Opinie

Dior

Ellen Deckwitz

Afgelopen weekend was mijn achternichtje (16) bij me. Ze is geobsedeerd door haute couture en in een poging mij op te voeden keken we zondag de ene na de andere modeshow op YouTube. „Hoe gaan al die modehuizen hun toekomstige collecties eigenlijk presenteren?”, vroeg ik na de zoveelste catwalk. „Ik neem aan dat de fashionweek voorlopig nog niet mogelijk is.”

„De meeste doen het sinds de lockdown digitaal”, zei ze, „Dior heeft afgelopen week zelfs een prachtige film over hun herfstcollectie online gezet.”

Ze zocht hem meteen op en de daaropvolgende tien minuten staarde ik met open mond naar iets dat zich nog het best laat omschrijven als de Efteling aan de steroïden. Kosten noch moeite waren gespaard voor een commercial waarin faunen, bosnimfen en overige sprookjeswezens ronddartelden in de nieuwste mode, met op de achtergrond romantische landschappen die direct uit een pre-rafaëlitisch schilderij hadden kunnen komen. Zoenende dryaden, een baantjes trekkende zeemeermin, nergens frictie of conflict, iedereen gezond, beeldschoon en blij.

„Is het niet prachtig”, zwijmelde mijn achternichtje. Ik twijfelde. Het was allemaal zo idyllisch dat je er jeuk van kreeg. Bovendien contrasteerde het zo enorm met de echte wereld dat de overvloedige productie me tegen de borst stuitte. Nergens ziekte of polarisatie, gewoon een idylle door en voor vermogenden.

„Het gaat wel erg voorbij aan alle ellende waar de mensheid momenteel mee kampt”, bromde ik.

‘Doe niet zo moeilijk”, zei het achternichtje, „het is toch goed om ook naar het mooie te kijken? Ik ben al dat slechte nieuws helemaal beu.”

Ik wilde haar vreugde niet verpesten en lag niet meer dwars, maar het filmpje schrijnde na. Toen ze weg was, moest ik denken aan een andere mythe, over de vrouw van Lot. Toen zijn woonplaats Sodom op het punt stond vernietigd te worden kreeg Lot van God de opdracht om te vluchten en vooral niet om te kijken. Eenmaal buiten de stadspoorten kon zijn vrouw de verleiding niet weerstaan, wierp een laatste blik op haar stad en veranderde ter plekke in een zoutpilaar. Er zijn verschillende verklaringen voor haar ongehoorzaamheid – kennishonger, koppigheid – maar de meest menselijke geeft de Russische dichteres Anna Achmatova in het gedicht Lots Vrouw: weemoed.

Misschien maakte ik me daarom zo boos om die Dior-film. Omdat hij me confronteerde met een verlangen naar vroeger. Toen de boel nog ongecompliceerd leek. Een tijd waarin je jong was en nog onbekommerd kon genieten van schoonheid. Toen kleding nog belangrijker was dan de wereld waarin ze werd gedragen.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.