Recensie

Recensie

‘Je wordt beter door slechter te worden’; een serieuze poging tot Cruijffkunde

Cruijffiaans Een nieuw boek over de talloze uitspraken van Johan Cruijff biedt inzicht in diens gedachten, privéleven en voetbalvisie.

Johan Cruijff in 2013.
Johan Cruijff in 2013. Foto Koen van Weel/ANP

‘Je wordt beter door slechter te worden.’ ‘Ik heb een zak geld nog nooit een doelpunt zien maken.’ ‘Italianen, geeft ze één kans en ze maken twee doelpunten.’ ‘Je moet alleen een uitzondering maken voor de uitzonderingen, niet voor de rest.’ Was getekend, Johan Cruijff, voetballer, trainer en orakel.

Dit is maar een kleine greep uit Cruijffs duizenden uitspraken die Rob Siekmann in zijn boek Cruijffiaans heeft gebundeld. Het is allesbehalve een leesboek geworden, meer een encyclopedische bundel waarin de taalwetenschapper en emeritus hoogleraar internationaal en Europees sportrecht de veelal ondoorgrondelijke teksten nader verklaart en, naar zijn inzichten, in de juiste context plaatst. Siekmann noemt in de inleiding zijn aanpak een serieuze poging tot ‘Cruijffkunde’.

Siekmann heeft zich met academische precisie op een onnoemlijk aantal uitspraken van Cruijff gestort. Hij deelde ze in categorieën in en voorzag ze van een toelichting. Zo wordt duidelijk wat Cruijff heeft beoogd. Soms kost het zelfs Siekmann moeite een sluitende verklaring te geven, maar dan schrijft hij op wat hij denkt dat Cruijff bedoelde. Siekmann gaat in zijn bewondering zover dat hij Cruijff zelfs enige filosofische gaven toedicht.

Waarom begint iemand aan de ‘Cruijffkunde’? Verschaf maar eens duidelijkheid in een bad vol mysterieuze aforismen. Siekmann is helder in zijn bedoeling: hij, voetballiefhebber en leeftijdgenoot, is een bewonderaar van Cruijff en vindt dat het gedachtengoed van Nederlands beste voetballer eindelijk eens op juiste waarde geschat moet worden. Om zijn teksten werd vaak gegniffeld. Tijd voor rehabilitatie, vindt hij. Of zoals Siekmann het omschrijft: „Cruijffs nalatenschap moet naar een hoger abstractieniveau worden getild.”

De auteur wordt daarin gesteund door columnist Henk Spaan, eveneens fan van Cruijff, die het voorwoord schreef. Spaan verwijst naar de kunsten, waarvoor Cruijff vaak een inspiratiebron was. Emo Verkerk maakte een schilderij van Cruijff, Marlene Dumas een dubbele zeefdruk, Paul Huf een foto en Aat Veldhoen een tekening. „Als na de kunst nu ook de wetenschap Cruijff serieus neemt, wordt het de hoogste tijd dat wij dat allemaal gaan doen”, schrijft Spaan.

Monnikenwerk

Siekmann verzamelde de uitspraken niet zelf. Anderen verrichtten dat monnikenwerk. Hij maakte dankbaar gebruik van die inspanningen en gebruikte de research van met name Henk Davidse, Henk ten Berge, Sytze de Boer en Pieter Winsemius als bronnen. Siekmann voegde er met zijn academisch oog een dimensie aan toe, waarmee hij tal van orale Cruijff-mysteries oploste.

Het boek verschaft geen nieuwe citaten van de in 2016 overleden voetballer. In die zin geen nieuws onder de zon. Desondanks biedt Cruijffiaans interessant geschiedkundig inzicht met wetenswaardigheden die niet bij iedereen bekend zullen zijn.

Over de ruzie in de jaren zeventig van Cruijff en zijn randstedelijke metgezellen met de provinciale PSV’ers bij Oranje, bijvoorbeeld. Cruijff vertelde dat Ajax en Feyenoord destijds de dienst uitmaakten bij Oranje. Hij en Piet Keizer namens Ajax, en Wim van Hanegem en Rinus Israël namens Feyenoord regelden de zaken. Citaat Cruijff: „De jongens uit het westen en de spelers van PSV lagen elkaar niet. Wij waren schoffies. Zij deden zonder morren wat de trainer had gezegd. Wat mij betreft: uitstekend, maar ze moesten dat niet tot norm verheffen.”

Lees ook: Vergeleken met voetbal was al het andere bijzaak in het leven van Johan Cruijff

De meest verstrekkende consequentie van het conflict was, dat doelman Jan van Beveren niet langer beschikbaar was voor Oranje. Een gemis, erkende Cruijff, die Van Beveren in technische zin de beste Nederlandse keeper ooit noemde. Later contact tussen beiden zou volgens Cruijff goed zijn geweest. Zijn conclusie: „Het conflict dat we ooit als spelers hebben gehad, beschouw ik als een momentopname.”

Dankzij Siekmanns doorwrochte aanpak leert de lezer tot in de finesse Cruijffs voetbalblik kennen. Over de geringste details zijn citaten opgenomen. Wat hij vond van een ingooi (‘die speler staat nooit gedekt’), of de hoekschop (‘probeer te voorkomen, vooral tegen Engelsen’), over kantoor (‘dat is voor mij de kleedkamer’), over clubbestuurders (‘moeten dienstbaar zijn aan de spelers’), keus voor de keeper (‘wie kiezen de spelers bij een trainingspartij?’), of de opstelling, die hij als coach tijdens trainingskampen mede bepaalde door de houding van spelers bij binnenkomst van de ontbijtzaal. Cruijff: „Dan zag ik aan hun ogen wie de spirit had, en wie niet.”

Privéleven

Siekmanns consciëntieuze werkwijze biedt de lezer ook enig inzicht in Cruijffs privéleven. Over de schok bij het plotse overlijden van zijn vader, de rol van echtgenote Danny, de opvoeding van hun drie kinderen, zijn ruzie met de Spaanse burgerlijke stand over de naam Jordi voor zijn zoon, zijn afkeer van de spijkerbroek, zijn hang naar rechtse politiek, zijn nauwe band met De Telegraaf en Voetbal International, en zijn nadrukkelijke muzikale keus voor The Beatles in plaats van The Rolling Stones.

De auteur is erin geslaagd een vrijwel compleet beeld van de voetballer, trainer en mens Cruijff te schetsen, maar vooral opheldering over zijn vele mysterieuze teksten te verschaffen. Hij heeft een encyclopedie tot aangenaam leesvoer weten te smeden, met als treffendste citaat: „In Nederland is er nooit een gebrek aan praatjesmakers geweest. We bemoeien ons overal mee.” Met Johan Cruijff als uitgesproken voorbeeld.