Analyse

Snacks helpen Pepsi door de coronacrisis heen

Deze rubriek belicht iedere maandag fondsen die in de belangstelling staan. Deze week: PepsiCo.

Pepsi of Coca-Cola? De al meer dan een eeuw durende concurrentiestrijd tussen ’s werelds bekendste frisdranken is een van de meest tot de verbeelding sprekende twisten uit de moderne geschiedenis. Eentje in de categorie McDonald’s versus Burger King, Oasis versus Blur, Tupac versus Biggie.

Op de aandelenmarkten kent de koolzuurclash momenteel een duidelijke winnaar. Van Coca-Cola’s beurswaarde is sinds het begin van de coronamaatregelen in maart een kwart verloren gegaan. Pepsi daarentegen is alweer bijna hetzelfde waard als vóór de pandemie.

Gek is dat niet. Hoewel de twee bedrijven vaak met elkaar worden vergeleken, is Pepsi een heel ander bedrijf. Meer dan de helft van de omzet van ruim 67 miljard dollar (59 miljard euro) komt uit de verkoop van chips en havermout. Coca-Cola (37 miljard dollar) draait volledig op drank.

Vooral in het zoute snacksegment is Pepsi goed vertegenwoordigd. Zowel in de Verenigde Staten als in Europa en Latijns-Amerika is het in deze divisie marktleider. Ga in een supermarkt geblinddoekt voor het chips- of nootjesvak staan, pak een product en de kans is groot dat het van Pepsi is. Van de tijgernootjes van Duyvis tot Doritos Nacho Cheese tot de naturel ribbelchips van Lay’s. 

De snacks helpen Pepsi door de crisis heen, schrijft econoom Stef Driessen van ABN Amro in een e-mail. Sinds de lockdown zijn de inkomsten van supermarkten enorm gestegen. Daar kochten consumenten dan ook vooral de snackproducten van Pepsi. Van de Verenigde Staten tot Nederland: overal konden mensen niet meer naar de bioscoop. Dus keken ze thuis op de bank een film. En in plaats van naar een voetbaltraining gingen mensen thuis gamen. Bezigheden waarbij je makkelijk een zak chips opentrekt.

Ook het zenuwachtige hamsteren tijdens de lockdowns spekte Pepsi's kas. Met Quaker is het in de Verenigde Staten een van de grootste producenten van havermout, ontbijtgranen en rijst. Hamsterproducten bij uitstek.

Dan Coca-Cola. Dat is veel meer dan Pepsi afhankelijk van de verkoop in restaurants, bars en clubs, zegt Kenneth Shea, die als analist de frisdrankmarkt volgt bij financiële dienstverlener Bloomberg. Het is een belangrijke reden dat het bedrijf uit Atlanta harder geraakt wordt door de lockdowns dan Pepsi.

Dat had net zo goed anders kunnen zijn. Al jaren speelt bij Pepsi de discussie of het bedrijf zichzelf niet moet opsplitsen. Bij aandeelhoudersvergaderingen stellen Wall Street-analisten en investeerders steeds dezelfde vragen. Is het niet beter de snack- en drankdivisie te scheiden? Nee, antwoordde Indra Nooyi, tot 2018 topvrouw, dan steevast. Hoeveel druk activistische aandeelhouders ook zetten. Haar opvolger, Ramon Laguarta, lichtte het bedrijf na zijn aantreden door en kwam tot dezelfde conclusie: met een diverse portfolio staat Pepsi sterker. De pandemie bewijst vooralsnog hun gelijk.

Lees ook: Moet PepsiCo opsplitsen? Deze miljardenbelegger vindt van wel (2013)

Dat de coronacrisis Pepsi relatief minder hard raakt, wil niet zeggen dat het goed gaat, zegt analist Shea. Hoewel de eetdivisie voor meer dan de helft van de omzet zorgt, komt ook nog steeds bijna de helft uit de verkoop van drankjes – naast Pepsi ook 7UP, Lipton Ice Tea en Gatorade. De analist verwacht dat de tweedekwartaalcijfers deze maandag laten zien dat de toegenomen verkoop van Lay’s en Tijgernootjes de terugval in de verkochte frisdrank niet compenseert.

Hoe dan ook blijft Pepsi de komende jaren een fonds om in de gaten te houden, zegt Shea. „Het bedrijf verkeert in uitstekende vorm. Ze hebben een ervaren topman, zijn goed gediversifieerd en verkopen topmerken.” De meeste analisten geven hem gelijk. Dertien hebben een koopadvies uitstaan, zeven zeggen houden, geen enkele adviseert verkopen.