De druk op Rutte neemt toe. Gaat-ie om?

Europees herstelfonds In de aanloop naar een cruciale EU-top stelt Rutte zich constructiever op. Dat was afgelopen maanden wel anders. Wordt de druk te groot? Of is dit strategie?

Rutte ontving in aanloop naar de EU-top collega’s zoals de Franse president Emmanuel Macron.
Rutte ontving in aanloop naar de EU-top collega’s zoals de Franse president Emmanuel Macron. Foto Bart Maat/ANP

Het is een opmerkelijk gevolg van de coronacrisis: opeens is premier Mark Rutte (VVD) de prima donna in een groot Europees theaterstuk. Bijna dagelijks poseert hij met een andere regeringsleider of verschijnt er een karakterschets in de internationale pers. In de onderhandelingen over de 750 miljard euro die de EU in stelling wil brengen tegen de dreigende recessie – vrijdag en zaterdag is hierover een grote, mogelijke beslissende top – zijn alle ogen op hem gericht. Premier, maar ook leider van de ‘frugals’, het handjevol landen – vier om precies te zijn – dat op de rem staat.

Het herstelfonds is bedoeld om lidstaten te helpen de verwachte klap op te vangen. Dat voorkomt dat de verschillen binnen Europa te groot worden, en de interne markt – waarvan ook Nederland ruim profiteert – uit elkaar scheurt. Maar de ‘zuinige vier’ voelen er niks voor geleend geld als subsidie uit te geven en willen louter leningen aanbieden, die ook terugbetaald moeten worden. Rutte staat nu in de frontlinie van de discussie. „En dat hoort heel Europa nu” - die tussenzin viel dinsdag herhaaldelijk te beluisteren tijdens een debat in de Tweede Kamer over de komende top.

Balboekje was vol

De druk is enorm. In de afgelopen weken was geen balboekje zo vol als dat van Rutte. Zodra coronabeperkingen het weer toestonden, reisde de Franse president Emmanuel Macron half juni naar Den Haag af. De weken daarna volgden raadsvoorzitter Charles Michel, de Italiaanse premier Giuseppe Conte, de Spaanse Pedro Sánchez en Portugees António Costa. Rutte zelf mocht als eerste regeringsleider weer langskomen in het Bundeskanzleramt in Berlijn. Extra spannend, omdat bondskanselier Angela Merkel en Rutte in deze discussie uit elkaar lijken te zijn gegroeid. „We zijn niet van marsepein”, reageerde de premier vorige week op de vraag of hij de druk nog wel aankon.

Lees ook: Merkel draaide maar Den Haag zag het niet aankomen

Zijn sleutelpositie in het onderhandelingsspel valt op en vaak niet in positieve zin. De Financial Times doopte hem in een hoofdredactioneel commentaar tot de ‘onofficiële leider van de zuinige dienstweigeraars’. ‘De moeilijke buurman’, stond er boven een profiel in de Frankfurter Allgemeine Zeitung. De Belgische zakenkrant L’Echo noemde hem „het laatste obstakel op weg naar het economisch herstel van Europa”. Als het om Europa gaat, zijn er twee Ruttes. De op een Nederlands publiek gerichte versie laat zich graag laatdunkend uit over Europese instellingen, noemt ze „feestcommissies” en gaat mee in karikaturale grapjes. Het is de Rutte die de over het algemeen eurokritische Tweede Kamer in toom probeert te houden door ver mee te buigen, hard mee te lachen en te provoceren.

Eerder dit jaar kwam hij met een boek naar een EU-top, een Chopin-biografie, om te benadrukken dat hij wel wat anders te doen heeft. Een zet die hem in eurosceptische kringen applaus opleverde, maar die Merkel bestempelde als „kinderachtig gedrag”.

