Manchester City wint beroep en mag toch uitkomen in Champions League

Verbanning De Engelse voetbalclub Manchester City was aanvankelijk voor twee jaar uitgesloten van Europees voetbal wegens het overtreden van de regels van Financial Fair Play.
Manchester City-middenvelder Kevin de Bruyne.
Manchester City-middenvelder Kevin de Bruyne. Foto Catherine Ivill/Reuters

De Engelse voetbalclub Manchester City mag komende twee seizoenen toch uitkomen in Europese competities. De club is met succes in beroep gegaan tegen een verbanning door voetbalbond UEFA bij het internationale sporttribunaal CAS, dat de straf maandag heeft teruggedraaid. Ook de opgelegde boete van 30 miljoen euro is verlaagd naar 10 miljoen euro.

Manchester City kreeg de straf omdat het de regels van Financial Fair Play zou hebben overtreden. Die regels zijn in 2011 ingevoerd om gezond financieel beleid bij clubs te bevorderen en moeten onder meer voorkomen dat rijke clubeigenaren grote verliezen dichten met eigen vermogen. City-clubeigenaar sjeik Mansour bin Zayed Al Nahyan had volgens de financiële onderzoekskamer van de UEFA controleurs misleid met betrekking tot sponsorinkomsten. De club kon zo met het geld van het bedrijf van Mansour zelf enorme verliezen afdekken en veel topspelers halen.

Lees ook: De straf die Manchester City jaren kan terugwerpen

City is wel schuldig bevonden aan het niet meewerken met de UEFA, maar heeft volgens CAS de financiële regels niet gebroken. Het internationaal sporttribunaal behandelde de zaak achter gesloten deuren en maakt pas later deze week bekend hoe het tot deze beslissing is gekomen. Door het besluit kan de huidige nummer twee van de Premier League volgend jaar uitkomen in de Champions League.

Het conflict werd gezien als halszaak in het internationale voetbal, gezien de juridische machtsstrijd tussen de UEFA als gevestigd voetbalinstituut en City als moderne met oliedollars gefinancierde voetbalclub.

De UEFA heeft kennelijk al wel inzage gehad in de argumentatie van het CAS. De Europese voetbalbond merkt maandagochtend in een eerste reactie op dat er volgens CAS „onvoldoende sluitend bewijs” was om alle conclusies van zijn financiële controle-orgaan CFCB te bevestigen en dat veel van de vermeende inbreuken zijn verjaard omdat ze langer dan vijf jaar geleden hebben plaatsgevonden.