Analyse

Kamer weet: niet te veel morrelen aan moeizaam bereikte pensioenakkoord

Pensioenhervorming Minister Koolmees kan zijn ambtenaren die lang begeerde pensioenwet laten schrijven na steun uit de Kamer.

Foto Bart Maat/ANP

Het was een van de moeilijkste ambities in het regeerakkoord van Rutte III en lang bleef onzeker of het zou lukken: de grootste aanpassing van het pensioensysteem in gang zetten sinds dat in de jaren vijftig bedacht is.

Nu heeft minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) steun van vakbonden, werkgevers én het parlement. Dinsdagavond kwam de Tweede Kamer terug van het zomerreces om te debatteren over de plannen, waar Koolmees onlangs overeenstemming over bereikte met de sociale partners.

Koolmees wil vaart maken. Een van zijn concessies aan de vakbonden gaat al volgend jaar in: het wordt weer makkelijker voor werkgevers om een vroegpensioenregeling af te spreken met hun personeel.

Ook wil de minister zijn nieuwe pensioenwet nog voor de verkiezingen van maart naar de Tweede Kamer sturen. Daarna wordt het kabinet demissionair en neemt de kans op vertraging toe. Nu Koolmees de Tweede Kamer heeft gesproken kunnen zijn ambtenaren die wet gaan schrijven.

Het kabinet kan rekenen op steun van twee derde van de zetels in de huidige Tweede Kamer en bijna twee derde in de Eerste Kamer. Naast de vier coalitiepartijen steunen ook de PvdA en GroenLinks het pensioenakkoord. Zij hadden dezelfde wensen als de vakbeweging en trokken samen op. Ook de SGP is positief.

Fragiele steun

De kans is dus groot dat deze pensioenhervorming ook de volgende kabinetsformatie overleeft. De voorstanders realiseren zich dat het gevaarlijk is om nu nog te gaan morrelen aan dit moeizaam bereikte pensioenakkoord. Iedere kleine verandering kan de fragiele steun van werkgevers en vooral van vakbonden onzeker maken.

Zonder hun steun is een pensioenhervorming moeilijk denkbaar. De aanvullende pensioenen zijn traditioneel een zaak van werkgevers en werknemers: zij vullen de pensioenpotten met hun premies. Bovendien zitten zij in de besturen van de pensioenfondsen.

Tegelijk zullen de SP en 50Plus, maar mogelijk ook de PVV en Forum voor Democratie, hun best doen om van de pensioenen een campagnethema te maken. „13,5 miljoen kiezers kunnen dit onzalige plan volgend jaar van tafel vegen”, zei 50Plus-Kamerlid Corrie van Brenk.

Ouderen vormen een relatief groot en dus belangrijk deel van deze kiezers. De meesten zien hun pensioen al zo’n tien jaar niet meestijgen met de inflatie. De laatste jaren dreigen pensioenfondsen zelfs verlagingen te moeten doorvoeren omdat ze er zo slecht voor staan.

In het nieuwe pensioensysteem gaan de pensioenen sneller omhoog zodra het economisch meezit, maar óók sneller omlaag als het tegenzit. Die extra onzekerheid zien de tegenstanders niet zitten.

Iedere verandering kan de fragiele steun van werkgevers en vooral vakbonden onzeker maken

Bovendien: het kan nog bijna zes jaar duren voordat alle pensioenfondsen zijn overgestapt op de nieuwe regels. De kans is klein dat de pensioenen al vóór die tijd – onder de huidige regels – omhoog kunnen. „Uitzicht is prettig”, zei SP’er Bart van Kent, „maar je koopt er niks voor”.

Groot ongemak over 35- tot 55-jarigen

Over deze ‘overgangsperiode’ tot 2026 zal nog veel discussie komen, zeker als het economisch tegenzit en pensioenfondsen zich niet herstellen. Onder de huidige regels dreigen miljoenen pensioenen verlaagd te moeten worden – een politiek weinig aantrekkelijk vooruitzicht.

Koolmees heeft beloofd om de pensioenverlagingen van volgend jaar grotendeels door te schuiven, net als vorig jaar. Maar over de periode daarna moeten nog afspraken gemaakt worden.

Tweede Kamerleden die het akkoord steunen, voelen nog groot ongemak over het onzekere pensioenvooruitzicht voor sommige 35- tot 55-jarigen. De leeftijdsgroep gaat er bij de overstap op nieuwe verdeelregels eenmalig financieel op achteruit en moet volgens het pensioenakkoord „adequaat” gecompenseerd worden. Bij reguliere pensioenfondsen is die compensatie volgens berekeningen prima te regelen, maar bij verzekeraars niet – daar zijn ruim een miljoen pensioenen ondergebracht. „Hoe voorkomen we dat we schrijnende gevallen krijgen”, vroeg PvdA-Kamerlid Gijs van Dijk.

