Minister blijft in coronawet een ‘tijdelijk dictatortje’

Coronawet Omstreden passages zijn uit de ‘coronawet’ geschrapt: controleren op 1,5 meter achter de voordeur mag niet meer. Maar de minister houdt veel macht en er blijft kritiek op de democratische controle.

In de Utrechtse wijk Overvecht moet men boodschappen doen met een winkelkarretje, de toegang tot de winkel wordt daarbij gedoseerd.

In de Utrechtse wijk Overvecht moet men boodschappen doen met een winkelkarretje, de toegang tot de winkel wordt daarbij gedoseerd.

Foto’s Merlin Daleman en Ilvy Njiokiktjien

De wet is al omstreden voor hij echt in werking treedt. Na weken speculatie en onrust is de speciale tijdelijke ‘coronawet’ maandag eindelijk naar de Tweede Kamer gestuurd.

Juristen en Kamerleden hadden eerder felle kritiek op de conceptversie: te veel macht lag bij het kabinet, de vrijheid en privacy van burgers werd aangetast. De kritiek was zo hevig dat zelfs de coalitiepartijen twijfelden en een Kamermeerderheid in gevaar kwam.

Nu ligt er een aangepaste versie van de wet. Daarin zijn de belangrijkste coronamaatregelen opgenomen. De wet regelt bovendien op welke manier het kabinet en lagere overheden deze maatregelen als dat nodig is kunnen wijzigen of aanvullen. De aangepaste wet lijkt „niet zo gek veel meer” op het omstreden concept, zei minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) afgelopen vrijdag. Maar wat staat er in en verandert er iets in de praktijk? Vier heikele punten.

1

Macht van het kabinet

Minister De Jonge herhaalde het de afgelopen weken steeds: de nieuwe coronawet geeft het kabinet geen extra bevoegdheden. Maar de wet geeft De Jonge en zijn collega’s wel de juridische basis om alle landelijke maatregelen zoals die tijdens de lockdown golden opnieuw in te voeren als het nodig is. Het sluiten van scholen of horeca, het maximeren van het aantal reizigers in het openbaar vervoer, het beperken van bezoek in verpleeghuizen – het kan allemaal.

De Raad van State had moeite met „de centrale rol” die De Jonge als minister van Volksgezondheid in de wet krijgt. Volgens de belangrijkste juridische adviseur van de regering is die niet meer vanzelfsprekend nu de epidemie in een rustigere fase zit en moeten „de normale bestuurlijke verhoudingen zo veel mogelijk terugkeren”. De Raad bedoelt: ook andere kabinetsleden moeten hun rol weer krijgen en lokale overheden een grotere stem. Tot nu toe moesten de veiligheidsregio’s de landelijke maatregelen uitvoeren en was er amper regionaal ‘maatwerk’ mogelijk.

Een leeg perron in Den Bosch.

De Jonge heeft nog steeds „een heel belangrijke rol”, zegt Adriaan Wierenga, onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen en gespecialiseerd in noodrecht. Onder normale omstandigheden, zegt Wierenga, zou je zeggen dat De Jonge te veel macht heeft, maar „tijdens rampen is een tijdelijk dictatortje soms levensreddend”. Hij doet het bovendien niet helemaal meer alleen. De rol van de veiligheidsregio’s wordt teruggeschroefd. Burgemeesters en gemeenteraden worden verantwoordelijk voor de uitvoering en handhaving van de landelijke maatregelen. Burgemeesters kunnen via ontheffingen uitzonderingen toestaan op de landelijke regels, zegt Wierenga. Zo kun je bij de burgemeester – tegen de landelijke regels in – toestemming vragen om toch een herdenkingsbijeenkomst of een bruiloft te geven voor honderd personen. Deze uitzonderingen zijn toegestaan zolang de bestrijding van de epidemie geen gevaar loopt.

2

Democratisch toezicht

De coronamaatregelen werden tot nu toe uitgewerkt in noodverordeningen. Dat was in de eerste crisismaanden te rechtvaardigen, maar nu „juridisch niet langer houdbaar”, vindt de Raad van State. Het grootste probleem van de noodverordeningen: er is een gebrekkige democratische controle op de besluiten – de Tweede Kamer en de gemeenteraden hebben geen invloed en spelen geen rol in de totstandkoming van de noodverordeningen.

