Sobere Prinsjesdag zonder koninklijke rijtoer, balkonscène en Ridderzaal

Een Prinsjesdag zónder Ridderzaal, zonder rijtoer van de koning en zonder balkonscène. De derde dinsdag van september zal dit jaar een „sobere” invulling hebben. Dat maakten de burgemeester van Den Haag, de voorzitter van de Eerste Kamer en de commandant van de Koninklijke Marechaussee dinsdagochtend bekend.

De coronaregels van de overheid gelden ook op Prinsjesdag, de dag waarop de koning in een verenigde vergadering van de Staten-Generaal een uiteenzetting geeft van het regeringsbeleid. Dat dit op de derde dinsdag van september (of eerder) moet gebeuren, ligt vastgelegd in artikel 65 van de Grondwet. Omdat in de Ridderzaal de 225 leden van Eerste en Tweede Kamer niet op anderhalve meter afstand kunnen zitten, was al besloten dat de koning de troonrede voorleest in de Grote- of Sint Jacobskerk in Den Haag.

Om de dag „veilig” te laten verlopen, is nu ook besloten om de rijtoer van de koning vanaf paleis Noordeinde niet door te laten gaan. Normaal staan duizenden mensen langs de route om naar het koninklijk paar te zwaaien. Ook de balkonscène, waarvoor gewoonlijk mensen zich voor het paleis verdringen, gaat niet door. De gemeente hoopt zo een toestroom van publiek te voorkomen.

Hoe de koning en koningin naar de Grote Kerk gaan, is nog onbekend. Dat wordt „een verrassing”, zegt burgemeester Jan van Zanen. Hij noemde het „teleurstellend” voor het publiek: „Die kindertjes langs de route is altijd prachtig.”

Het is voor het eerst sinds 1904, uitgezonderd de bezettingsjaren, dat de Verenigde Vergadering op Prinsjesdag niet op het Binnenhof plaatsvindt. (NRC)