Opinie

Ludieke acties: de les van een ex-Provo

Guus Valk

#ludiekeactie, twitterde @boerbewust zondagochtend bij een filmpje over een boerenprotest in het Noord-Hollandse Schermerhorn. Zo’n vierhonderd lichtgevende tractoren waren de avond ervoor naar een weiland gereden en projecteerden daar de boodschap ‘NH ♥ Boeren’.

Zonder iets ludieks tel je niet mee als actiegroep. Dat wist ook Viruswaanzin, de groep die zich richt tegen de coronamaatregelen en oproept tot aangifte tegen kabinetsleden wegens „stalking/belaging en het doen ondergaan van een onmenselijke dan wel vernederende behandeling althans foltering, dan wel enig ander strafbaar feit”. Viruswaanzin riep ook op bananen op te hangen of neer te leggen bij rechtbanken. Want Nederland is net … nou ja, u snapt het wel.

Zijn de jaren zestig terug? Toen deelden provo’s krenten uit op het Spui in Amsterdam. NRC-redacteur Folkert Jensma signaleerde in Viruswaanzin „een vergelijkbaar, maar hedendaagser fuck you-sentiment”. Het verschil, lijkt me, is dat de provo’s ludieke acties uitvonden om het gezag te ontregelen. Nu gaat het meer om de publieke opinie, en over medialogica: kijk, over de uitwassen berichten ze wel, de bedreigingen of de confrontaties, niet over onze vrolijke kant.

Of zit het anders? Ik bel met Roel van Duijn, oprichter van Provo en een geestelijk vader van ludiek protesteren. Van Duijn (77) verblijft in Duitsland. Daar wordt zijn boek Een zoon voor de Führer. De nazi-utopie van Julia Op ten Noort vertaald. Utopisch denken blijft Van Duijn fascineren. Ook hijzelf was jarenlang „tot utopisme geneigd”. Maar daar is de oud-politicus, -activist en -boer zich steeds minder bij thuis gaan voelen. Het doel is hetzelfde: ontsnappen aan het kwaad en streven naar een duurzaam leven. „Maar de glanzende verblinding van het ideaal staat praktische oplossingen in de weg.” Utopisme bestáát nog wel, zegt Van Duijn. Niet zozeer in zijn wereld, maar bij de populisten en nationalisten. Daar wordt nog groot gedacht.

We praten over ludiek actievoeren. Ik vraag of de coronasceptici en de boeren met hun acties de provo’s van nu zijn. Van Duijn antwoordt dat de provo’s geen populisten waren. „Integendeel, we verzetten ons tegen kleinburgerlijkheid, consumentisme en massacultuur. Wij voerden ludiek actie, maakten happenings. Maar niet iedereen die dat doet is van dezelfde soort.”

Iederéén heeft het succes van Provo gekaapt, zegt Van Duijn. In 1986 kwam hij in jasje-dasje naar een financieel debat in de Amsterdamse gemeenteraad, als pastiche op de financiële specialisten daar. Hierop zette burgemeester Ed van Thijn een snel gevouwen, groen hoedje van papier op zijn hoofd. Iedereen lachen, en Van Duijn was zijn moment kwijt. Wat heb je nog aan de grap als actiewapen als iedereen hem gebruikt?

Guus Valk schrijft tijdens de zomer enkele columns op deze plek.