Lees ook: Coronawet van kabinet mag geen ‘vluggertje’ worden

Met de coronawet legt het kabinet landelijke maatregelen per ‘ministeriële regeling’ voor aan het parlement. Dat krijgt een of twee weken de tijd om op de inhoud te reageren. Maar volgens staatsrechtgeleerde Wim Voermans (Universiteit Leiden) is deze vorm van controle een „wassen neus”. Zo is er geen formele instemming vereist van de Kamer en wordt de Raad van State niet gehoord voor commentaar. De ministeriële regeling is bedoeld voor „administratieve details, of zeer tijdelijke, spoedeisende zaken”, zegt Voermans, niet voor „ingrijpend beperken” van vrijheden van burgers. Het kabinet noemt zelf deze route „ongebruikelijk en vergaand”, maar „onontkoombaar” omdat maatregelen in hoog tempo moeten worden doorgevoerd.

3

Vrijheidsbeperkingen

De belangrijkste basis voor de maatregelen is de anderhalve meter afstand. Het handhaven van deze „veiligeafstandsnorm” in de openbare ruimte en gebouwen blijft volgens het kabinet nodig om te voorkomen dat mensen het virus onderling makkelijk overdragen. De anderhalve meter zelf is niet heilig: aanpassing kan, zo staat in de wet, bij verder uitdoven of juist opleven van het virus. Het RIVM heeft hierin een bepalende stem, maar de aanpassing moet wel eerst worden voorgelegd aan het parlement.

Wie buiten onvoldoende afstand houdt kan ook met de nieuwe wet nog steeds een boete krijgen. Tot dusver werden zo’n 15.000 boetes uitgedeeld, vooral in de eerste weken van de epidemie. Sommige burgers kregen hierdoor een aantekening op hun strafblad. De Raad van State riep het kabinet op in de wet uit te sluiten dat burgers nog een strafblad zouden kunnen krijgen omdat dit „het draagvlak voor de wet aantast”. Maar het kabinet is hier niet in meegegaan. Een zwakte, vindt Voermans. Minister De Jonge heeft weliswaar aangegeven dat hij die aantekening in het strafblad wil afzwakken door ervoor te zorgen dat Covid-overtreders toch een Verklaring Omtrent Gedrag krijgen, zegt Voermans, „maar de aantekening staat”.

Familieleden zwaaien naar bewoners van een verzorgingshuis in Amsterdam.

Thuis boetes opleggen bij overtreding van de anderhalve meter is niet mogelijk volgens de conceptwet. Het huisrecht wordt zo „expliciet beschermd”. In de eerdere versie was het kabinet nog van plan om de politie ook ‘achter de voordeur’ te laten controleren. Dat stuitte op veel weerstand. De maatregel was bovendien vaag omschreven, zegt Wierenga, waardoor de politie tegen veel meer kon optreden dan alleen coronafeestjes. Critici vreesden op misbruik van de maatregel. Het betekent niet, zegt Wierenga, dat de politie coronafeesten toestaat. „Ze zullen meer handhaven op geluidsoverlast.” Groepsvorming in de buitenlucht kan ook verboden worden.

Andere grondrechten worden juist extra beschermd. Waar de regering eerder het aantal bezoekers bij kerkdiensten wilde beperken tot dertig, kan dat straks niet meer. Kerkgangers moeten wel anderhalve meter afstand houden. Ook demonstraties vallen niet onder de coronawet, maar burgemeesters kunnen er eisen aan stellen op basis van de huidige demonstratiewet.

4

Duur van de wet

De coronawet is tijdelijk, enkel bedoeld om tijdens de huidige pandemie de juiste maatregelen te kunnen nemen. Oorspronkelijk zou de wet een jaar gelden, dat wordt nu zes maanden. De wet kan, met toestemming van de Eerste en Tweede Kamer, telkens met drie maanden worden verlengd. De wet nog voor de eerste zes maanden intrekken mag ook.

Wanneer de wet precies ingaat is onduidelijk. Het kabinet streefde naar 1 juli, maar vanwege het zomerreces wordt het op z’n vroegst dit najaar – naar verwachting 1 oktober. De ingangsdatum hangt ook af van hoe snel en grondig beide Kamers de wet willen behandelen.