Denk-fractievoorzitter Stephan van Baarle (links) en VVD-raadslid Tim Versnel. „Ik vind het belangrijk uit te stralen dat politieke kampen samenwerking zoeken”, zegt Van Baarle.

Foto Merlijn Doomernik

Interview

VVD en Denk: samen tegen discriminatie, met afbreukrisico

Stephan van Baarle en Tim Versnel | Raadsleden Rotterdam In Rotterdam hebben de VVD en Denk samen een plan tegen discriminatie gemaakt. Een rechtse coalitie- en een linkse oppositiepartij: een opmerkelijke alliantie. Al denken ze nog steeds verschillend over racisme, excuses en Zwarte Piet.

„Ik zie een kans en gevaren”, appte de Rotterdamse VVD-leider Vincent Karremans op 11 juni aan Tim Versnel, fractiewoordvoerder integratie van de liberalen. „Van Baarle stelt voor om samen een plan te maken voor anti-discriminatie. Denk-VVD.”

Denk-leider Stephan van Baarle had Karremans net gecomplimenteerd tijdens een raadsdebat over de Black Lives Matter-demonstratie in Rotterdam. De boodschap was in het stadhuis „luid en duidelijk gehoord”, had Karremans gezegd. „Racisme is het gif in de samenleving.”

„De winst van de dag”, noemde Van Baarle dat. „Normaal is de VVD iets dover hiervoor.” Handig vroeg de Denk-leider of de VVD dan óók bereid was een plan tegen discriminatie en racisme te steunen?

„Gedachte schoot afgelopen week ook door mijn hoofd”, appte Versnel aan Karremans terug. „Kunnen we proberen.”

Zo begon naar eigen zeggen de opmerkelijke samenwerking tussen twee politieke tegenpolen in Rotterdam: de rechtse coalitiepartij VVD (5 zetels) en de linkse oppositiepartij Denk (4 zetels).

Tijdens de Algemene Beschouwingen dinsdag dienen ze hun plan bij het college in, samen met de vijf overige coalitiepartijen D66, GroenLinks, PvdA, CDA en ChristenUnie-SGP. De initiatiefnota moet VVD-wethouder Bert Wijbenga (integratie en samenleven) helpen bij het maken van een programma.

Lees het artikel Een jaar vol gedoe aan de Coolsingel

Penvoerders Tim Versnel (33) en Stephan van Baarle (28) zijn jong, veelbelovend en hebben korte lijnen naar Den Haag. Als hoofd beleid van de Tweede Kamer-fractie van Denk ondersteunt Van Baarle fractieleider Farid Azarkan. Versnel schrijft teksten met VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff en zit bij het liberale platform Nieuwe Vrije Eeuw.

Ze zijn grotendeels door hun moeders opgevoed en dragen hun Nederlandse achternamen. Van Baarles vader komt uit Turkije, die van Versnel uit Duitsland.

Wat waren de kansen en gevaren?

Versnel: „Het gevaar is dat Denk landelijk echt een ander profiel heeft – in ieder geval in de ogen van onze achterban en onze partij – dan hoe wij Stephan hier kennen. Volgens een deel van de Denk-achterban hebben wij discriminatie decennialang toegedekt of er niets tegen gedaan. Er zit voor ieder een afbreukrisico in.”

Denk staat niet bekend als de meest milde partij: tikkeltje polariserend.

Van Baarle: „Als een partij vernieuwing probeert te brengen, valt dat soms rauw op het dak van partijen die niet zover zijn of anders denken. Het is ook wel een staaltje politieke framing, steeds dat label ‘verdelend’.”

Waarom de VVD? Met andere partijen werkt Denk makkelijker samen.

Van Baarle: „Omdat ik het belangrijk vind uit te stralen dat politieke kampen samenwerking opzoeken. Denk- en VVD-stemmers wonen hier naast elkaar. We laten ons verdelen, we halen het potentieel niet uit de stad. Dat is slecht voor mensen met én zonder migratieachtergrond.”

