Opeens mag Huawei niet meer het Britse 5G-netwerk helpen aanleggen

Geopolitiek Bij nader inzien vindt de Britse regering Huawei toch een te groot veiligheidsrisico. Die beslissing is het gevolg van een sluwe Amerikaanse zet en een omslag in de kijk van de Britse politiek op China.

Premier Boris Johnson op werkbezoek in Londen.
Premier Boris Johnson op werkbezoek in Londen. Foto Ben Stansall / AP

Meestal als ministers over technologische vernieuwingen praten in hun land, is het een goednieuwsshow: sneller internet, betere verbindingen. Dat deed de Britse minister van Digitalisering Oliver Dowden dinsdag in het Lagerhuis niet. Hij erkende dat de ingreep van de regering „een totale vertraging van twee tot drie jaar” en twee miljard pond aan extra kosten met zich meebrengt.

Toch was dit geen minister die deemoedig een blunder stond te verdedigen. Dowden klonk resoluut: het Chinese technologiebedrijf Huawei uitsluiten van de aanleg en uitbreiding van het Britse 5G-netwerk is nodig om „de veiligheid te garanderen”.

De regering van premier Boris Johnson bepaalt dat Britse telecombedrijven na 31 december dit jaar geen nieuwe onderdelen van Huawei voor het 5G-netwerk mogen aanschaffen en installeren. Huawei-onderdelen die al geïnstalleerd zijn in het nieuwe communicatienetwerk moeten uiterlijk voor 2027 worden vervangen.

Componenten van het Chinese bedrijf dat Britse telecomaanbieders gebruiken voor de bestaande 3G- en 4G-netwerken mogen blijven zitten.

Middenweg verlaten

Het besluit Huawei uit te sluiten is opvallend. In januari oordeelde Johnson dat het Chinese bedrijf wel beperkt (maximaal 35 procent) onderdelen mocht leveren, mits Huawei geen rol kreeg in „de kern en gevoeligste delen” van het netwerk. Dat leek toen een middenweg die de economische relatie met China goedhield, zonder te negeren dat inlichtingendiensten vermoeden dat Beijing via de achterdeur van Huawei-producten kan spioneren.

Voor Johnson was het besluit een handigheid om te laten zien dat hij weerstand bood aan de Amerikaanse president Donald Trump, die opriep tot een boycot van Huawei. Johnson weet dat het slecht afloopt met premiers die naar de smaak van het publiek klakkeloos achter impopulaire Amerikaanse presidenten aanhobbelen – zie Tony Blair.

Dat Johnson nu draait, is het gevolg van een sluwe Amerikaanse zet, een omslag in de Britse politieke sfeer en een kentering in de kijk van de regering op de voordelen van een geglobaliseerde economie.

Trump bepaalde dat Huawei geen gebruik mag maken van computerchips van Amerikaanse makelij. Huawei moet dus uitwijken naar Aziatische vervangers. „In die alternatieven hebben wij geen vertrouwen”, liet minister Dowden weten.

Lees ook: VS zetten spanning rond Zuid-Chinese Zee verder onder druk

Een Britse woordvoerder van Huawei zegt dat Johnson zich laat ringeloren door de Amerikanen en meegaat in een politiek spel, met als gevolg dat het VK in de „digitale slow lane belandt”. Dat het Lagerhuis Dowdens lezing van de feiten grotendeels aanvaardt en de uitsluiting van Huawei als een positieve stap ziet, heeft weer alles te maken met de politiek van de Chinese regering.

De repressie van de Oeigoeren en vooral de ondermijning van burgerrechten in Hongkong zorgen ervoor dat een streng China-beleid in de mode is geraakt. Het is nog maar vijf jaar geleden dat toenmalig premier David Cameron quasi-ontspannen een pint dronk met Xi Jinping tijdens zijn staatsbezoek. De foto die toen genomen is van het borrelmoment, moest het bewijs zijn van „een gouden tijd” (dixit Cameron) in Chinees-Britse betrekkingen.

Zijderoute

Vorig jaar nog pleitte Jim O’Neill, de oud-bankier van Goldman Sachs, op het partijcongres van de Tories voor nauwe samenwerking na de Brexit. De Britten konden belangrijke adviseurs zijn voor China in het aanprijzen van Belt and Road, de nieuwe Chinese zijderoute. Londen moest het financiële centrum zijn, met een eeuwenoud rechtssysteem dat zekerheid bood, waar de wereld samenkwam om met Chinese bedrijven en overheden deals te sluiten.

Dat sentiment is verdwenen. Een paar uur voor de uitsluiting stapte John Browne, van 1995 tot 2007 bestuursvoorzitter van oliebedrijf BP en lord in het Hogerhuis, op als de voorzitter van de Britse tak van Huawei, een symbool van de plotse verwijdering tussen de top van het Britse bedrijfsleven en China.

Jarenlang hemelden de Britse politiek en bedrijfsleven het Chinese groeiwonder op en prezen ze de vruchten van outsourcing. Goedkope productie in Chinese fabrieken zorgde ervoor dat meer Britten smartphones en laptops konden kopen, als vorm van democratisering van consumptie.

In het Lagerhuis dinsdag verzuchtte minister Dowden dat het nadelig was dat slechts een paar technologiebedrijven de benodigde 5G-apparatuur kunnen leveren en dat een Chinees bedrijf zo’n dominante positie had verkregen. Dat was volgens Dowden niet minder dan een teken van „marktfalen”.