Turkije troeft Frankrijk af in slag om Libië

Libië Frankrijk heeft in Libië krijgsheer Haftar laten vallen, maar de Franse relatie met Turkije blijft gespannen. Deze maandag stelt Frankrijk het 'criminele' gedrag van Turkije in Libië aan de orde bij EU-beraad in Brussel.

Luchtfoto van onderzoek naar massagraven die zijn gevonden in gebied dat onder controle van Haftar stond.
Luchtfoto van onderzoek naar massagraven die zijn gevonden in gebied dat onder controle van Haftar stond. Foto AFP

Het leek een helder plan. Om de chaos in Libië onder controle te krijgen heb je een sterke man nodig, iemand als Abdel Fatah el-Sisi, die Egypte met ijzeren hand regeert. Libië had zo’n figuur met Khalifa Haftar, en Frankrijk had er daarom als enig Europees land voor gekozen zijn kaarten op Haftar te zetten.

Alleen bleek Haftar niet zo sterk als hijzelf en Frankrijk dachten. Zijn offensief tegen de hoofdstad Tripoli is mislukt; zijn troepen zijn teruggeslagen tot Sirte, vijfhonderd kilometer oostelijk. Eind vorige maand zei president Emmanuel Macron dat het een „misvatting” is dat Frankrijk Haftar steunt. Frankrijk werkt in Libië juist aan een „duurzame oplossing” voor het conflict, aldus Macron.

„Haftar laten vallen is makkelijk voor Macron”, zegt Jalel Harchaoui, expert aan het Clingendal-instituut in Den Haag. „Zijn rol is uitgespeeld. Hij kan hooguit nog dienen als wisselgeld in toekomstige onderhandelingen. Wat blijft is het demoniseren van Turkije door Frankrijk.”

‘Gevaarlijk spel’

Frankrijk heeft ook aangekondigd dat het zich terugtrekt uit Sea Guardian, de maritieme NAVO-operatie in de Middellandse Zee. Daar was een confrontatie tussen een Frans en Turks oorlogsschip bijna uitgedraaid op een conflict tussen twee NAVO-lidstaten. De woordenstrijd tussen Ankara en Parijs is sindsdien bitser dan ooit. Naar verwachting zal Frankrijk de zaak ook aan de orde stellen bij het beraad van de EU-ministers van Buitenlandse Zaken, deze maandag in Brussel.

Macron heeft gezegd dat Turkije een „historische en criminele verantwoordelijkheid” draagt in Libië. De Turkse ambassadeur in Parijs sloeg vorige week in de commissie Buitenlandse Zaken van de Franse senaat keihard terug. „Wanneer wij een legitieme regering steunen dan heet het dat wij een gevaarlijk spel spelen. Maar wanneer Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten en anderen Haftar steunen dan is dat zogenaamd legitiem”, smaalde Ismail Hakki Mussa. Hij eiste Franse excuses voor het incident op zee.

Het lijkt een eeuwigheid geleden dat Haftar in maart dit jaar door Macron werd ontvangen. Haftar was een oudgediende van dictator Gaddafi, tot hij eind jaren tachtig in ballingschap ging. In de chaos die volgde op de omverwerping van Gaddafi’s regime, in 2011, vormde hij zich om tot een krijgsheer die de strijd aanbond met de extremistische milities die in het oosten van het land de scepter zwaaiden.

Haftar werd eerst bejubeld door veel Libiërs die na jaren chaos bereid waren zich opnieuw achter een sterke man te scharen. Haftar zag zichzelf als president. Maar toen hij in april vorig jaar in het offensief ging tegen Tripoli, werd hij daar niet verwelkomd. Dit voorjaar sloegen de milities die de internationaal erkende regering in Tripoli steunen keihard terug – met de hulp van Turkije en door Ankara geïmporteerde Syrische rebellen. Toen Haftar het in maart-april dit jaar, weken na zijn bezoek aan Parijs, opnieuw probeerde werd hij definitief teruggeslagen.

„Turkije heeft het spel slim gespeeld”, zegt Claudia Gazzini, Libië-expert van de International Crisis Group, een denktank. „Het heeft het tactisch voordeel dat het samenwerkt met de internationaal erkende regering van Libië. Turkije kan met open vizier strijden terwijl anderen achter de schermen moeten opereren. En het is daarvoor beloond met de maritieme deal met Libië over olie-exploratie in de Middellandse Zee.”

Frankrijk koos al in 2015 onder het presidentschap van François Hollande voor Haftar. Hij werd toen gezien als een dam tegen Al-Qaida en Islamitische Staat, niet alleen in Libië maar ook in de Sahel, waar Frankrijk militair aanwezig is. Hollande zag het ook als zijn plicht iets te doen in Libië, omdat Frankrijk onder zijn voorganger Nicolas Sarkozy de grootste pleitbezorger was van de luchtsteun die de Libische rebellen aan hun zege op Gaddafi hielp.

