Foto's Jonas Sacks en Getty Images, beeldbewerking NRC

De lessen van deze dirigent gaan op voor het hele leven

Dirigentenmasterclass online De online dirigentenmasterclass van maestro Iván Fischer bij het Concertgebouworkest is eigenlijk ook een veel breder toepasbare leergang in leven en leiderschap, zag muziekredacteur

Elk beroep heeft zijn eigen jeukvraag. Voor orkestmusici luidt die: jullie kunnen toch spelen, waarom heeft een orkest dan een dirigent nodig? Zeker, een professioneel symfonieorkest kan prima spelen zonder dirigent. Alle noten – of bijna alle – zullen kloppen en min of meer onder elkaar staan. Maar is dat het?

Bij de Opéra in Parijs regisseerde Pierre Audi in 2007 La Juive van Halévy . Op de première staakten de lichttechnici. De voorstelling ging door, maar onder bouwlampen. Alle noten klonken, de zangers stonden op het juiste ogenblik op de juiste plaats en het was een memorabele productie. Maar de magie? Ook die staakte die avond.

Zoals licht een voorstelling maakt of breekt, zo geeft de dirigent de uitvoering van een compositie vorm en betekenis. Wie regelmatig concerten bezoekt, ontdekt werelden van verschil tussen uitvoeringen van éénzelfde stuk. Nu eens snel en licht, dan eens zwaar en gedragen: alsof Mahler, Brahms of Beethoven steeds een andere jas aanschieten.

De treffendste illustraties voor de impact van een dirigent levert een dirigentenmasterclass. Het Koninklijk Concertgebouworkest organiseert ze sinds 2012. Mariss Jansons leidde sessies, Valery Gergiev en, met groot succes, ook de ontslagen laatste chef Daniele Gatti.

Voor de vier masterclasses van dit jaar nodigde het Concertgebouworkest de Hongaar Iván Fischer uit. Een gewaagde maar geweldige keuze. Fischer – frequent bij het orkest te gast sinds 1987 – blijkt een geboren leermeester. In niets merk je dat dit zijn eerste echte masterclass is; hier staat een eloquent, zeer kritisch dirigent die precies weet wat hij wil horen, waarom, hoe je dat bereikt en hoe je die kennis scherp en effectief overdraagt.

Acht uur duren de lessen. Daarna heb je het gevoel dat niet alleen de jonge dirigenten wijzer zijn geworden, maar jijzelf ook. Oh ja, denk je, híérom worden orkesten ook vaak ingezet voor zelfbewustzijns- en/of leiderschapscursussen. Wie succesvol een podium vol individuen weet te leiden/inspireren, kan de wereld aan. Zes wijsheden op een rijtje.

1
Als je iets zegt, focus dan op één boodschap

Weinig leukers dan magie een beetje ontrafeld te zien en horen worden. Hoe komt het toch dat een orkest onder verschillende dirigenten zo anders kan klinken? Dat je bij de één je adem inhoudt, en bij de volgende zo afgeleid raakt dat je alvast het boodschappenlijstje voor morgen opkrabbelt?

Het sleutelwoord is communicatie. Een orkest is een collectief van, normaal, zo’n honderd individuen. De één is net even boos, de ander van nature ingetogen, weer een ander blij. Hoe moet je daarmee omgaan? Fischer zegt het zo: „Jij bent leider: de hoeder van de eenheid. Je moet allen samenbrengen door de gemeenschappelijke richting duidelijk te maken. Dat lukt alleen als je die richting zelf heel helder voor ogen hebt.”

Fischer persifleert ter illustratie drie dirigententypes: de woest gepassioneerde maestro, de perfectionist die met zachte stem aandringt op een mooie klank zonder extremen en de zenuwpees die met gespitst oor niet rust voordat een volmaakte zuiverheid is bereikt.

Ze mogen allemaal bestaan, waar het om gaat is dat een jong dirigent weet wat hij/zij belangrijk vindt. Houd vervolgens de boodschap simpel. Fischer: „Communiceer niet in wollige cadeauverpakkingen, maar beperk je tot één of twee sleutelbegrippen. Wees helder. Als je ideeën duidelijk zijn, weet je waarschijnlijk ook interessantere dingen te zeggen.”

Iván Fischer schildert zijn vak niet makkelijker af dan het is. Integendeel: door precies te benoemen wat hij doet en waarom, realiseer je je eens te meer hoe hels moeilijk het is. Alleen al fase één: overzicht verwerven over een partituur met zo’n vijftien verschillende en gelijktijdige lijnen, gespeeld door – hier – zo’n zeventig musici. En dan precies moeten weten welk akkoord wanneer klinkt, waarom de componist dat zo opschreef en wie de cruciale, kleur gevende noot speelt („Kijk hem aan, nodig hem uit!”). En falen is geen optie, of liever: je komt er niet mee weg. Als een dirigent verzuimt alle orkestrale lijnen met een volmaakt gebaar af te hechten, blijven ze daadwerkelijk als ruwe klankrafels hangen in de lucht.

