Acute leiderschapscrisis bij de OVSE in Wenen

Internationale samenwerking De herbenoeming van vier topfunctionarissen van de OVSE leek geen probleem. Maar opeens zetten enkele lidstaten de hakken in het zand.

Ministers Sebastian Kurz (links) van Oostenrijk en Sergej Lavrov van Rusland onderhandelen in 2017 over de benoemingen die nu collectief niet worden verlengd.
Ministers Sebastian Kurz (links) van Oostenrijk en Sergej Lavrov van Rusland onderhandelen in 2017 over de benoemingen die nu collectief niet worden verlengd. Foto Christian Bruna/EPA

De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) in Wenen is deze week in een acute crisis beland doordat de 57 lidstaten het niet eens konden worden over de invulling van de vier belangrijkste functies. Als gevolg daarvan lopen de mandaten van de vier topfunctionarissen, onder wie de Zwitserse directeur-generaal Thomas Greminger, komende zaterdag abrupt af.

De OVSE stuurt waarnemers naar het oorlogsgebied in het oosten van Oekraïne, monitort in veel landen verkiezingen en speelt een belangrijke rol bij conflictbeheersing op de Balkan. De drie andere functies waar het om gaat zijn die van de Hoge Commissaris voor Nationale Minderheden in Den Haag (de Italiaan Lamberto Zannier), de directeur van het prestigieuze Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten ODIHR in Warschau (de IJslandse Ingibjörg Sólrún Gísladóttir) en de OVSE-vertegenwoordiger voor de Mediavrijheid in Wenen (de Fransman Harlem Désir).

Lees ook een interview met OVSE-topman Thomas Greminger uit 2018: ‘De Koude Oorlog was voorspelbaarder, dit kan escaleren’

Verlenging leek geen probleem

In 2017 werden de vier functionarissen na moeizame onderhandelingen tegelijk benoemd, in één ‘pakket’. Tot voor kort namen velen aan dat ze ook alle vier een tweede termijn zouden krijgen. Toen ze vorige maand nog eens moesten toelichten waarom ze een nieuw mandaat wilden, uitte kennelijk geen enkele lidstaat inhoudelijk bezwaar.

Maar op 11 juni weigerde Azerbeidzjan ineens het mandaat van Harlem Désir te verlengen: hij zou te uitgesproken zijn over de persvrijheid in dat land. Op 25 juni eiste Tadzjikistan een betere geografische verdeling van de topfuncties, en vorige week blokkeerde Turkije de herbenoeming van Gísladóttir, omdat zij bij seminars Turkse ngo’s had toegelaten die volgens Ankara banden hebben met de Gülenbeweging.

Deze zaterdag vertrekt de leiding. Opvolgers worden pas in december benoemd

De situatie kwam in een stroomversnelling toen sommige landen (zoals Duitsland) voorstelden om tenminste de secretaris-generaal te laten zitten, om de continuïteit te waarborgen. Maar Frankrijk, IJsland, Noorwegen en Canada wilden de vier mandaten allemaal tegelijk verlengen, óf allemaal tegelijk opzeggen. Pogingen om ze te laten aanblijven tot er vervangers zijn, strandden maandag tijdens verhitte sessies in Wenen eveneens.

In december zullen de 57 ministers van Buitenlandse Zaken bij hun jaarvergadering vier nieuwe functionarissen moeten benoemen. Lidstaten kunnen tot midden september kandidaten voordragen. De ambtelijke staf die de topfunctionarissen in de tussentijd zal vervangen heeft echter geen toegang tot ministers in lidstaten en kan geen publieke verklaringen doen over gevoelige zaken.

De leiderschapscrisis komt op een moment van grote geopolitieke spanning. De OVSE heeft daar minder last van dan multilaterale organisaties als de WTO, WHO of de VN. De OVSE, die in 1973 is opgericht om samenwerking te bevorderen op militair, economisch, veiligheids- en mensenrechtengebied, is een van de weinige organisaties waarin Rusland en de VS nog gezamenlijke activiteiten van de grond krijgen. Maar ook hier is geregeld frictie over geld, inhoud of taakverdeling. De annexatie van de Krim en het neerhalen van de MH17 hebben sinds 2014 de verhoudingen op scherp gezet.

Westerse vooringenomenheid

De crisis komt niet uit de lucht vallen. De OVSE is bij uitstek een platform waarin Oost en West hun grieven uiten over van alles en nog wat. Centraal-Aziatische lidstaten bekritiseren steeds vaker de westerse ‘vooringenomenheid’ van de organisatie. Ze vinden dat zij harder worden aangepakt dan westerse landen. Waarom, zeggen ze, worden verkiezingen in Moldavië of minderheden in Oezbekistan beter in de gaten gehouden dan die in België of Ierland? Het westerse antwoord dat er in Moldavië of Oezbekistan misschien meer reden voor is, pareren zij met voorbeelden als Catalonië, vluchtelingendrama’s in de Middellandse Zee en Frans politiegeweld.

Westerse OVSE-landen leggen de nadruk op het nakomen van afspraken, terwijl oostelijke landen meer dialoog willen over die afspraken. In de toekomst zullen er meer topfuncties naar niet-westerse kandidaten moeten, beamen insiders. Drie jaar geleden waren die er wel, maar ze waren van laag kaliber. Als de OVSE-top niet goed gekwalificeerd is en regels niet handhaaft, wat is de OVSE dan nog waard? In die zin gaat deze crisis naar het hart van een organisatie die, eens een platform voor samenwerking tussen Oost en West, nu een spiegel dreigt te worden van onderling wantrouwen.