Lees ook: ‘Zoveel onzekerheid bij het nieuwe pensioenstelsel is onrechtvaardig’

Bedacht is om verzekeraars een uitzonderingspositie te geven: voor huidige werknemers mogen zij de regels van nu handhaven. Maar zodra zo’n werknemer van baan wisselt, ontstaat er alsnog een probleem. De nieuwe pensioenuitvoerder moet diegene als ‘nieuwe werknemer’ alsnog de overstap op nieuwe regels laten maken, waardoor een pensioengat dreigt.

VVD’er Roald van der Linde noemde dit „niet het fraaiste onderdeel uit het akkoord”. CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt vroeg aan Koolmees: kan dit echt niet anders? Nee, zei Koolmees. Alle mogelijke oplossingen zijn verkend, „en dit is de minst slechte”.

Omtzigt had nog veel meer kritische vragen en eiste dat Koolmees laat uitrekenen hoe de Nederlandse pensioenen hadden gepresteerd als deze nieuwe regels al in 1945 waren ingevoerd. Dat is heel moeilijk, wierp Koolmees tegen, en vereist allerlei aannames. Maar Omtzigt hield vol: „Het is cruciaal om te zien hoe volatiel dit pensioen zou zijn geweest.”

Tot de verkiezingen zal Koolmees nog vaak met de Tweede Kamer in debat moeten over de uitwerking van alle onderdelen van het pensioenakkoord. Daarbij moet hij zich niet te snel rijk rekenen, waarschuwde Gijs van Dijk. „De PvdA steunt het pensioenakkoord, maar we zullen alle wetgeving zeer kritisch volgen.”

Lees ook: Dit betekent het pensioenakkoord voor jou

De coalitiepartijen: Trots, maar nog veel vragen over de uitwerking

De coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie zijn er trots op dat ze erin zijn geslaagd om één van de belangrijkste ambities uit hun regeerakkoord waar te maken: na tien jaar praten met de sociale partners gaan ze eindelijk het pensioenstelsel moderniseren. Voor de VVD hoeft het niet tot 2026 te duren voor pensioenfondsen het invoeren. „Zijn er fondsen waar het sneller kan?”, vroeg Roald van der Linde.

Wel hebben de coalitiepartijen nog vragen over de uitwerking van het akkoord dat minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) een jaar geleden met werkgevers en vakbonden sloot. Zoveel vragen zelfs dat Pieter Omtzigt (CDA) na het zomerreces één of twee dagen wil leegruimen voor een hoorzitting. „Ik kan me wel voor mijn kop slaan dat we dat niet hebben gedaan voor dit debat”, zei hij.

Een van hun vragen is hoe pensioenfondsen de huidige pensioenaanspraken van werknemers en gepensioneerden omzetten naar ‘persoonlijke pensioenrekeningen’, die inzicht bieden in het tot dan toe opgebouwde vermogen. Ook is nog niet precies duidelijk hoe mensen gecompenseerd gaan worden die er financieel op achteruitgaan door het nieuwe stelsel – vooral veertigers. De partijen vinden het belangrijk dat de veranderingen goed worden uitgelegd aan burgers. Omtzigt wil dat Koolmees alles „in twee of drie A4’tjes uitlegt in begrijpelijke taal. Van der Linde is gecharmeerd van het voorstel van een jongerenvakbond om alle fondsen te voorzien van een ‘pensioenlabel’, zodat snel te zien is welk fonds het goed doet.

D66 en ChristenUnie willen weten wat er wordt gedaan om te zorgen dat flexwerkers een pensioen opbouwen. Het is straks nóg belangrijker om jong te beginnen met de opbouw van pensioen, zei Steven van Weyenberg (D66): in het nieuwe stelsel rendeert de premie van jongeren meer dan die van ouderen. Eppo Bruins (CU) noemde het „zorgelijk” dat onder meer uitzendkrachten nu vaak geen pensioen opbouwen. Hij wil dat het nieuwe stelsel wordt onderworpen aan een ‘generatietoets’, om te zien hoe het uitpakt voor jongeren.

