Marieke Derksen: „Laten we het vooral over het grote probleem hebben, over racisme en hoe we dat oplossen.”

Foto Merlijn Doomernik

Interview

Marieke Derksen: ik kan goed overweg met mafkezen

Marieke Derksen Nu en dan mengt ze zich in de polemiek rond haar vader Johan. En ze merkt na tien jaar uitgeverschap, van boeken als Gijp, Kieft en nu Sneijder, dat ze toch echt ‘kind van’ is. „Bij Overamstel vonden ze me.. uhhm.. nogal direct.”

Dit moest vooral geen interview worden waarin zij haar vader hartstochtelijk zou gaan verdedigen. Want dat is wel het allerlaatste waar ze op zit te wachten. „En dat ik dan ga zeggen dat Johan geen racist is.” Marieke Derksen (40) grinnikt. „Alsjeblieft niet.”

Ze wilde het vooraf even checken, omdat er nog altijd mensen zijn die denken dat zij en haar vader twee handen op één buik zijn, wat de suggestie wekt dat een aanval op hem er automatisch een is op haar, en dat zij zich vervolgens ook wel even mengt in het verhitte debat rond zijn woorden in Veronica Inside. „Je ontkomt er soms niet aan”, zegt ze in een Amsterdamse bruin café, „maar ik hoef het nou niet de hele dag over mij en Johan te hebben.”

Je schijnt het vervelend te vinden als ze je ‘de dochter van’ noemen.

„Nou ja... We hebben ooit één interview samen gedaan en dat was voor ons allebei om er vanaf te zijn. Nu heb ik mijn eigen toko, sta ik er wat losser in. Maar wij gaan niet elk weekend bij elkaar op de koffie. Vraag mij ook niet of VI nog doorgaat. Ik lees het wel op het liveblog van het AD.”

Derksen is opgewekt. Deze ochtend hoorde ze dat Sneijder, de door haar uitgegeven biografie van ex-voetballer Wesley Sneijder, op één is binnengekomen in de Nederlandse bestsellerslijst. In de boekenwereld mag het dan niet chic zijn hardop te juichen om verkoopcijfers, zij balt haar vuist wel. Ze schaamt zich er allerminst voor dat ze boeken uitgeeft om er zoveel mogelijk van te verkopen.

Bijna tien jaar is zij inmiddels uitgever. Bij Uitgeverij Inside, onder de vlag van Overamstel Uitgevers, vormt ze een duo met Michel van Egmond, de schrijver van de grootste bestsellers die zij heeft uitgebracht: Gijp en Kieft. De boeken en de vervolgen daarop, over twee ex-profs wier leven net even anders liep dan dat van een doorsnee voetballer, zijn samen meer dan 900 duizend keer verkocht. Nadien volgden (auto)biografieën van onder anderen Rico Verhoeven, Theo Janssen, Patty Brard en recent die van Sneijder.

Dat laatste boek verscheen met veel tumult. Aanleiding voor de rel was een woord op de achterflap, ‘Ajax-icoon’, dat slecht viel bij de F-Side omdat Sneijder wel erg veel met FC Utrecht flirtte, de club uit zijn geboortestad. Dus verklaarde de harde kern van Ajax hem tot ‘persona non grata’. Als reactie kwam Sneijder met een filmpje waarin hij al rijdend langs Amsterdam ‘Utrecht mijn stad’ zong.

„Ergens was het mijn schuld”, zegt Derksen. „Het statement kwam vlak nadat ik het omslag had getwitterd. Ik vond Wesleys reactie wel ludiek. Schelden heeft geen zin, je verdedigen ook niet. Dat hij vervolgens zo wordt afgemaakt... Het ligt allemaal wel héél gevoelig.”

Ajax-supporters zouden het e-book bewust delen zodat het minder verkoopt.

„Het gaat om een gekraakt e-book, dus in feite ben je strafbaar als je het opent. Maar ja, als je binnen drie dagen de nieuwe Star Wars kunt downloaden, is een boek appeltje-eitje. Kennelijk heeft het geen invloed op de verkoopcijfers gehad. Voor mij was dit boek echt een feestje.”

