Klinieken raken vol, wachtlijst groeit: ‘Het tbs-systeem is aan het vastlopen’

Tbs Voor het eerst in jaren stijgt het aantal tbs-patiënten: het aantal ‘verwarde personen’ stijgt en de uitstroom uit de klinieken gaat moeizaam.

Een patiëntenkamer in een tbs-kliniek.
Een patiëntenkamer in een tbs-kliniek. Foto Olivier Middendorp

‘Wij willen geen Michael P. in ons dorp’. Dat was de titel van een petitie begin dit jaar in het Drentse Zuidlaren tegen de komst van de moordenaar van Anne Faber. Hij zou worden opgevangen binnen een nieuw opvangproject voor tbs-patiënten. Ruim 2.200 inwoners ondertekenden de petitie.

De kans op meer van dit soort onrust groeit nu nieuwe tbs-voorzieningen mogelijk nodig zijn. Voor het eerst sinds jaren stijgt het aantal tbs-patiënten weer, zo maakte het ministerie van Justitie en Veiligheid woensdag bekend. In 2019 behandelden de klinieken 1.504 patiënten. Dat waren er 61 meer dan het jaar ervoor.

Lees ook het nieuws van woensdag: Klinieken behandelen weer meer tbs’ers maar wachttijden groeien

Vrijwel alle klinieken zitten echter vol, alleen in de Mesdagkliniek in Groningen die in allerijl aan het uitbreiden is, is nog een beetje plek. De wachttijd in de gevangenissen is aan het oplopen, blijkt uit dezelfde cijfers van Justitie. Eind 2019 stonden 48 gedetineerden op de wachtlijst voor een tbs-kliniek, 21 meer dan een jaar eerder. De wachttijd is voor de meeste klinieken opgelopen met een periode van langer dan een half jaar.

Nog niet zo heel lang geleden - in de jaren 2013-2014 – sloot de overheid nog twee tbs-klinieken (in Rekken en Utrecht). Een derde kliniek kreeg een andere bestemming (in Balkbrug). Het was toen juist de tijd van dalende aantallen tbs-patiënten. De sluiting scheelde een capaciteit van enkele honderden dure bedden, een mooie bezuinigingspost voor het tweede kabinet-Rutte (VVD en PvdA) dat op zoek was naar miljarden op de rijksbegroting. De komende jaren kan (een deel van) die capaciteit echter toch weer nodig zijn.

Meer tbs na zaak-Anne Faber

Advocaat Jan-Jesse Lieftink van Bureau TBS advocaten herkent de trend die uit de cijfers van Justitie spreekt. „Er zijn behoorlijke wachtlijsten, ook voor mijn cliënten. Het systeem is op meerdere fronten aan het vastlopen”, zegt Lieftink, tevens bestuurslid van de vereniging van tbs-advocaten.

Enerzijds is de instroom de laatste jaren gegroeid, met name in gesloten inrichtingen. Rechters gingen meer tbs opleggen. Dat kwam zowel door de groei van het aantal ‘verwarde personen’, als door de vele publiciteit rond gruwelijke incidenten zoals met Michael P. Advocaat Lieftink: „Na de dood van Anne Faber in 2017 gingen rechters duidelijk meer tbs opleggen.” Michael P. had in een eerdere strafzaak niet aan onderzoek meegewerkt en mede daardoor geen tbs-behandeling ondergaan.

Anderzijds begon de uitstroom van tbs-patiënten te stokken. Was er eerder vooruitgang geboekt in het verkorten van de gemiddelde verblijftijd, recentelijk begon die toch weer op te lopen. Uitbehandelde tbs-patiënten die weer op zichzelf mochten gaan wonen, kregen geen woning toegewezen en moesten concurreren met andere groepen zoals statushouders. „Niemand zit op hen te wachten”, zegt Lieftink. „Gemeenten niet, buurtbewoners niet. Dat was al veel langer een probleem, maar het is de laatste jaren door verschillende incidenten met tbs-patiënten nog erger geworden.” Justitie zegt met gemeenten in overleg te willen over dit probleem.

Opvang ver weg van familie

Lieftink, die zelf zo’n vijftig tbs-cliënten in zijn bestand heeft, ziet drie gevolgen van het verstopt raken van het systeem. Tbs’ers kunnen steeds minder worden opgevangen in de regio waar hun netwerk van familie, vrienden en bekenden zit. „Ik heb een cliënt die graag in een tbs-kliniek in Venray wordt opgevangen, in de regio waar zijn familie zit. Maar er is in oktober voor hem alleen plek in Groningen. Voor zijn familie is dat veel te ver weg.” Gebrek aan bezoek en belangstelling van het eigen netwerk vertraagt het resocialisatieproces en verlaagt het risico van nieuwe delicten niet, zegt de advocaat.

Verder leidt langere verblijfsduur in de gevangenis vaak tot langere behandeling in de tbs-kliniek omdat problemen niet tijdig zijn aangepakt. „Vergelijk het met een gebroken arm”, zegt Lieftink. „Als je die acht jaar lang niet behandelt, dan moet je daarna die breuk behandelen, maar ook de vergroeiingen die er inmiddels zijn bijgekomen.”

De regels zitten niet zo in elkaar dat wie langer in de gevangenis moet wachten, korter in tbs mag. De tbs-periode wordt pas beëindigd als er volgens de deskundigen geen gevaar meer uitgaat van de tbs’er.

Ten slotte dreigt door de combinatie van langer verblijf in de gevangenis en langer verblijf in de tbs-kliniek hospitalisatie, zegt Lieftink: cliënten zijn te lang ‘binnen’ geweest en hebben grote moeite zich aan te passen aan het leven ‘buiten’ in de samenleving. „Een cliënt vroeg eens om zijn strippenkaart bij instappen bij de metro. Dat was na vijftien jaar tbs.”