Die andere Rutte

En dan is er nog die andere Rutte, die al tien jaar op het allerhoogste niveau meedraait in de Europese politiek, en daar ook met volle teugen van geniet. Hij was al eerder hoofdrolspeler: tijdens de migratiecrisis van 2015 werd Rutte een van de drijvende krachten achter de ‘Turkijedeal’, die de EU in ieder geval tijdelijk soelaas bood. Die Rutte begrijpt dat ook andere regeringsleiders met een eigen, nationale politieke dynamiek van doen hebben. En vindt dat de internationale inbedding van Nederland niet alleen commercieel gunstig is, maar om geopolitieke redenen bittere noodzaak is.

De eerste Rutte leek het afgelopen half jaar te overheersen: het Chopin-incident, het verzet tegen noodleningen voor zwaargetroffen landen. Geflankeerd door minister van Financiën Wopke Hoekstra (CDA) die Zuid-Europese landen verweet te weinig ‘buffers’ te hebben, maakte Rutte zich de afgelopen maanden weinig populair in Europa. De Portugese premier António Costa sprak op een gegeven moment van een „walgelijke” Nederlandse opstelling. Diezelfde Costa begroette Rutte in Den Haag afgelopen maandag lachend met een kleine buiging. Welke van de twee Ruttes stond er voor hem?

Lees ook: Europese wervelvind maakt Den Haag zenuwachtig

Dinsdag bleek in de Tweede Kamer dat de internationale Rutte inmiddels weer de overhand heeft gekregen. De Rutte die nog altijd niets voelt voor al te drieste Europese plannen en hoge Nederlandse uitgaven, maar die ook ruimte begint te maken voor een compromis. Zo vertelde hij open te staan voor het idee van subsidies. Niet omdat hij dat een goed idee vindt, maar omdat andere landen dit erg belangrijk vinden en Rutte dan niet bij voorbaat nee wil zeggen – een belangrijk verschil met de afgelopen maanden.

Maar het wordt niet gemakkelijk, benadrukte hij. Nederland kan alleen akkoord gaan met subsidies als daar structurele hervormingen tegenover staan, op het gebied van pensioenen, arbeidsmarkt of, in het geval van Italië, belastinginning en corruptiebestrijding. En als die hervormingen onvoldoende zijn, worden subsidies weer leningen, en komen ze dus boven op de staatsschuld van een land.

Bovendien eist Nederland dat nationale regeringen en parlementen meebeslissen over de vraag of een land genoeg heeft hervormd. „Ik wil ook kunnen zeggen: het is niet gebeurd dus we doen het niet”, aldus Rutte. Een gevoelig punt, omdat daarmee een systematiek zou ontstaan waarbij landen elkaar parlementair de maat kunnen nemen. Maar ook een wezenlijk punt: de klacht is al jaren dat lidstaten de jaarlijkse hervormingssuggesties van de Europese Commissie (het ‘semester’) negeren. Het herstelfonds wordt wat betreft Rutte een instrument om de discipline te vergroten.

Rutte toonde zich zelfs vol lof over de ‘landenspecifieke aanbevelingen’ uit Brussel. „Dat heeft de Europese Commissie wél goed gedaan.” En hij erkende dinsdag dat Nederland zelf niet vrijuit gaat: ook het kabinet deed de afgelopen jaren weinig met de ‘Brusselse’ kritiekpunten, op de te grote arbeidsflexibiliteit of de te grote schulden van Nederlandse huishoudens. Ook Nederland kan wat dat betreft „een stevig gesprek” verwachten met de Commissie.

Ruimhartige erkenning

Obstakels genoeg kortom, maar ook: ruimhartige erkenning dat een groot herstelfonds wel degelijk kan helpen bij het tegengaan van de economische naschok van het coronavirus. Dat was de afgelopen maanden wel anders. Heeft Rutte zich verslikt met zijn harde opstelling? Ja en nee. Nederland liep de afgelopen maanden imagoschade op. De roep in Europa om belastingontwijking – Nederland wordt beschouwd als grote facilitator hiervan – aan te pakken, klinkt nu weer veel luider. De Europese Commissie zou al broeden op plannen hiervoor, meldde de Financial Times dinsdag.

