De Melkweg bestaat 50 jaar: ‘Iedereen die gediscrimineerd werd, kreeg een podium’

Melkweg 50 jaar Dit weekend viert De Melkweg het 50-jarig bestaan. Na een rommelige start kreeg het multi-disciplinaire centrum wereldsucces in de jaren zeventig. „We deden alles zelf: kussens naaien, stenen kloppen, puin ruimen.”

Allman Brothers
Allman Brothers Foto's Melkweg

Aanstaande vrijdag, op 17 juli, viert De Melkweg het 50-jarig bestaan. Het lijkt een slecht moment voor een feestje. De maandelijkse jubileumavonden en de medewerkersreünie zijn afgelast; het festijn van 18 juli moest vervangen door een 24 uur durende online-marathon. Bovendien bleek vorige week dat directeur Geert van Itallie, na negen jaar bij de Melkweg, per september directeur wordt van Paradiso.

Al zijn de omstandigheden ongunstig, het maakt het feit dat de Melkweg de vijftig haalt niet minder bijzonder. Want het als ‘tijdelijk’ bedoelde, door een groepje vrijwilligers opgerichte jongerencentrum werd twee keer gesloten, voordat het vanaf 1973 een permanente status kreeg.

Affiche 1973

In de zomer van 1970 had Amsterdam te maken met een grote toeloop van buitenlandse toeristen. Door de trekpleisters Paradiso en Fantasio was de stad uitgegroeid tot de ontmoetingsplaats voor de internationale hippie-gemeenschap. Honderden jongeren sliepen ’s nachts in het Vondelpark en hingen overdag rond op de Dam en voor de deur van Paradiso, wachtend tot de zaal openging. Om de onrust bij Paradiso te verminderen gaf de gemeente 25.000 gulden aan Cor Schlösser, die een locatie zocht voor zijn toneelgroep, om de voormalige melkfabriek achter het Leidseplein gedurende deze zomer als jongerencentrum te gebruiken.

Affiche 1971

Na enige renovatie openden Schlösser en vrienden een standplaats voor film, muziek en theater. „De naam was snel bedacht”, zegt Cor Schlösser (1946) door de telefoon. „We zeiden ‘de melk is weg’… Aha, ‘Melkweg’.”

Zoals de kranten berichtten, viel de Melkweg die zomer op door de „prettige ontspannen sfeer” met „rustige bands, platenmuziek, lichtshow, film, video, macrobiotisch restaurant, theehuis, café, relaxruimte en winkeltjes” – al was er enige ophef over aanwezige drugsdealers die ‘imitatiehasjiesj’ verkochten. „Het was een vredige periode, met al veel buitenlandse toeristen”, zegt Schlösser.

Vanuit haar woonplaats München arriveerde Suzanne Dechert (1947) in 1972 in ‘het paradijs’. „Hier zag ik de hele wereld op straat: zwarte mensen, Aziaten”, vertelt ze telefonisch. Door haar relatie met Schlösser raakte ze betrokken bij die ‘lelijke, oude Melkweg’, „we deden alles zelf: kussens naaien, stenen kloppen, puin ruimen”.

Creatieve ruimte

Vanaf 1973 kreeg de Melkweg, na inspanning van Schlösser, een permanente status en structurele subsidie. „We mochten zelf bedenken hoe we dat wilden vormgeven, een ‘jongerencentrum’”, aldus Dechert. Ze benutten het hele pand. In de ‘creatieve ruimte’ lagen rollen krantenpapier waarop volwassenen en kinderen hun tekeningen maakten. Saxofonist Willem Breuker zat tijdelijk zonder oefenruimte en toeterde in de gangen van het gebouw.

Wat in Paradiso niet gelukt was, lukte hier wel. De Melkweg werd een multi-disciplinair centrum, met alle kunstuitingen onder één dak. Er was een galerie, een hippie-markt, een muziek-, film- en theaterzaal en een restaurant. „Je kon heen en weer lopen tussen de zalen”, zegt Schlösser. „Als je geen zin meer had in het theater, ging je naar de film. We hadden gezorgd dat de deuren geen lawaai maakten.” In de popzaal was een schuine helling betimmerd met Perzisch tapijt, waar het publiek op lag te luisteren. Overal lagen matrassen en kussens.

1970-71

In de Melkweg kwam het publiek niet speciaal voor een bepaalde band of film, maar voor het geheel, zegt Schlösser, het werd een ‘huiskamer’. Er was dan ook een vaste toegangsprijs van twee gulden (drie in het weekend) per avond.

Uit alles sprak de wens om te ‘schoppen’ tegen de burgerlijke maatschappij. Dechert, die er vanaf 1985 ook de eerste Nederlandse fotogalerie begon, vond het belangrijk dat de Melkweg „ergens voor stond”. In 1975 werd het einde van de Vietnamoorlog gevierd met een festival, en Dechert zou daarna vele programma’s over vrouwen en seksualiteit organiseren. „Iedereen die gediscrimineerd werd, kreeg een podium.” Later, in de jaren negentig, bedacht ze het ‘Daklozenfestival’.

Theater White Dreams

Africa Roots Festival

De jaren zeventig waren succesvol, met hoge bezoekersaantallen (320.000 per jaar) en een internationale reputatie. De Melkweg had ook muzikaal een pioniersfunctie: dankzij de brede interesse van programmeur Frans Goossens waren er al sinds eind jaren zeventig Afrikaanse muzikanten te zien en werd vanaf 1983 het Africa Roots Festival gehouden. Omdat de bezoeker niet speciaal voor één band kwam, kon de Melkweg risico’s nemen, aldus Schlösser: „Iedereen kon een cassette opsturen. Als we een Noord-Italiaanse jazzartiest leuk vonden, zeiden we: ‘Kom maar’. De zaal liep vanzelf vol.”

Toch werd deze bedrijfsvorm achterhaald. „In de newwaveperiode, begin jaren tachtig, kwam een zanger zich beklagen. Hij vond het fijn dat de zaal vol zat, maar hij had de indruk dat het publiek niet speciaal voor hem was gekomen.”

Enkele jaren later volgde een reorganisatie. De democratische organisatievorm werd opgedoekt – Schlösser veranderde van ‘projectleider’ in ‘directeur’ – het pand werd wit geverfd, de huisdealer afgeschaft, en voortaan was de toegangsprijs afhankelijk van het aanbod. Suzanne Dechert, die tot 2012 bleef werken: „Ik was blij dat die hippie-shit weg was.” Schlösser, die in 2011 stopte: „We hoefden ons niet meer af te zetten tegen de samenleving. De samenleving was mee veranderd.”