Recensie

Recensie Strips

Man & Kerel spelen dat ze stripfiguren zijn

Strip Stefan van Dinther laat Man & Kerel spelen met de conventies van het beeldverhaal en met zichzelf. Het levert een curieuze leeservaring op, die eenvoudig oogt en steeds spannender wordt.

Uit Stefan van Dinthers, Man & Kerel als stripfiguren
Uit Stefan van Dinthers, Man & Kerel als stripfiguren

Veel is raar aan deze verzameling korte verhalen rond de twee figuren Man & Kerel. De ene is een lange staak, de andere een gedrongen figuur en samen maken ze dingen mee. Beter gezegd: samen zijn ze ergens, waar vaak niet meer gebeurt dan dat de twee er toevallig aanwezig zijn.

Dat Man & Kerel stripfiguren zijn of worden, zoals de albumtitel suggereert, is evenzeer iets waarin we ons moeten schikken. Het lijkt een voorwaarde: neem aan wat je wilt, doe ermee wat je goeddunkt. Wie daar niet van terugschrikt, geniet van Man & Kerel, een onconventionele, filosofische oefening in beeldverhalen.

Stefan van Dinther (1969) was ooit verantwoordelijk voor het curieuze en buitenissige striptijdschrift Eiland, samen met Tobias Schalken. Die laatste publiceerde in 2018 de indrukwekkende graphic novel Eldorado. In Eiland excelleerde het duo vooral door alle stripconventies constant ter discussie te stellen. In Man & Kerel als stripfiguren is het niet anders.

Slapstick

Het werk van Van Dinther is voorzichtig slapstick te noemen, maar van absurde snit. De twee onbeweeglijke mannen praten nauwelijks en acteren hooguit vanwege de opeenvolging van stripkaders. Ze spelen dat ze stripfiguren zijn. Soms lijkt hun gang uitsluitend gemotiveerd door de titel van de strip. Als Man & Kerel een vrouw zoeken, dan vinden ze er uiteindelijk eentje in het park, op een bankje. Dat is het. Het concept was niet van belang, het zoeken was het hele eieren eten.

Lees ook: Stijlvolle strip over verlies, zelfverwijt en sprankje hoop

Daarover gesproken: als de heren een ei bakken en steeds te veel van iets toevoegen – zout, aardappel, of wat dan ook – zitten ze ten langen leste met een reuzenomelet aan tafel. Zo volgen de losse delen elkaar op: als een surreële aaneenschakeling van scènes en situaties, die bij elkaar worden gehouden door kleur, vorm en opmaak.

Van Dinther kiest voor twee uitgesproken steunkleuren, lichtblauw en rood, met een zweem van risoprint. De vormen die de achtergrond en de aanblik bepalen zijn rudimentair. Het zijn buizen, basale vormen en lijnen. Soms is een achtergrond pointillistisch uitgewerkt. De beide figuren zijn zelfs uitgesproken aarzelend getekend: ze zijn klein, frommelig en iel, alsof uit alle macht is geprobeerd om geen klare lijn te fabriceren. Dat klinkt als een diskwalificatie maar is juist een krachtig statement. Het versterkt de uitstraling van de strip: het wordt er vreemder van, delicater.

De strip Man & Kerel, waarvan losse afleveringen verschenen in het stripblad Zone 5300 en in Vrij Nederland, is niet ieders favoriet, dat probeert het ook niet te zijn. Van Dinther is compromisloos in vorm en inhoud. Hij laat het humoristische op een bepaald meta-niveau toe, maar kiest nergens voor een gemakkelijke weg: daarvoor is het te abstract en onaangepast. Dat maakt van dit fraai vormgegeven oblong-album een curiosum, bedoeld voor fijnproevers en aandachtig publiek met een open blik.