Toen Macron in 2017 president werd, was hij niet echt gediend van de erfenis waarmee Sarkozy hem had opgezadeld. „Ik ben niet vergeten dat sommigen hebben beslist om de Libische leider uit te schakelen zonder dat er een plan was voor het vervolg”, zei Macron in 2018 tijdens een bezoek aan Tunesië.

Toch bleef Haftar aanvankelijk ook onder Macron de man van Frankrijk. Dat is het werk van Jean-Yves Le Drian, Defensieminister onder Hollande die door Macron op Buitenlandse Zaken wordt gezet. Frankrijk heeft de aanslagen van 2015 gehad, en de strijd tegen het jihadisme was belangrijker dan ooit. Onder Macron kwam daar een steeds grotere animositeit bovenop tegen het Turkije van president Erdogan.

Geen plaats voor Turkije

„Macron ziet de politieke islam zoals Erdogan die in de praktijk brengt als een geopolitieke bedreiging”, zegt Harchaoui. „Maar Macron ziet zichzelf ook aan het hoofd van een nieuw Europe de la Défense dat in de plaats zou komen van de NAVO. En in die structuur is geen plaats voor Turkije.”

De Frans-Turkse animositeit gaat terug tot tenminste 2011, toen Erdogan een fel criticus was van de Brits-Franse luchtoperatie boven Libië. Wanneer Sarkozy en de Britse premier David Cameron op 15 september van dat jaar de Libische hoofdstad bezoeken, zwaaien de Libiërs nog enthousiast met Franse en Britse vlaggetjes.

Maar meteen de volgende dag bezoekt Erdogan Tripoli. Turkije had zich juist afzijdig gehouden in de oorlog tegen Gaddafi, maar Erdogan is vastbesloten munt te slaan uit de Arabische Lente voor zijn vorm van politieke islam. Dat slaat aan: de Arabische wereld ziet Turkije op dat moment als rolmodel voor het nieuwe tijdperk dat is aangebroken.

In Libië gaat het fout wanneer in 2014 voor de tweede keer vrije verkiezingen worden gehouden. De Moslimbroeders verliezen hun meerderheid in het parlement en weigeren de uitslag te erkennen. Libië krijgt twee regeringen: een door de Moslimbroeders gedomineerde regering in Tripoli en een meer gematigde in Tobruk in het oosten.

De internationale gemeenschap steunt aanvankelijk de regering in het oosten tot in 2015 een nieuwe regering van nationale eenheid wordt gevormd onder premier Fayez al-Sarraj. Die installeert zich in Tripoli maar kan zich alleen handhaven dankzij de steun van dezelfde milities die de vorige, door de Moslimbroeders gedomineerde regering in het zadel hielden. Het is die regering die Haftar wil omverwerpen wanneer hij in april vorig jaar zijn eerste grote offensief tegen Tripoli lanceert.

De Franse president Macron en krijgsheer Haftar in Parijs, in juli 2017. Foto JACQUES DEMARTHON/AFP

Uitgerangeerd

Anders dan Harchaoui denkt Gazzini niet dat Haftars rol helemaal is uitgespeeld. „Hij zal geen president worden zoals hij zelf zo graag wilde. Zijn politieke rol is uitgespeeld maar zijn militaire rol niet. Er is momenteel niemand anders die de militaire structuur in het oosten bijeen kan houden.”

Want Haftar mag dan uitgerangeerd zijn, het politiek-militaire project waarvoor hij staat is dat niet, zeggen beide experts. „Parijs onderschrijft volledig de visie van de Verenigde Arabische Emiraten”, zegt Harchaoui. „Het idee is dat de Noord-Afrikaanse landen niet klaar zijn voor democratie, en dat het beter is het Egyptische model te volgen. Dat wil zeggen: een regime dat zo repressief is dat de Moslimbroederschap geen enkele kans meer krijgt maar dat ook alle andere stemmen monddood maakt. Frankrijk heeft daar geen enkel probleem mee.”

De rol van Frankrijk, zegt Gazzini, „wordt nu die van spreekbuis voor de standpunten van zijn Arabische bondgenoten, in de eerste plaats de Verenigde Arabische Emiraten en Egypte. Zij delen eenzelfde wereldbeeld waarin de Moslimbroederschap én Turkije als een dreiging worden gezien.”

Turkije lijkt de laatste veldslag te hebben gewonnen, maar de oorlog gaat door. Het land is de facto al gesplitst: in Cyrenaica, het oosten, blijft de militaire structuur wellicht intact met of zonder Haftar. Rusland heeft daar invloed via huurlingen van de Wagner-groep. In Tripolitania, het westen, blijft de Turkse invloed groot.

De rol van Europese landen lijkt grotendeels uitgespeeld. Frankrijk, Italië en Duitsland tekenden eind juni een akkoord dat buitenlandse actoren opriep hun inmenging in Libië te stoppen. Wat Le Monde de bedenking ontlokte dat „de Europeanen het eindelijk onderling eens zijn maar op een moment dat zij minder invloed hebben dan ooit tevoren.”