Het plan van tien pagina’s heeft twee pijlers. De eerste pijler gaat over racismepreventie – en -bestrijding – met bijvoorbeeld een Stadsmarinier Discriminatiebestrijding, een ‘superambtenaar’ die een coördinerende rol heeft en door bureaucratische barrières heen moet breken.

De partijen willen het bewustzijn vergroten met een publiekscampagne en discriminatiedialogen in de stad. Ook denken ze aan een schoolbesturenconvenant in het basisonderwijs. Een idee om bedrijven inclusiever te maken, is een ‘gelijkwaardigheidsservicedesk’, bijvoorbeeld met de Kamer van Koophandel. Om te testen of werkgevers niet discrimineren bij sollicitaties, zouden mystery guests ingezet kunnen worden, zoals ‘stagiairs’.

De tweede pijler gaat over het creëren van meer kansengelijkheid met bijvoorbeeld bijles en mentorprojecten voor scholieren en studenten. Een oudermavo kan ouders met een taal- en kennisachterstand helpen om hun schoolgaande kinderen te helpen. Een wetenschappelijke werkgroep moet het effect van het langjarige beleid gaan meten.

Het plan is een compromis, dat minder ver gaat dan bijvoorbeeld een nieuw initiatiefvoorstel tegen racisme van het islamitisch geïnspireerde Nida, met steun van de PvdA, SP en 50Plus. In de eerste pijler van het plan van de VVD en Denk komt het woord ‘racisme’ negen keer voor, in de tweede pijler nul keer.

Heeft Denk soms de eerste pijler geschreven en de VVD de tweede?

Van Baarle: „Ik denk inderdaad dat in het eerste hoofdstuk meer het perspectief van de maakbare samenleving zit, en in tweede wat meer individuele verantwoordelijkheid. In die zin geen toeval.”

Hoe moet je dit plan politiek duiden? Als de coalitiepartij VVD die regie neemt om het integratieprogramma van een eigen wethouder uit te bouwen? En de oppositiepartij Denk die speerpunten rond discriminatie en racisme kan verzilveren?

Versnel: „Dat heeft voor ons geen rol gespeeld. Het is de oprechte overtuiging dat we het probleem discriminatie hebben miskend. En we willen laten zien: we kunnen wat aan discriminatie doen, zonder dat we onze identiteit verliezen en onze Nederlandse cultuur in het gedrang komt.”

Versnel was vijftien jaar oud toen Pim Fortuyn in 2002 werd doodgeschoten. Zijn oma, een grote fan, gaf hem Fortuyns boek De islamisering van onze cultuur. „Daarmee begon voor mij de integratiediscussie. Heel lang heb ik echt tot de rechterkant van de VVD behoord. Welkom, maar meedoen op onze manier.” In december 2018 schreef Versnel bijvoorbeeld op zijn blog: „Uit helemaal niets blijkt dat verschillen in welvaart in Nederland ook maar enige causale relatie hebben met huidskleur of afkomst.” En de oproep van PvdA-burgemeester Ahmed Aboutaleb om excuses voor de slavernij aan te bieden noemde Versnel in juli 2019 „een botte trap tegen de schenen” van veel Nederlanders.

Eerst moest Versnel ook weinig hebben van het antiracismeprotest in de Verenigde Staten en Nederland. „Hou het gif van die rassenstrijd alsjeblieft uit Europa weg. Alle levens doen ertoe”, twitterde hij eind mei bij een geweldsfilmpje van een rechtse opiniemaker – wat nepnieuws bleek. Over de Black Lives Matter-demonstratie op de Dam was hij woedend, omdat zijn eigen oma in april in quarantaine overleed. „Halsema veegt haar reet ermee af”, twitterde hij over de Amsterdamse burgemeester.

Versnel: „Daar heb ik me lelijk in vergaloppeerd. Ik kreeg veel reacties. Het was aanleiding eens in de spiegel te kijken.”

