De kleine Lucia (Marta Castiglia) wordt bij haar grootmoeder ondergebracht als haar ouders naar Frankrijk vertrekken, in ‘Picciridda’.

Interview

Regisseur van ‘Picciridda’: ‘Tot mijn grote plezier heb ik ook mannen zien huilen bij de screenings’

Paolo Licata en Lucia Sardo Na een valse start zijn regisseur Paolo Licata en hoofdrolspeelster Lucia Sardo opgelucht dat ‘Picciridda’ een tweede leven krijgt. „Ik heb ook mannen zien huilen bij de screenings.”

‘Je eerste lange film moet gaan over wat je kent”, zegt regisseur Paolo Licata (1981). Zijn debuut Picciridda, gebaseerd op de gelijknamige roman van de Italiaanse schrijfster Catena Fiorello, speelt zich af op Favignana, een eiland ten westen van Sicilië. „Het gaat over mijn land – ik ken de situaties, de personages, de kleuren en de geuren.” Licata groeide op in Palermo als zoon van een dirigent en een pianiste, studeerde rechten voor meer bestaanszekerheid en werkt nog altijd als advocaat, maar zijn hart ligt bij de cinema.

We spreken elkaar via Zoom: aan de muur van zijn werkkamer hangt een poster van Pulp Fiction. Op een derde scherm wappert actrice Lucia Sardo zich intussen koelte toe op haar balkon. Licata zal ook voor ons tolken – Sardo (1952), een Siciliaanse met tientallen film- en tv-titels op haar naam, spreekt geen Engels.

De twee zien er vrolijk uit: ze zijn opgelucht dat hun film een tweede leven krijgt, na een valse start in maart. „We waren net in première in zestig Italiaanse bioscopen, en toen… vréselijk!”, zegt Licata. „Ik droom al sinds mijn vijftiende van dit moment. En Picciridda is niet bedoeld voor een klein publiek van connaisseurs, maar voor iedereen.

„Zo’n vijf, zes jaar geleden was ik op zoek naar een goed, sterk verhaal, ik las van alles, en toen gaf mijn moeder me Catena’s boek en zei: dit is interessant, dit is echt Siciliaans. Catena is hier een beroemde schrijfster, ze komt uit een familie van acteurs en showmensen.

„Het duurde nog wel twee jaar voordat er een echt goed script lag. Ugo Chiti [co-scenarist van Gomorra, 2008, red.] heeft in het laatste stadium fantastisch werk gedaan door het nog strakker te trekken, alleen de essentie te behouden. We hadden een klein budget, weinig faciliteiten, een beperkte draaitijd. Maar ik heb altijd gedacht dat de kracht van de film juist in z’n soberheid lag, in z’n armoede.”

Het verhaal in het kort: eind jaren zestig wordt de elfjarige Lucia (Marta Castiglia) achtergelaten bij haar grootmoeder, Nonna Maria (Sardo), als haar ouders van Sicilië naar Frankrijk emigreren om werk te vinden. Lucia voelt zich verlaten, en oma blijkt een hardhandig opvoedster; er kan geen lachje af. In de maanden die volgen groeit het meisje in snel tempo op. Ze verbaast zich over de katholieke rituelen op het eiland, over de volwassen geheimen en over oma’s vete met bepaalde familieleden – tot de dag waarop haar nieuwsgierigheid gruwelijk wordt afgestraft.

Lucia Sardo speelt een fenomenale Nonna Maria, en de piepjonge Marta Castiglia dient haar waardig en volwassen van repliek. De twee kregen vorig jaar een eervolle vermelding voor hun prestaties op het filmfestival van Taormina, waar ook het script werd bekroond.

Ziet u Nonna Maria als een feminist?

Sardo: „Ik denk dat elke vrouw in principe een feminist is, maar als politieke term is het niet op Maria van toepassing. Ik ken haar type goed, in mijn jeugd had je veel van zulke sterke, eenzame vrouwen op Sicilië. Mijn eigen oma werd op haar 28ste weduwe, en ze had een zwaar leven. Het was een wilde, ruige wereld. Elke misstap met een man kon je reputatie verwoesten. Vrouwen gaven elkaar die harde levenslessen door. Maria is zo teleurgesteld in mannen dat ze ervoor kiest om niet te hertrouwen, en toch geniet ze het respect van de gemeenschap. Ze heeft een baan [ze prepareert de doden voor hun uitvaart, red.]. Dat was heel ongebruikelijk.”

Hoe heeft u Marta Castiglia gevonden?

Regisseur en actrice beginnen te stralen. Licata: „Het was niet makkelijk. We hadden een lange, moeilijke casting – ik denk dat ik wel 500 meisjes van tien heb gezien, uit heel Sicilië. Marta verscheen op een van de laatste oproepen, hier in Palermo. Ze had al een paar jaar toneellessen gevolgd en ze had een heel gestructureerde, rigide acteermethode – het tegenovergestelde van wat ik zocht. Twee leraren hebben haar geholpen om spontaner te spelen, in Siciliaans dialect. Toch was ik bloednerveus voor haar eerste opnames, je weet nooit hoe kinderen zich zullen gedragen op een volle set. Maar Marta’s eerste scène, op het strand met haar schoolvriendinnetje, stond er in één take op. Het was perfect. Ik heb de hemel bedankt.”

Lees hier de recensie van ‘Picciridda’

Hoe beschermde u haar tegen de heftige inhoud van het script? Waren haar ouders erbij betrokken?

Licata: „Zeker, Marta’s veiligheid stond voorop. Het is een ongelooflijk slim kind. Ze was tien tijdens de opnames, bijna elf, maar ze begreep elk aspect van de film. Ze stelde me duizend vragen – zó specifiek dat ik er soms ongemakkelijk van werd! Alleen bij haar meest duistere scène vroeg ze niet verder. We hielden het erop dat de gemene oom haar geslagen had. Dat was genoeg.”

Sardo: „Marta en ik hadden een stil pact op de set, we wisten precies wat er tussen ons speelde. Het was een van de mooiste samenwerkingen uit mijn carrière.”

‘Picciridda’ hanteert een vrouwenperspectief; de mannen komen er niet best vanaf. Was u zich daarvan bewust?

Licata: „Ik benaderde het verhaal objectief, ik analyseer personages zonder hun sekse te overwegen. Het is ook geen specifieke vrouwenfilm geworden; tot mijn grote plezier heb ik ook mannen en kinderen zien huilen tijdens de screenings.”

Sardo: „Het was niet onze bedoeling om een film over gemene of zwakke mannen te maken. Dit gaat over één heel slecht exemplaar. Aan de andere kant heb ik zelf ook ervaringen met misbruik gehad, niet zozeer fysiek als wel psychologisch. Voor vrouwen is die dreiging er nog altijd.”