Aan de andere kant heeft die opstelling ook wat opgeleverd: in het jongste compromisvoorstel dat vorige week op tafel kwam, wordt Nederland op veel punten tegemoetgekomen. Zo blijft de zogeheten ‘korting’ op de Nederlandse afdracht aan de EU-begroting behouden. Daarnaast krimpt de totale begroting, komt er extra geld voor Brexit-schade en wordt het aandeel ‘klimaatgeld’ nog wat opgeschroefd. Het toezicht op economische hervormingen en de rechtsstaat in lidstaten moet strenger worden – hoewel nog niet streng genoeg voor Nederland.

Daarmee blijft nog altijd zeer onzeker of komend weekend een akkoord mogelijk is. Maar ondanks Ruttes hardvochtige rol is er in Brussel ook waardering voor de Nederlandse manier van onderhandelen: transparant, helder, op basis van duidelijke argumenten, en bovendien uitgebreid beschreven in voor iedereen leesbare heldere Kamerbrieven. Andere leiders willen tijdens onderhandelingen nog wel eens voor verrassingen zorgen. „Bij Rutte weet je tenminste waar hij staat en wat hij wil.”

DE INTERNATIONALE PERS OVER RUTTE
Financial Times: ‘Ten diepste ondemocratisch’

De Financial Times gaat in tegen Ruttes eis dat elke lidstaat een veto moet kunnen uitspreken tegen iedere uitbetaling van steun. „Het idee dat het Nederlandse parlement voorwaarden oplegt aan het Italiaanse of het Spaanse, is ten diepste ondemocratisch.”

Rutte doet wel alsof hij voor een sterk, verenigd Europa is, maar toont zich „niet bereid het bijbehorende prijskaartje te accepteren”. „Zijn opgeheven vingertje valt goed in een samenleving die heeft geprofiteerd van een open, liberale economie en zeven decennia EU-lidmaatschap, en zich afvraagt waarom de Italianen en Grieken niet wat meer op haar kunnen lijken. Maar deze crisis is niemands schuld.”

The Economist: ‘Dominee die te veel cafeïne op heeft’

Premier Rutte mag dan in heel Europa als de bad guy gezien worden om zijn rol als aanvoerder van de ‘zuinige’ EU-landen, echt een overtuigende schurk is hij volgens The Economist niet. Met zijn „manische vrolijkheid” en „preken over een sobere levensstijl” lijkt het nog het meest op een „dominee die te veel cafeïne op heeft”. Uiteindelijk zal Rutte volgens het economische weekblad niet om een compromis heen kunnen. Dat zal geen probleem voor hem zijn: „Flexibiliteit is een van zijn sterke kanten.” In de EU is zijn rol als schurk dan uitgespeeld. Alleen moet Rutte dan wel oppassen in eigen land: „Capitulatie in Brussel zou koren op de molen zijn” van zijn populistische opponenten.

Frankfurter Allgemeine Zeitung: ‘De moeilijke buurman’

De Frankfurter Allgemeine Zeitung noemt Rutte „de moeilijke buurman”. De krant schetst hoe de premier zichzelf sinds de Brexit ziet als een van de laatste voorstanders van een krappe begroting en een liberaal economisch beleid – en dat hij meende op één lijn te zitten met bondskanselier Angela Merkel. „De schok was des te groter toen Merkel enkele weken geleden de krachten bundelde met Macron en zich sterk maakte voor een met schulden gefinancierd opbouwfonds.”

Ook ziet de krant een belangrijke rol voor de lijsttrekkersstrijd bij het CDA: „Wie de topkandidaat van het CDA wordt, beïnvloedt hoe flexibel Rutte kan optreden in de onderhandelingen over het corona-opbouwfonds.”