Door gesprekken met familie, vrienden en politici over discriminatie en racisme is hij de laatste weken anders gaan denken, zegt Versnel. Om te beginnen is hij na tien jaar maar eens gestopt met twitteren. De massale demonstratie rond de Erasmusbrug in Rotterdam begin juni maakte indruk op Versnel. En binnen de VVD versnelde premier Rutte de discussie met zijn draai rond Zwarte Piet.

Lees het interview ‘Het geluid tegen diversiteit in Rotterdam zal marginaliseren’

Hoe kijk je terug op eerdere uitlatingen?

Versnel: „Er is geen systematisch onderzoek waaruit blijkt dat welvaartverschillen gerelateerd zijn aan etniciteit of racisme. Er is wel onderzoek waaruit blijkt dat binnen Europa in Nederland de minste racistische denkbeelden voorkomen. Daar hield ik me aan vast. Ik dacht: die onderzoeken laten het niet zien. Maar uit alle verhalen, die je bewust of onbewust niet zo bereid was te aanvaarden, blijkt dat mensen zich wel degelijk gekwetst en uitgesloten voelen.”

Je ergerde je vooral aan de discussie over Zwarte Piet en de slavernij?

Versnel: „Die ergernis leidde ertoe dat ik mezelf niet echt de vraag heb gesteld: misschien is het discriminatieprobleem daadwerkelijk zo groot? Ik ben zelf opgegroeid in Krimpen aan den IJssel met Molukse, Afghaanse, Marokkaanse en Surinaamse jongens in de klas. Die hebben allemaal goede banen gekregen. Als je het maar wilt, kan het, dacht ik. Het verwijt is ook zo hárd: niemand wil zich toe-eigenen dat hij een beetje racistisch is. En psychologisch staat vast: we hebben een voorkeur voor mensen die een beetje op ons lijken.”

Nederland heeft racistische structuren – daar zijn jullie het nu over eens?

Van Baarle: „Voor ons is er ontegenzeggelijk sprake van institutionele discriminatie en racisme, wat leidt tot uitsluiting. Kijk naar de toeslagenaffaire bij de Belastingdienst.”

Versnel: „Ik ben het daar niet mee eens. Racisme, dat gaat echt over op vermeend ras gebaseerde superioriteitsgevoelens. Dat dat op grote schaal voorkomt, geloof ik niet. Er is wel systemische discriminatie: simpelweg de optelsom van alle kleine vooroordelen die mensen hebben.”

En excuses voor de slavernij?

Versnel: „Daar verzet ik me nog steeds tegen. De meeste Nederlanders waren straatarm en profiteerden niet mee in de koloniale tijd. Ze hadden geen idee wat aan de andere kant van de wereld gebeurde. Dat wij superioriteitsgevoelens van die voorouders geërfd zouden hebben, en dat de staat daarom excuses zou moeten aanbieden, vind ik echt raar.”

Van Baarle: „Het is gewoon recht doen na wat je nu misdaden tegen de menselijkheid zou noemen. Mensen zijn beroofd van hun vrijheid en gedehumaniseerd op basis van hun huidskleur. Feit is dat er sprake is van overgedragen, generationele achterstelling. Excuses aanbieden betekent niet dat mensen die nu leven daar schuld aan hebben. Ik vind het gewoon een teken van medemenselijkheid en verantwoordelijkheid.”

Lees het artikel Zwarte Piet moest met pensioen

Ondanks dit plan stemde de VVD op 18 juni nog tégen een motie om Zwarte Piet niet meer te subsidiëren.

Versnel: „Dat klopt. Maar als ik tegen VVD-stemmers zeg: u bent aan zet om discriminatie te bestrijden door uw eigen vooroordelen onder ogen te zien. En oh ja, we gaan ook Zwarte Piet verbieden, excuses aanbieden voor het verleden en straatnamen veranderen, dan zeggen ze: toedeledokie! De beste kans die we hebben op een meer open houding is een beroep op de trots van Nederlanders. Deze strijd voor gelijkwaardigheid past juist in de Nederlandse traditie. Zo moeten we hem ook zien.”