Een feestje?

„Vanwege tijdsdruk heb ik het manuscript zelf bij hem langs gebracht. Zat ik binnen de korte keren aan de chardonnay bij zijn vrienden thuis, terwijl Wesley de barbecue stond op te warmen. ‘Wacht even’ dacht ik. ‘Ik stond te janken om jouw doelpunt tegen Brazilië [op het WK 2010], en nu sta jij hier de kolen om te scheppen?’ Waren alle sporters maar zo no-nonsense. De meesten worden pas gezellig als ze gestopt zijn.’’

Derksen rolde in de sportboeken nadat ze jaren als „manusje van alles” bij Voetbal International had gewerkt, het blad waar haar vader toen nog hoofdredacteur was. In 2005 begon ze er. Ze had net haar studie theater-, film- en televisiewetenschappen afgerond en vervulde een administratieve baan bij de Belastingdienst toen VI belde. „‘Jammer’, zeiden ze toen ik het aanbod weigerde, ‘want je begint maandag al.’”

Je wilde vooral niet onder je vader werken.

„Gênant vond ik het. Ik wilde juist zoveel mogelijk afstand van hem nemen. Anders krijg je meteen dat stempel, en denken collega’s dat je gaat klikken bij papa.”

Was hij niet óók een kruiwagen?

„Ja en nee. Ik heb wel ingangen gehad dankzij onze kennissenkring. Aan de andere kant is er dat vooroordeel, dat je de ‘dochter van’ bent en het je komt aanwaaien. Dat heft elkaar wel op. Zeker in het begin dachten mensen dat Johan achter mijn werk zat. Later begrepen ze wel dat hij er geen bal mee te maken heeft.”

Een deel van haar jeugd bracht ze alleen met haar vader door. In 1992 overleed haar moeder Linda na een val van de trap. Marieke Derksen was twaalf. „Toen was het niet leuk en de periode erna ook niet”, zegt ze daarover. „Het was heel verdrietig. Maar het is niet iets waar je de rest van je leven mee zit of de definitie van wie ik ben. Als ik op mijn veertigste disfunctioneel zou zijn, was dat niet de reden.”

Louis van Gaal zei na het overlijden van zijn eerste vrouw dat hij en zijn dochters afspraken sámen door te gaan.

„Een vergelijkbare situatie, al hebben we het er niet bewust over gehad. Je roeit met de riemen die je hebt. Zoiets gaat met vallen en opstaan.”

Ben je snel volwassen geworden?

„Ik denk het. Ik nam heel snel de positie in van de vrouw in huis, wat misschien wel typisch voor meisjes is. De boel draaiende houden, het huis schoon houden. Eigenlijk onzin, maar zo gaat het wel. Een paar jaar later ben ik een jaar naar Amerika gegaan. Gevlucht. Oklahoma City. Waar ze nog met cowboyhoeden rondliepen. Zei ik op mijn eerste dag tegen medeleerlingen: ‘Wat leuk dat jullie in traditionele kleding naar school gaan.’ Zij: ‘Hoezo traditioneel?’ Echte Republikeinen. Zeer gelovig, kregen amper internationaal nieuws mee, de Ku Klux Klan kwam er nog bijeen. Het was alsof ik in een Louis Theroux-docu was beland. Als je dat Amerika ziet, verbaast het je niet dat Trump president is. Maar nu dwalen we af, hè?”

Wie Marieke Derksen op Twitter volgt, ziet niet alleen een vrouw die enthousiast over haar werk bericht, maar ook iemand die voor een dilemma wordt gesteld. Want ja, het is misschien verstandig om weg te blijven bij haar vader en de online-polemieken rond zijn uitspraken op tv. Weet zij ook. Maar soms wil zij toch íéts zeggen. Een kwinkslag, als nuance of tegengif, om te laten zien dat een man meer is dan zijn grap, of dat agree to disagree ook een weg naar vrede kan zijn.

