verkiezingscampagne schaarde Duda zich uitdrukkelijk achter conservatieve katholieken die weinig moeten hebben van migranten en seksuele minderheden. Homoseksualiteit is, zei hij, erger dan het communisme. Bovendien beschuldigde hij buitenlandse media van inmenging in Poolse aangelegenheden.

De publieke media kozen voor Duda. Buitenlandse verkiezingswaarnemers van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) noemden de publieke omroep „partijdig” en een „campagne-apparaat” voor de zittende president. Sommige items waren volgens de OVSE xenofoob en antisemitisch.

De PiS heeft met een reeks maatregelen de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht aangetast. De Europese Commissie en het Europees Parlement houden het land daarom nauwgezet in de gaten. In 2018 zette het Parlement een artikel 7-procedure in werking die er in theorie toe kan leiden dat Polen stemrecht verliest in de Europese Raad. Begin dit jaar riep het Parlement de Commissie op al het mogelijke te doen om Polen weer op het rechte pad te krijgen. Inmiddels wordt in Brussel gespeeld met de gedachte om subsidies afhankelijk te maken van respect voor de rechtsstaat. Het vertrouwen in de onafhankelijkheid van Poolse rechters is zo ver gedaald dat rechters in het buitenland aarzelen om verdachten uit te leveren aan Polen.

Polen koos met Duda voor een partij die de benoeming van rechters politiek maakt, het niet zo nauw neemt met onafhankelijkheid van de pers en weinig ruimte laat voor seksuele minderheden. Het is van het grootste belang dat er de komende jaren genoeg ruimte blijft voor de oppositie. Met voortzetting van het PiS-beleid is de kans dat Brussel vroeg of laat hard moet ingrijpen weer groter geworden.