PvdA, GroenLinks en SGP: Waken over de solidariteit tussen generaties

PvdA, GroenLinks en SGP zijn de oppositiepartijen die het nieuwe pensioenstelsel steunen. PvdA en GroenLinks gingen vorig jaar akkoord – gelijktijdig met de vakbonden – nadat Koolmees had beloofd de AOW-leeftijd in een langzamer tempo te laten stijgen. Ook het plan om een arbeidsongeschiktheidsverzekering in te voeren voor zzp’ers hielp mee om de linkse oppositiepartijen over te halen, net als de belofte dat werknemers met een zwaar beroep drie jaar eerder mogen stoppen met werken.

Wel heeft de PvdA zorgen over de nadelige gevolgen van het nieuwe pensioenstelsel voor 35- tot 55-jarigen. Die hebben in het oude stelsel wat meer premie betaald in verhouding tot hun opbouw. Dat geld is naar oudere generaties gegaan. Maar in het nieuwe systeem zullen de jongeren dat niet meer voor hen betalen. „Het moet goed uitpakken voor álle generaties”, zei PvdA’er Gijs van Dijk. Wie gaat deze groep compensatie geven, vroeg ook de SGP zich af.

SGP’er Chris Stoffer waarschuwde dat het nieuwe pensioenstelsel goed uitgelegd moet worden. „Er kunnen snel tegenstellingen ontstaan tussen jong en oud. Solidariteit is en blijft belangrijk.” Dat vindt ook GroenLinks-Kamerlid Paul Smeulders . „De belangrijkste vraag is: hoe zorgen we ervoor dat alle goede voornemens in de komende jaren ook echt worden uitgewerkt?” Hij waarschuwde: „We moeten niet verzanden in de uitwerking, maar blijven kijken naar doelen als solidariteit en collectiviteit.”

Smeulders vindt het belangrijk dat de hoogte van het uiteindelijk te bereiken pensioen niet te ingrijpend verandert. „Het doel is nog steeds 80 procent van het middelloon na 42 jaar werken.” Wat doet het kabinet als werkgevers de premies verlagen en dat niet wordt gehaald? Hij verwees naar een analyse van Frank Vandenbroucke, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Die bepleitte maandag in NRC ook automatisch stijgende premies als het economisch slecht gaat, en dalende premies als het goed gaat.

50Plus, SP, PVV en Groep Krol/Van Kooten: Willen verhoging van de bestaande pensioenen

50Plus, SP, PVV en de Groep Krol/van Kooten-Arissen verzetten zich het hardst tegen het pensioenakkoord dat minister Koolmees heeft gesloten met de sociale partners. Zij vinden dat er niks mis was met het oude pensioenstelsel en willen dat dit blijft bestaan. De tegenstanders hameren erop dat de pensioenen al tien jaar niet zijn verhoogd terwijl de fondsen zo’n 1.500 miljard euro in kas hebben. Dat is genoeg om de pensioenen nu al te verhogen, zeggen zij, mits de strenge rekenregels worden versoepeld. Ze pleiten voor een hogere ‘rekenrente’. Daarmee staan pensioenfondsen er op papier direct beter voor en zijn zij verlost van de al jaren dreigende verlagingen. Corrie van Brenk (50Pus) eist daarnaast „herstelbetalingen” aan gepensioneerden die hun pensioen in de meeste gevallen al tien tot twaalf jaar niet meer hebben zien meestijgen met de stijgende prijzen in de winkels.

Ook voor werknemers pakt het nieuwe pensioen niet goed uit, vinden deze partijen. De SP noemt het een „gokpensioen”, omdat werkenden hun pensioengeld straks sterker zien meebewegen met de beurzen en de economie. Werknemers krijgen straks niet meer een bepaald toekomstig pensioen toegezegd. Ze krijgen vooral te zien, op een persoonlijke ‘pensioenrekening’, wat hun vermogen nú is, door de premie die zij en hun werkgever hebben ingelegd en het behaalde rendement. „Wie kan hierop zijn oude dag baseren?” zei SP-Kamerlid Bart van Kent. De PVV vraagt zich af hoe verantwoord dit is in tijden van corona en recessie.

Alleen werkgevers hebben baat bij deze verandering, zei Van Kent. Doordat pensioenfondsen geen beloftes meer doen, zal de pensioenpremie vermoedelijk minder vaak hoeven stijgen. Van Kent: „Het enige dat vaststaat is de premie, alle risico’s komen terecht bij werknemers en gepensioneerden.” Daarom is Koolmees ook zo blij, zei Van Kent: de overheid is de grootste werkgever. „De minister en werkgevers zijn de lachende derde.”

Correctie (14 juli 2020): in een eerdere versie van dit artikel werd gesproken over het kabinet-Rutte II. Dat moest Rutte III zijn en is hierboven verbeterd.