Zo twitterde ze over Arie Boomsma: ‘Wellicht ben ik een zacht ei, zal best. Arie Boomsma deed een oproep tegen VI, hij heeft gekeken en stelt zijn mening bij. Daar kan je kwade intenties achter zoeken. Ik zie het liever positief: door te luisteren naar elkaar in plaats van te wijzen, komen we wellicht ook dichter tot elkaar.’

Zelf woont ze in het multiculturele Lombok, in Utrecht. „De Marokkaanse Jordaan. Met veel leven op straat, met hectiek, waar ik het gevoel heb middenin het leven te staan. Als er discussie rond Erdogan is, dan heb ik het daar gewoon over met de sigarenboer hier. Met Marokkaanse jongens praat ik over voetbal. Leuke discussies. Als je elkaar maar aanspreekt.”

We praten te weinig?

„Lombok is misschien een raar klein wijkje. Maar dat we praten zou toch normaal moeten zijn? Ik vind dat de discussie zo gepolariseerd is. We gaan door over één opmerking van Johan en Akwasi, terwijl dat details zijn. Laten we het vooral over het grote probleem hebben, over racisme en hoe we dat oplossen.”

Nu ze ouder is, vertelt ze, heeft ze wel geconstateerd dat ze „toch ook een kind van Johan is”. Oók zij is recht voor de raap. „Bij Overamstel vonden ze me.. uhhm.. nogal direct. Ze moeten mij ook niet met een literaire schrijver laten werken. Ben ik te bot voor, vrees ik. Bij sporters kan dat wel. Onze toon is dezelfde. En op een of andere manier kan ik goed met mafkezen overweg.”

In eerdere interviews heb je vaak je verbazing over de boekenwereld uitgesproken.

„Ik vind dat er voor zo’n kleine business erg veel aandacht voor is. Misschien ga je jezelf door die aandacht ook belangrijk vinden. Mensen van uitgeverijen noemen zich ook boekenvakkers. Kom nou jongens.’’

Klinkt alsof het je te elitair is.

„Het zit hem niet in dat elitaire. Iemand die elitair is hoeft geen vervelend mens te zijn. Ik heb meer iets tegen misplaatste ego’s. Hier bij Overamstel is de sfeer erg van: wie denk je wel dat je bent? Ze adviseren mij weleens iemand erbij te nemen, maar ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om te zeggen: ‘Pak jij even die 35 boeken in.’ Doe ik zelf wel. Ik heb ook meer met bazen die zelf hun koffie halen dan degenen die het laten brengen. Leuke vent, denk ik dan.”

Jullie mijden het Boekenbal.

„Ik ben er één keer geweest. Na één biertje vertrokken.”

Je kunt ook een tweede bestellen en even doorzetten.

„Nu ken ik meer mensen in de boekenwereld, en is het al leuker. Toen stonden Michel en ik er maar bij aan de bar. We vonden het raar. De Koningen van het Boekenbal zaten op een troon op het podium en de rest danst daar dan omheen.”

Toen jullie in 2013 de NS Publieksprijs wonnen, kwam niemand jullie de hand schudden. Nu wel?

„Dat we die wonnen verbaasde ons net zoveel als de rest. We waren al bijna dronken toen ze de winnaar bekendmaakten. Je zag de schok bij iedereen, dat ‘die ordinaire plorken’ hadden gewonnen. Nu kennen ze ons. Al die uitgeverijen geven tegenwoordig zulke boeken uit.”

Want zo moeilijk lijkt het niet.

„Wij zijn geen succesmachine, hè? Wat we doen trekt de aandacht, met grote voetballers, maar er mislukt ook een hoop. Daarom ben ik voor veel mensen ook een bron van teleurstellingen. Iedereen denkt: Gijp. Kassa! Zo’n goede voetballer was het niet, boekje om te lachen – dat kan ik ook. Maar dat gaat nooit meer gebeuren.”