2
Je eigen tempo is het enig juiste tempo

Dirigeren leer je het beste in een ouderwetse meester-gezelrelatie. De meester stuurt de leerling bij, pakt soms (letterlijk) even zijn hand en maakt hem/haar aldoende wijzer. Wat dat betreft zijn dirigeerlessen het tegenovergestelde van Bob Ross’ schildercursussen of kook-tv of zelfs een populair maar vooral als entertainment bedoeld ‘leren dirigeren’-televisieprogramma als Maestro.

Bij Fischer komt nergens een ‘hé, maar dit kan ik ook-gevoel’ bij je op. Het is meer alsof je bibberig naast het zwembad staat en een schoonspringer doet welwillend maar soeverein nog één keer die duik met driedubbele schroef voor.

Elke dirigent neemt zijn eigen wensen, kennis en kundigheid mee. Zijn doel: de partituur tot leven wekken. Maar wat is daarbij de waarheid? Wat is objectief, en wat subjectief? De scheidslijn, zegt Iván Fischer, is soms lastig te trekken. Neem tempo. Iedereen heeft een eigen tempo. En dat voelt als het enig juiste tempo, zoals voor een andere dirigent zijn tempo volkomen anders kan zijn, maar even „waar”.

Hoe krijg je dan de ander mee in jouw tempo? Fischer: „Empathie is het toverwoord.” Bedenk dat een violist een noot aanzet als een streek, en een blazer op een noot anticipeert door eerst adem te halen. Beweeg of adem mee met de ander, om hem vanuit zíjn omgeving mee te krijgen in jouw tempo. Samengevat: visualiseer een actie vanuit de ander voor je die oplegt.

3
Stoor geen processen die vanzelf al goed gaan

Een orkest is een geoliede organisatie. Alle musici kunnen het kernrepertoire dromen, ze zijn ervaren door talloze uitvoeringen. En allemaal weten ze ook precies wat hun noten zijn, en hoe die binnen het orkest interageren met de partijen van andere instrumentgroepen: als de in elkaar grijpende radertjes van een motor. Fischer: „Stoor niet bij processen die al lopen, geef ze de ruimte. Eenheid bewaar je het beste door niet alles te benadrukken.”

4
Wees beleefd, uit je enthousiasme

„Realiseer je dat mensen willen weten wie je bent. Zeg iets.” Zo simpel kan het zijn. En toch blijkt het, juist in stresssituaties, soms gemakkelijk basale beleefdheden even uit het oog te verliezen. Niet doen, benadrukt Fischer. Gewoon goedemorgen zeggen.

Doet iemand iets goed? „Zie dat niet als iets vanzelfsprekends, maar druk je enthousiasme uit!”

Gaat het nog niet goed? „Doe het dan nog een keer.”

5
Wees in harmonie met jezelf

Orkestmusici dromen van dirigenten die „een stuk als door magie tot leven wekken”, weet Fischer. Iets van magie blijft (gelukkig) altijd magie, maar wat er hoe dan ook tegen werkt, is nervositeit.

Het is gemakkelijk een collectief nodeloos nerveus te maken. Neem een mooie solo van de eerste violist. Kapt de dirigent die middenin af, dan wekt dat ergernis op. Fischer: „Stel je voor hoe gruwelijk het is wanneer je middenin de breedte van je gestreken frase opgeschrikt wordt door een daarmee schril contrasterend prikgebaartje!”

Maar wacht de dirigent twee tellen langer met zijn ingreep en rondt hij de frase af met een elegant gebaar, dan is er niks aan de hand. Conclusie: „Ga altijd behoedzaam om met het zenuwcentrum van het orkest. Vind je plek voor de groep, verzamel je innerlijke kalmte. Als je op je benen wiebelt, straal je onrust uit – en die oogst je dan ook. Maar wanneer er innerlijke harmonie van je uitgaat, dan voelen mensen dat óók.”

Het orkest speelt mooier. De groep functioneert beter.

6
Durven is oogsten

Een dirigentenmasterclass leert je ook dat charisma (soms) gebaat is bij rijping: het verwerven van contextuele kennis („de trombone is van origine een kerkmuziekinstrument, laat het dus ook gewijd klinken”) en het afschudden van gêne.

Het wereldberoemde motief van de Vijfde symfonie van Beethoven? Niet zomaar even wegdirigeren, maar bedenken wat er gebeurt, zegt Fischer. Een baanbrekende modulatie van mineur naar majeur, van hel naar paradijs! „En besef: als het lot afschuwelijk is, is er altijd ook een kwetsbare pendant, namelijk de mens die dat lot moet dragen. Met het ‘tatata-taa’-motief verbrijzelt Beethoven de kwetsbaarheid. Als je eroverheen dirigeert, verdoezel je het contrast.”

Als Fischer vervolgens Brahms dirigeert en méér wil, trekt hij alles uit de kast. Armspieren rollen, aders zwellen op, hij kreunt, bromt en schreeuwt. „Hier meer! Turbulenter! Tsunami’s!”

Muziek is communicatie. De leerling kijkt toe als een verschrikt jong hert. Nog veertig jaar, dan durft hij dit ook.

De masterclasses zijn alle online terug te zien via concertgebouworkest.nl

 
Correctie (15 juli 2020): Eerder stond geschreven dat de opera La Juive van de componist Meyerbeer is. Dit is gecorrigeerd: La Juive is van Halévy en is hierboven aangepast.