Opinie

Hulp aan Curaçao lijkt op herintroductie Nederlands bestuur

Coronacrisis

Commentaar

Wat aan te vangen met de Caribische landen in het Koninkrijk? De acute coronacrisis trekt het kleed van vele sluimerende problemen weg – en daar blijken dus ook de staatkundige verhoudingen binnen het Koninkrijk bij te horen, die pas in 2010 op nieuwe leest zijn geschoeid. Vrijdag vergaderde de rijksministerraad over een steunpakket van Nederland aan Curaçao, Aruba en Sint Maarten. Die zijn door het wegvallen van het toerisme in kolossale economische problemen beland. Over de voorwaarden van die steun waren de spanningen de afgelopen weken hoog opgelopen.

Nederland eist, naar analogie van wat het in de Europese Unie van Italië eist, dat de eilanden ‘eerst’ de eigen financiën op orde zou brengen. En langgekoesterde maatregelen zou nemen, waaronder een verlaging van de salarissen in de publieke sector. Vorig jaar juli spraken Den Haag en Willemstad al af dat Curaçao zijn overheidsapparaat grondig zou saneren. De economische noodtoestand geeft Den Haag de ruimte dat nu af te dwingen. De coronacrisis als machtsmiddel, ingezet tegen een vragende partij, in moeilijkheden. Het is een vorm van powerplay die doorgaans de verhoudingen niet ten goede komt.

Lees ook: Voor Curaçao is corona een crisis te veel

Er kwam vrijdag (nog) geen akkoord; de partijen zijn wel weer ‘on speaking terms’, zo heette het. In de politiek is uitstel al gauw vooruitgang. Immers: tijd biedt ruimte, waarschijnlijk voor de zwakkere partners in het Koninkrijk om overstag te gaan.

De omvang van de benodigde steun en de voorwaarden waaronder Nederland die wil geven, maken intussen duidelijk dat er meer aan de hand is dan de zoveelste poging om de drie Caribische landen van een afstand te hervormen. Het kabinet is alleen bereid tot steun in de vorm van noodleningen en projecten als het beheer daarvan in handen van een Nederlandse autoriteit komt. Dat wordt dus hulp buiten de lokale autoriteiten en hun parlementen om.

Dat kan niet anders worden opgevat dan als een fundamenteel gebrek aan institutioneel vertrouwen in de lokale gezagdragers van de autonome landen Curaçao, Aruba en Sint Maarten. Er moet een zogeheten Caribische Hervormingsentiteit komen, die direct wordt bestuurd door (en namens) Nederland. Zoiets komt al gauw neer op een tweede machtscentrum, annex regering, op eigen grondgebied. Daarmee heeft het Nederlands gezag (weer) direct voet aan de grond op de drie eilanden – en vooral ook bestedingsmacht. Zo worden feiten geschapen die een grotere betekenis hebben dan de coronacrisis alleen. Het kan snel uitlopen op een Nederlands schaduwbestuur, dat ook gemakkelijk onderdak kan bieden aan andere Nederlandse bestuursbelangen, zoals handhaving en rechtsorde. Zo’n Hervormingsentiteit is ook gemakkelijker ingesteld dan weer afgeschaft, met dank aan corona. Kortom, dit lijkt op herstel van de verhoudingen binnen het Koninkrijk waarvan met de staatkundige hervormingen van tien jaar geleden afscheid was genomen.

De centrale vraag is nu wat de lokale bevolking denkt van deze dreigende herintroductie van Nederlands bestuur. Om van de Nederlandse kiezer maar te zwijgen. De verhoudingen tussen Nederland en de Nederlandse Antillen waren altijd al dubbelzinnig, historisch belast en onevenwichtig. Structurele veranderingen in die relatie moeten niet al improviserend, à la carte worden ingevoerd. Maar tijdig, duidelijk en openhartig worden besproken, democratisch getoetst en pas dan ingevoerd. Eventueel, als het echt niet anders kan.